Wonderkind lost belofte in

Ze werd al jaren een wonderkind genoemd, maar de hoofdprijs wist ze nooit te winnen. Tot afgelopen zaterdag. Toen werd de Japanse Miki Ando (19) wereldkampioene kunstrijden. Voor eigen publiek nog wel.

Het gebeurde op een donkere decemberavond in 2002. Op de Haagse kunstijsbaan De Uithof schrijft een vijftienjarig Japans meisje geschiedenis. Als eerste kunstrijdster ter wereld voltooit Miki Ando tijdens de Grand Prix junioren een viervoudige sprong, de Salchow.

Het natuurtalent van destijds, die anderhalf jaar later op dezelfde baan in Den Haag ook wereldkampioene junioren zou worden, vergaarde eeuwige roem en haar naam werd bijgeschreven in het Guinness Book of World Records. Datzelfde meisje werd zaterdag in Tokio wereldkampioen bij de senioren, een titel die haar vijf jaar geleden werd voorspeld, maar waarop ze relatief laat beslag legde.

Het verhaal van Ando is al vaak geschreven. Ze was het zoveelste sporttalent dat de hoge verwachtingen aanvankelijk niet kon waarmaken. Het Japanse springwonder op kunstschaatsen werd een gouden toekomst voorspeld. Een betere kunstrijdster hadden de kenners in jaren niet gezien. Joan Haanappel noemde Ando tijdens de wereldkampioenschappen junioren van 2004 in NRC Handelsblad „een wonderkind”. Ze loofde vooral haar sprongkracht. Haanappel, kritisch als altijd, vond dat Ando aan haar expressie moest werken. „Maar dat is een kwestie van ervaring”, sprak de televisiecommentator.

Haanappel had het goed gezien, hoewel ook de viervoudig Nederlands kampioene al eerder succes van Ando had verwacht. De Japanse bleek minder stoïcijns dan haar houding deed vermoeden. Te midden van de senioren stagneerde haar progressie en maakte ze kennis met de keerzijde van succes. Ando werd geconfronteerd met rijdsters die beter dan zij waren en zich bovendien als meedogenloze rivalen manifesteerden. Zij waren niet van plan hun plaats aan de top aan een onderdeurtje (ze is 1.61 meter lang) uit Japan af te staan.

Aan die kilheid moest de goedlachse en sociale Ando erg wennen. Maar na een vierde (2004) en zesde (2005) plaats bij de wereldkampioenschappen meende Ando de mores onder de kunstrijdsters te kennen en intussen goed genoeg te zijn om bij de Olympische Winterspelen van 2006 in Turijn een greep naar de macht te doen.

Maar in Italië ging het helemaal mis. Ando viel tijdens de vrije kür tweemaal, onder andere bij haar specialiteit, de viervoudige Salchow. Ontgoocheld keerde Ando terug naar Nagoya, waar ze na een grondige evaluatie tot de conclusie kwam dat het zo niet verder kon. Ze nam een aantal ferme besluiten, waarvan de breuk met haar trainster Nobuo Sato de meest verstrekkende was. Sato had Ando vanaf de jeugd begeleid en met haar was de kunstrijdster succesvol geweest. Maar wilde ze het laatste stapje naar de absolute top maken, dan moest ze een andere trainer zoeken.

Ando koos voor de Rus Nikolai Morozov, die zich als trainer heeft gevestigd in de Amerikaanse stad Newington in de staat Connecticut. Morozov is een autoriteit, aan wiens hand Shizuka Arakawa – eveneens uit Japan – vorig jaar olympisch kampioen werd. Ook de Franse, Europees en wereldkampioen bij de mannen, Brian Joubert, werkte met Morozov, net als in het verleden de Amerikaanse kunstrijdsters Sasha Cohen en Michelle Kwan.

Morozovs werkwijze is gebaseerd op de manier waarop iemand op het ijs beweegt. De Rus, die dit seizoen de choreografie voor vijftig kunstrijders/sters schreef: „Ik probeer altijd een verhaal te vertellen. En dat helpt de schaatsers, omdat ze beter inzicht krijgen in wat ze doen.”

Het voordeel van Morozov is dat hij als oud-kunstrijder in staat is om de elementen uit een kür persoonlijk voor te doen. Soms is hij zelfs beter dan een pupil.

