Europese uitwisseling in het weiland

Europeanen wisselen op het platteland van Twente ervaringen uit over plattelandsvernieuwing. Hoe kan een klein dorp overleven als de boeren stoppen? „Wat kost dit allemaal wel niet?”

Bentelo, 27 maart. - De Ierse Catharine Corcoran loopt enthousiast door de kinderspeelboerderij in Bentelo. „Very lovely”, zegt ze over de bonte verzameling speeltoestellen in een weiland. De kinderspeelboerderij is een groeiende nevenactiviteit voor varkenshouder Marcel Veelers.

Vorig jaar telde hij 16.000 bezoekers. „Waar komen die allemaal vandaan?”, vraagt Corcoran. Uit de wijde regio, legt Veelers uit, en dat is vooral sinds hij zichzelf samen met andere Bentelose bedrijven, zoals een vleesproeverij en een wijngaard, promoot onder de naam Better Beantel. Zo is er een gezamenlijke website en een fietsroute langs de verschillende bedrijven opgezet. De komst van meer recreanten en toeristen moet leiden tot een verbetering van de leefbaarheid in het Twentse dorp, oftewel een Better Beantel (Beter Bentelo).

Met alleen een fietsenmaker, supermarkt, café-restaurant, lagere school en kerk, houdt het voorzieningenniveau in het dorp niet over. Bovendien zijn op het omringende platteland veel boeren gestopt, zonder dat er economische activiteiten voor in de plaats zijn gekomen.

Het project Better Beantel is gedeeltelijk gesubsidieerd met Europees geld via het plattelandsvernieuwingsprogramma Leader+. Kenmerkend voor Leader+projecten is dat burgers uit de streek een grote inbreng hebben. Catharine Corcoran is in haar Ierse regio Galway betrokken bij een Leader+project en dat geldt ook voor de Zweden en Denen die deze week Bentelo bezoeken. Het is de start van een uitwisseling die later dit jaar vervolgd wordt met bezoeken aan Denemarken, Zweden en Ierland. Het is de bedoeling dat de deelnemers van elkaars ervaringen leren, want hoewel ze allemaal onder dezelfde subsidieregeling vallen, verschilt de uitwerking per land. Zo hebben de Denen al wel de subsidie binnen maar nog geen idee welke projecten ze opzetten. „Wat kost dit allemaal wel niet?”, vraagt de Deen Ole Post zich af als hij wordt rondgeleid op een wijngaard. In de Ierse regio Galway zijn er al wel plannen maar komen ze niet verder dan papier. Het betrekken van burgers is een obstakel voor de Ierse overheid, legt Catharine Corcoran uit. „De bevolking heeft niet echt een stem. Hier in Bentelo hopen we te leren hoe de relatie verbeterd kan worden. Ik ben echt verbaasd als je ziet in welk tempo dit allemaal gerealiseerd wordt.”

Plattelandsontwikkeling werkt sneller als inwoners medeverantwoordelijk worden gemaakt, legt wethouder Josh Sijbom van de gemeente Hof van Twente uit. „Als inwoners zelf een project trekken, is de betrokkenheid veel groter. Iets zonder overleg van bovenaf droppen werkt niet, dan trek je aan een dood paard.”

Behalve voor de relatie met de overheid is er tijdens de uitwisseling aandacht voor de wijze waarop vrijwilligers bij de plattelandsvernieuwing betrokken kunnen worden. De Deen Ole Post denkt dat hij de collega-Europeanen hierover wat kan leren. „De Deense samenleving draait grotendeels op vrijwilligerswerk. Het is de kunst om het werk af te stemmen op wat ieder afzonderlijk kan en ze daarvoor te waarderen.” Zelf hoopt Post ideeën op te doen die de leefbaarheid in zijn dorp Branderup kunnen verbeteren. „We wonen met nog maar met 600 inwoners in een afgelegen landelijk gebied. Er is bijvoorbeeld geen enkele winkel meer. Wij mikken niet zozeer op meer toeristen, maar wel op meer inwoners.” Bijkomend probleem, zegt Post, is dat door een gemeentelijke herindeling de overheid letterlijk en figuurlijk meer op afstand is komen te staan. De Deen heeft ontdekt dat Bentelo enkele jaren geleden ook opnieuw is ingedeeld en is benieuwd hoe de burgers toch het contact met de gemeente hebben behouden.

Better Beantel geldt als een succesvol plattelandsvernieuwingsproject. Toch kunnen ook de Benteloërs leren van de andere deelnemers, denkt projectleider Saskia Croes. „De volgende stap is dat we ook het naburige dorp Hengevelde erbij betrekken. Maar hoe maak je zoiets groter? Dat is de grote vraag, en misschien dat de Zweden ons hierover wat kunnen leren.”