Ex-Ba’athisten krijgen weer banen in Irak

De Iraakse regering wil functionarissen van de vroegere Ba’ath-partij van Saddam Hussein rehabiliteren. Door de sunnieten, die na Saddams val in ongenade vielen, opnieuw overheidsbanen aan te bieden, hoopt de regering stabiliteit in het land te bevorderen.

Volgens de regeringskringen in Bagdad zouden premier Nouri al-Maliki en president Talabani mogelijk vandaag al wetsvoorstellen in die zin naar het parlement sturen. De voorgestelde rehabilitatie van de vroegere Ba’athisten wordt sterk toegejuicht door de Verenigde Staten, zoals de vertrekkende Amerikaanse ambassadeur Zalmay Khalilzad gisteren onderstreepte in een verklaring. Na de Amerikaanse inval in 2003 werden alle medewerkers van Saddams Ba’ath-partij weggezuiverd – waardoor in de praktijk de sunnitische opstand in Irak werd aangewakkerd.

Volgens het nieuwe wetsvoorstel geldt de rehabilitatie ook voor leden van de vroegere inlichtingendiensten en paramilitaire eenheden onder Saddam. Maar Ba’athisten tegen wie verdenkingen bestaan van misdrijven of tegen wie al vervolging is ingesteld, komen niet in aanmerking. De bedoeling is dat er een periode van drie maanden wordt vastgesteld, waarbinnen aanklachten tegen verdachte ex-functionarissen kunnen worden geformuleerd. Na het verstrijken van die termijn kan geen vervolging meer worden ingesteld wegens misdrijven uit het tijdperk van Saddam. Ook krijgen ex-Ba’athisten recht op staatspensioen, ook al krijgen ze geen nieuwe baan bij de overheid of in het leger.

Het wetsvoorstel is een nieuwe poging van de regering in Bagdad om verzoening te bereiken met de opstandelingen in Irak. De afgelopen maanden werden achter de schermen al gesprekken gevoerd met de leiders van verschillende sunnitische en shi’itische rebellen groepen.

De vertrekkende Amerikaanse ambassadeur Khalilzad zei gisteren in de Herald Tribunedat hij vorig jaar achter de schermen ook gesprekken heeft gevoerd met sunnitische opstandelingenleiders om hen te bewegen mee te werken aan wederopbouw van Irak. Die ontmoetingen hadden onder andere in Jordanië plaats. Maar na de aanslag op de shi’itische Gouden Moskee in Samarra laaide het sektarische geweld weer op. (AP)