De resultaten van Morozovs aanpak waren al snel duidelijk. Tijdens de Skate America van vorig jaar november raakte Peggy Fleming, de olympisch kampioene van 1968 en tegenwoordig televisiecommentator bij ABC, onder de indruk van de ‘nieuwe’ Ando. Tegen de krant USA Today zei Fleming destijds: „Haar kür ziet er zeer goed uit. Ze springt beter dan ooit, toont meer artisticiteit en beweegt sierlijker. Ik merk dat ze dit seizoen zeer ambitieus is.”

Het oog van de kenner. Want Fleming had het goed gezien. Ando heeft het laatste stapje gemaakt en dat was in Tokio onmiddellijk goed voor de wereldtitel.

Min of meer tot Ando’s verbazing, omdat de Japanse zich allerminst zeker van zichzelf voelde. Ze werd gehinderd door een schouderblessure en kon alleen met pijnstillers haar korte en vrije kür uitvoeren. Bovendien was ze onzeker geworden door nieuwe schaatsen, die ze op advies van Morozov had aangeschaft.

Het waren schaatsen van lichter materiaal, die in haar voordeel zouden werken bij de sprongen, vooral de viervoudige.

Drie dagen voor haar korte kür in Tokio greep Ando terug op haar oude schaatsen. Ze bleef maar pijnlijke voeten houden in de nieuwe schaatsen en dat stelde haar allerminst gerust wat betreft een goede afloop van de wereldkampioenschappen.

Om die reden besloot ze in samenspraak met Morozov voor een voorzichtige tactiek. Ando sprong in de vrije kür geen viervoudige Salchow, maar stak al haar energie in de zeven drievoudige sprongen. „Het leek ons beter om geen onnodige risico’s te nemen en me te concentreren op de sprongen die ik echt goed onder de knie heb”, zei Ando nadat ze wereldkampioen was geworden. Toch wel tot haar verrassing, omdat ze na de korte kür tweede stond en zich door de vele pijntjes onzeker voelde. Maar op zo’n moment komen de speciale kwaliteiten van een natuurtalent naar boven. En dus behaalde Ando de wereldtitel, het succes dat haar drie jaar eerder al was voorspeld.

En vergeten was de pijn die ze voelde tijdens de trainingen en het heimwee die haar kwelde tijdens het verblijf in Newington. Vaak hing ze huilend met haar ouders aan de telefoon en stond ze op het punt terug te keren naar Japan. Maar dan vond Ando steun bij Daisuke Takahashi, haar landgenoot, die ook bij Morozov traint en vorige week in Tokio verrassend tweede werd achter de Fansman Joubert.

Zo werden twee lotgenoten dé verrassingen van de wereldtitelstrijd en zijn zij de exponenten van een Japanse dominantie in het kunstrijden. Want naast Ando stond zaterdag haar zestienjarige landgenote Mao Asada op het podium, terwijl Yukari Nakano (21) met een vijfde plaats het Japanse succes compleet maakte.

Kenmerkend voor de goede resultaten van Japanners is dat ze het talent hebben, maar voor toptrainers naar de Verenigde Staten moeten. Want naast Takahashi en Ando werkt ook Adada met een Amerikaanse trainer, Rafael Artunian. Hij is bekend om zijn onorthodoxe aanpak, die vooral is gebaseerd op kracht. Normaliter werpt die werkwijze pas na een drietal jaren zijn vruchten af, maar bij Asada is het effect al na een jaar zichtbaar. Als enige kunstrijdster is zij in staat een drievoudige axel te springen.

Dat Asada het podium haalde was bijzonder, omdat ze na de korte kür slechts vijfde stond. Hoewel ze Ando dicht op de hielen zat, was ze als een kind zo blij met zilver, wat ze na afloop liet merken met veel tranen.

Derde werd de Zuid-Koreaanse Kim Yu-Na. Die leidde nog na de korte kür, maar zij verspeelde de titel door twee valpartijen. Daarmee was het een compleet Aziatisch podium, een gebeurtenis die Ando na afloop speciaal vermeld wilde hebben. „Tot voor kort domineerden Europa en Amerika het podium. Maar nu zijn de Aziaten de besten van de wereld”, zei een zeer gelukkige Ando.

http://en.wikipedia.org/wiki/Miki_Ando