Abortus raakt de samenleving

Ethische afwegingen in de spreekkamer van de abortusarts hebben volgens de nieuwe staatssecretaris (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) Bussemaker (interview met Elsbeth Etty, Opinie & Debat, 10 maart) geen pas. De overheid dient stilzwijgend terug te treden en zonder commentaar de keuze van de zwangere vrouw te accepteren.

Het aandragen van alternatieven zoals adoptie kan als bezwarend worden ervaren, omdat daardoor aan haar keuze een morele dimensie verbonden wordt die zij eerder niet had.

Als de overheid heeft bepaald dat de keuze om ontvangen leven wel of niet te voldragen aan de vrouw alleen is, heeft zij daarover te zwijgen. Wie anders wil of beweert stelt een vrijzinnige verworvenheid in de waagschaal. Mevrouw Bussemaker laat weten dat wat haar betreft daarvan geen sprake zal zijn.

De overheid tracht ons gedrag dikwijls te beïnvloeden. Publiciteitscampagnes, accijnzen en andere middelen worden daarvoor ingezet.

Wanneer is het dienstig dat de overheid zich actief inlaat met de leefstijl van haar burgers? Indien er een belang in het geding is dat de samenleving raakt. Minder belasting van de gezondheidszorg door vermindering van rookgedrag is zo’n belang. Vergroten van veiligheid door burgers op te roepen alert te zijn op situaties die mogelijk in verband gebracht kunnen worden met terroristische oogmerken is een andere. Of zuiniger omgaan met energie om milieubelasting te verminderen.

In de spreekkamer van de abortusarts worden afwegingen gemaakt die de samenleving raken. Het feit dat de wet over afbreking van zwangerschap spreekt en over een noodsituatie, veronderstelt dat er iets te beredeneren en af te wegen is.

Als een vrouw uitspreekt dat een (klein) lichamelijk gebrek voor haar een reden is om de zwangerschap af te breken, is bij die keuze de samenleving betrokken. Immers er zijn óók vrouwen die een kind met hetzelfde lichamelijke gebrek wel geboren laten worden.

Er zijn ook maatschappelijke belangen in het geding. De keuze van de moeder om te aborteren bij een lichamelijke (of geestelijke) handicap bespaart de samenleving veel geld. De keuze van een moeder om de zwangerschap van een gehandicapt kind uit te dragen, is een belangrijk getuigenis voor de samenleving dat respect voor het leven van een mens onvoorwaardelijk is waarmee een moreel fundament gelegd wordt onder de relatie tussen staat en burger en tussen burgers onderling.

Er is een derde reden om de morele dimensie van deze autonome vrijheid niet te veronachtzamen. Noodsituaties mogen individueel bepaald zijn, maar als ‘nood’ doen ze een een beroep op onze solidariteit. Is het geen maatschappelijke opdracht om te voorkomen dat mensen in nood raken en hen waar mogelijk daaruit te helpen?

Het idee om tenminste alternatieven (zoals adoptie) aan te dragen voor zoiets definitiefs als het beëindigen van beginnend, maar daarom niet minder, menselijk leven is een manier waarop de samenleving zich kan solidariseren met vrouwen in een zorgwekkende situatie. Waarom dan de afkeer van een overheid bij zaken die leven en dood, samenlevingswaarden en de levenskwaliteit van vrouwen raken?

De tegenstelling tussen vrijzinnig en confessioneel kan niet het enige antwoord zijn. In de beste liberale tradities worden vrije mensen geacht hun keuzes redelijk te verantwoord en zo bij te dragen aan een kwalitatief hoogstaande samenleving. Dialoog met anderen is nodig en zeker ook de kunst om eigen afwegingen in verhouding te brengen met de gevolgen voor anderen en de samenleving als geheel. Meer aandacht voor deze dialoog in de spreekkamer doet aan een liberale verworvenheid geen afbreuk.

Ontkennen dat abortus ook een morele dimensie heeft, is een ideologische uitspraak die redelijke verantwoording schuwt. Dat lijkt me in niemands belang.

M.A.L. Wagemaker is priester van het bisdom Haarlem.

Lees het interview met staatssecretaris Jet Bussemaker na op www.nrc.nl/opinie