De blijde grote boodschap

Een wethouder opende onlangs het bijzondere toilet van auteur Koos Dijksterhuis, dat niet doorgespoeld kan worden en geen geur verbreidt. Het tweede deel van poepen zonder spoeling.

Misschien hebben wij wel het eerste toilet dat officieel door een wethouder is geopend. Wethouder Jannie Visscher van Stadsbeheer en Milieu heeft ons nonolet geopend. Nonolet, uit pecunia non olet: (geld) stinkt niet. Hoewel de ontlasting in de toiletpot blijft liggen, ontsnapt er geen snufje zwaveldamp. De stank producerende darmbacteriën sterven in de open lucht en een zwakstroomventilator zuigt ontsnappende luchtjes weg.

Zoals u vorig jaar 18 december kon lezen, hebben wij dit water- en grondstoffenbesparende toilet uitgeprobeerd. Het bevalt goed. Daarom promoten we het via de bewonersvereniging in onze Groninger wijk. Ze heeft geld voor milieuvriendelijke vernieuwingen, waarmee we de nonoletten sponsoren. Bij de inkoop bij de Twaalf Ambachten in Boxtel bedingen we kwantumkorting. Buurtbewoners kunnen hem kopen voor 150 in plaats van 450 euro, inclusief presse-papier, de roestvrijstalen stamper om na de daad een papieren handdoekje op de hoop te drukken.

De Twaalf Ambachten was het werkterrein van ecologisch uitvinder Sietz Leeflang. Hij heeft me zijn geschiedenis verteld bij zijn vijver waarin waterplanten zijn huishoudwater zuiveren. Het staat in mijn boek Winnen van de Bierkaai. Leeflang is begin zeventig en heeft zich teruggetrokken in een Zeeuwse dependance van de Twaalf Ambachten. Zijn dochter Lieselot heeft de Twaalf in Boxtel overgenomen. Zij verkoopt het nonolet en modellen met urinetank voor boot en caravan.

Op een zaterdag mogen wijkbewoners ons nonolet bekijken. Na de wethouder betreden om half tien ’s ochtends de eersten de toiletruimte. Ze verdringen zich om de watervrije pot. Het gaat de hele dag door; aspirant-droogpoepers in ons huis. We hebben het evenement op een pamflet aangekondigd. Ook mensen van buiten de wijk bellen aan, zelfs iemand uit Utrecht. „Ik logeer hier en zag het in het Dagblad van het Noorden”, zegt hij. „Je staat er groot in!” Pas ’s avonds zie ik het: joekel van een foto, leuk artikel erbij (‘stamp-pot’) met de mededeling dat er open huis is. Alleen voor de wijk, maar dat staat er niet bij. Ook het huis-aan-huisblad heeft het en stads-tv. Poep sells.

Op straat giechelende buren: „Dus jij gebruikt je poep als tuinmest?” „Kun je er ook mee kleien?” Poep maakt puberaal. „Hebben jullie echt zo’n ding?”, vraagt een buurvrouw met een vies gezicht. „Ik moet kokhalzen als ik eraan denk.” Poep mag dan sellen, het blijft vies. Terwijl tijdens de compostering mogelijke ziektekiemen morsdood gaan. Daarbij is mensenpoep veel schoner dan de mest die we ongecomposteerd in weilanden spuiten.

Tijdens de open dag praten mensen zonder schroom over onze meest intieme daad. „Ik heb vaak dunne ontlasting”, oppert iemand een bezwaar. Kwestie van een extra papiertje erop. Of witte rijst en banaan eten natuurlijk. Een blinde vraagt of het voorbeeldexemplaar vol zit. Ik zeg dat ik hem heb geleegd en schoongemaakt. Op de tast verkent hij de pot. Men heeft zich voorbereid. „Je moet onderin een nieuwe zak toch een laagje vezelmateriaal leggen?”, informeert iemand. „Niet dat ik weet”, antwoord ik.

Avonden lang worden we gebeld door lieden die er in de streekkrant over lazen. „Kunnen we meedoen met die subsidie?” „Niet als u buiten de wijk woont. Maar wel met de kwantumkorting.”

Dagelijks kloppen kijkers aan: „We misten de kijkdag.” Kijken, ook kopen? Nee. Een wc slopen voor een nonolet is nogal wat. Maar sommigen willen een tweede toilet boven en worden gelokt door de goedkope installatie van het nonolet. Iemand van buiten bestelt hem voor zijn zomerhuis. Vier buurtbewoners bestellen een nonolet, allen huiseigenaren. In de buurt staan zo’n driehonderd koopwoningen en 26 huurhuizen. Als woningcorporatie Nijestee op de valreep huurders met de resterende 150 euro sponsort, willen acht van hen een nonolet.

Een man belt: kan hij die geperforeerde zak niet in een gewoon watercloset hangen? Hij heeft een motorjacht en mag in jachthavens niet lozen. Als hij er daar dan zo’n zak in hangt, hoeft hij niet te modderen met chemisch toilet of centrale afzuigslang. Zonder ventilatie stinkt het misschien. Iedereen is beducht voor stank.

„Je moet je hoofd er insteken wil je iets ruiken”, stel ik gerust. „Alleen wie gehecht is aan zijn eigen vertrouwde, warme dampen, moet er niet aan beginnen.”