Google als digitale detective

Wie zijn naam invoert bij Google kan voor een pijnlijke verrassing komen te staan. Eén op de tien mensen is niet blij met het beeld dat wordt geschetst, blijkt uit onderzoek.

„Ik heb op internet een stomme vraag gesteld, en nu kan iedereen dat zien”. Of: „Mijn naam staat op een lijst van prijswinnaars bij een bedrijf waarmee ik liever niet geassocieerd wil worden”. Het zijn enkele reacties van panelleden die meededen aan een onderzoek over persoonlijke informatie op internet, dat de onderzoekers van EPN – Platform voor de Informatiesamenleving – lieten uitvoeren onder bijna 2.400 Nederlanders.

Wie zijn naam invoert bij zoekmachine Google, komt soms voor een pijnlijke verrassing te staan. Want inderdaad, alles is te vinden. Ook die vraag over geslachtsziektes op het forum van een damesblad, of de notulen van de duivensportvereniging. Veel mensen zijn daarvan zelf niet eens op de hoogte – terwijl personeelsfunctionarissen of zakenrelaties meer en meer Google of internetgemeenschap Hyves raadplegen om hun gesprekspartner te screenen. Nog vervelender in dat verband is dat de helft van de ondervraagden stuitte op gegevens van vreemden met dezelfde naam.

Directeur van EPN is Tom van der Maas, wiens naam 968 resultaten oplevert bij Google: kijk aan, woordvoerder van Frits Bolkestein geweest, en ‘politiek adviseur’ van de afgetreden staatssecretaris Annette Nijs die hij, volgens een website, ‘geniaal’ noemde. „Dat is het karakteristieke van internet; alles wat er eenmaal opstaat, gaat er nooit meer af”, zegt Van der Maas.

Het onderzoek is vooral uitgevoerd om mensen ervan bewust te maken hoeveel persoonlijke informatie op internet te vinden is en hoe makkelijk die boven water komt. Bijna tien procent van de ondervraagden had geen idee dat hun naam op een of andere manier voorkomt op internet.

„Wat mensen zich vaak niet realiseren is dat bij zoekpagina’s als Google veel meer bovenkomt dan je verwacht. Alle onzin die je neerzet op een internetforum kan zomaar als resultaat tevoorschijn komen als iemand op je naam zoekt – althans, als je natuurlijk je eigen naam gebruikt.” Van der Maas benadrukt dat internetgebruikers slordig omspringen met hun persoonlijke gegevens, maar vaak kunnen ze er ook niks aan doen. „Als jij penningmeester bent van de bridgevereniging en je wordt geroyeerd wegens fraude, dan is het jammer als de vereniging die beslissing op internet zet. Helemaal als je een sollicitatie hebt lopen voor accountant.” Eén op de tien geënquêteerden in het onderzoek van EPN is dan ook niet blij met het beeld dat wordt geschetst op grond van internetvondsten.

Yvette van der Vliet (sinds januari nog maar één vriend op Hyves: Tom) van werving en selectiebureau Young Executive Recruitment (YER) zegt dat ze gevonden informatie via Google of Hyves nooit als doorslaggevend beschouwt bij de keuze van een kandidaat. „Net als de pasfoto’s die kandidaten ons ongevraagd toesturen”. De meeste recruiters zeggen formeel dat ze zelden kandidaten ‘googelen’, terwijl personeelsfunctionarissen in het informele circuit toegeven wel degelijk sollicitanten door de digitale mangel te halen.

Hoe ver een personeelsfunctionaris mag gaan in dit soort onderzoek, is de vraag aan hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam Evert Verhulp, (627 Googlehits en ooit deelnemer aan de Zevenheuvelenloop in Nijmegen). Verhulp zegt dat de grenzen van privacy niet zo zeer zijn veranderd of ingeperkt, maar de mogelijkheden om informatie te vergaren zijn vergroot.

Maar maakt een vrouwelijke sollicitant die door een werkgever wordt ‘betrapt’ op een internetforum voor zwangere vrouwen, nog wel een eerlijke kans? „Je kunt het ook omkeren: straks krijgen we de situatie dat iemand een klacht indient omdat ze niet is aangenomen, omdat de werkgever op internet ‘had kunnen weten’ dat ze zwanger was,” zegt Verhulp.

Wat persoonlijke informatie op internet betreft, oordeelt hij: „Als je op internet zet dat je in verwachting bent, is dat hetzelfde als het keihard op straat gillen.”