Beurs moet handelsplaats zijn, geen gokpaleis

Schuif hedgefonds niet alles in de schoenen

Het artikel van Mathieu Weggeman over de invloed van hedgefondsen is mij uit het hart gegrepen (Opiniepagina, 23 maart). Helaas was zijn argumentatie niet sterk. Hedgefondsen zijn te vergelijken met een roedel wolven, die een zwak beursgenoteerd ‘slachtoffer’ selecteren waarvan de beurswaarde stukken groter zou zijn als een radicaal andere koers zou worden gevolgd. Het is een financiële gezondsheidspolitie, die heilige bedrijfshuisjes, lang bestaande constructies, op een koele manier benadert: levert deze winstmachine wel voldoende op? Want dat is elk bedrijf in een kapitalistisch systeem: een vehikel om winst te maken. En heilige huisjes worden het best omver getrapt door buitenstaanders die geen boodschap hebben aan historische verbanden.

Het voorbeeld dat Weggeman geeft – had Philips niet veel eerder de lichtdivisie moeten verkopen – kan dus ook op een heel andere manier bekeken worden. Als dit was gebeurd, had het management misschien de noodzaak gevoeld om de al jaren kwijnende consumentenelektronica aan te pakken, omdat de resultaten niet met de winst van licht bedekt konden worden.

Weggeman geeft af op de hedgefondsen, en hij schrijft dat ze „er niets voor hoeven te doen”. Maar hij gaat er aan voorbij dat elk bedrijf of persoon die een grote som geld bezit, daar in economische termen per definitie iets voor heeft moeten doen. Er zijn succesvolle bedrijven die privaat gefinancierd zijn, maar er zijn net zoveel succesvolle bedrijven te noemen die een beursnotering hebben.

De spanning tussen het korte- en het langetermijnbelang speelt uiteraard, maar dat is een veel generieker probleem bij het managen van bedrijven en kan niet alleen aan een hedgefonds toegeschreven worden.

Dr.ir. V.C.S. Wiers

Eindhoven

Mathieu Weggeman heeft geen ongelijk met zijn aanval op de geldwolven, maar hij vergist zich als hij denkt dat het vroeger anders was. Uit het artikel De ethiek van de geldbelegging van de vrijzinnig democratische pedagoog Rommert Casimir (gebundeld in Opbouw, Wolters 1927) citeer ik: „Geen der bankiers die ik hiernaar gevraagd heb, heeft het ooit beleefd, dat een belegger naar andere dan economische waarden informeerde. Ja, zelfs doet het omgekeerde zich voor. Over het boekjaar 1923 heeft de machinefabriek Stork te Hengelo voor het eerst sedert 50 jaar geen dividend uitgekeerd. Een financieel blad sprak toen als zijn overtuiging uit, dat dit nu het gevolg was van te ver gedreven sociale bemoeiingen en arbeiderszorg dezer fabriek. Terecht heeft de heer D.W. Stork deze critiek bestreden en er op gewezen dat de economische rust in het bedrijf en zijn gezonde sociale basis de aandelen der fabriek zeer aantrekkelijk maakten voor hem, die een rustige, zekere belegging begeerde. Maar men ziet uit de uitlating van het financieele blad, hoe men den ethische factor uitschakelt, ja juister, meent te moeten uitschakelen.”

Rommert J. Casimir

Heeze

Het artikel van prof.dr.ir. M. Weggeman over de geldwolven die de baas zijn in plaats van de werknemers, vertolkt mijn gedachten over de gesignaleerde gang van zaken: het snelle geld dreigt met de werknemers geen rekening te houden. Ieder mens voelt zich pas op zijn plaats wanner hij naar vermogen zijn kundigheden kan inzetten voor het belang van het geheel, of het nu bedrijven of overheidsinstellingen zijn. Ik hoop dat het genoemde artikel een begin is van een herwaardering van de plaats die het kapitaal toebehoort: middelen verschaffen zodat de werknemers in het veld fluitend naar hun werk gaan. De beurs wordt dan weer een normale handelsplaats in plaats van een gokpaleis, wat hij nu is.

A. Hoogeveen

Capelle aan den IJssel

Mathieu Weggeman is kennelijk vergeten dat er reeds profiteurs waren in de 17e eeuw. De tulpenmanie, waarin tulpen tegen absurde prijzen werden verhandeld, eindigde in 1637. De eerste beurscrash in onze geschiedenis.

De aandeelhouder van tegenwoordig kan zowel een private-equitypartij zijn als een particuliere belegger.

Veel private-equitypartijen investeren in ondernemers met een goed businessplan en moeten maar afwachten of hun investering rendabel is. De particuliere belegger wordt aandeelhouder door het kopen van bijvoorbeeld aandelen Fortis. Indien Fortis niet goed bankiert zal de aandeelhouder dit merken in het koersverloop van Fortis. Hij loopt risico. Verder kan hij zijn belangstelling tonen door jaarvergaderingen te bezoeken van het bedrijf en kan hij daar zijn mening ventileren. Hoezo geen betrokkenheid?

Het afschaffen van de aandeelhouder is niet het einde van onze collectieve gekte maar juist het begin.

Een bedrijf dat wil investeren kan met behulp van een beursgang aan kapitaal komen dat zelfs een coöperatieve bank misschien niet kan of wil verschaffen.

Stephan Wiersma

Senior Beleggingsadviseur bij de Rabobank, Haren