Frans Brüggen heerst in ‘Johannes’ vol ootmoed

Concert: Orkest van de Achttiende Eeuw; Cappella Amsterdam en solisten met de Johannes Passion van J.S. Bach. Gehoord: 26/3 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 28/3 Vredenburg Utrecht res 030 2314544; 29/3 De Doelen Rotterdam. Res. 010 2171717.

Van de Johannes Passion houdt dirigent Frans Brüggen meer dan van Bachs Matthäus Passion en zijn interpretatie van de Johannes blijft opmerkelijk in de Hollandse passietraditie, sinds hij die in 1990 uitvoerde met het Koninklijk Concertgebouworkest. Nu laat Brüggen de Johannes enkele malen horen met het Orkest van de Achttiende Eeuw.

Het bijzondere van Brüggens Johannes Passion is zijn sterke dramaturgische greep op het geheel. Waar andere dirigenten stevig en gebiedend beginnen, komt Brüggen met het uitzonderlijk langzaam, aarzelend en ootmoedig gebrachte openingskoor Herr, unser Herrscher. Het staat in een rechtstreeks verband met het slotkoraal Ach Herr, lass dein lieb Engelein, dat bij Brüggen eindigt in een krachtige en stellig klinkende geloofsbelofte: Ich will dich preisen ewiglich!

Brüggens Johannes heeft nog twee typerende kenmerken. Er is een duidelijke indeling in drieën, waarbij het eerste deel in 35 minuten onnadrukkelijk klinkt. Na de pauze heerst veel dramatiek in het proces tegen Christus voor Pilatus. En een indrukwekkende verdieping beheerst het slotdeel ‘Tod Jesu’, ingeleid met een nadrukkelijk lange stilte.

En anders dan bij een lange Matthäus met veel losse aria’s, klinkt Brüggens Johannes als één stuk, zonder noemenswaardige pauzes tussen de nummers en met een solistenbezetting die niet gericht is op markante individuele prestaties maar die net zo indringend bijdraagt aan het geheel als het Orkest van de Achttiende Eeuw, met zeer gedetailleerd spel met vaak wringende dissonanten.

De betrokken evangelist van Markus Schäfer vertelt op levendige wijze zijn verhaal, maar de andere goed vertolkte rollen van solisten, zoals de ‘jonge’, maar gezagvol klinkende Christus van Thomas Oliemans, of de leden van Cappella Amsterdam, zijn daarvan natuurlijke onderdelen. Net als de vaak flitsende koorpassages of de aria’s van de sopraan Nele Gramss, de alt Patrick van Goethem en de bas Geert Smits: wat een prachtig Eilt, ihr angefochtnen Seelen! Alleen de tenor Marcel Beekman eist meer persoonlijke aandacht op.