Raborenner Oscar Freire nieuwe heerser in Sanremo

De Spanjaard Oscar Freire won voor de tweede keer de klassieker Milaan-Sanremo.

De Raborenner bekroonde een ijzersterke finale met een onweerstaanbare eindsprint.

Alsof Milaan-Sanremo de gemakkelijkste wielerklassieker is, waarin niets fout kan gaan. Demarrages, dringen en wringen, valpartijen: niets bracht Oscar Freire zaterdag ook maar één moment uit zijn evenwicht. De Spaanse Raborenner won de honderdjarige wedstrijd zo overtuigend, dat het was alsof het niet anders had gekund.

Een grote groep wielrenners denderde na 294 kilometer de Via Roma van Sanremo op. Op kop vier man van de Milramploeg van Alessandro Petacchi, winnaar in 2005 en vorig jaar tweede. Daarachter in een zetel Freire, gevolgd door de andere favorieten. Op het moment dat de eerste twee Milramrenners van kop af gingen, schoot de drievoudig wereldkampioen naar voren. Niemand kon hem volgen. „Ik had de juiste positie en de juiste benen. De ruimte kwam er haast vanzelf, ik kon er zo langs.”

Al vóór de finish kon Freire de armen in de lucht steken, in tegenstelling tot zijn eerdere zege in Milaan-Sanremo van 2004. Toen klopte hij op de streep de al juichende viervoudig winnaar Erik Zabel. Nu was er niemand die kon tippen aan de snelheid van de Spanjaard, die de Australiër Allan Davis en de Belg Tom Boonen achter zich hield.

La Primavera, de eerste van de voorjaarsklassiekers, lijkt voor Freire gemaakt. Vanaf 2001 kwam hij alle jaren aan de start. Zijn rijtje eindklasseringen zegt alles: 3-5-7-1-5-6-1. De eerste jaren wilde hij nog weleens te veel met zijn krachten smijten op de klimmetjes in de finale. De laatste edities weet Freire precies wat hij moet doen.

De opening van de 98ste editie (in 1917, 1944 en 1945 ging de wedstrijd niet door) was klassiek. Een snelle koers vanaf de start (de eerste twee uur een gemiddelde van boven de 46 kilometer per uur), na 96 kilometer een ontsnapping van zes, met de Nederlander Koen de Kort. De Raboploeg deed samen met Milram het meeste werk in de achtervolging, wat al veel duidelijk maakte van de ambities van Freire.

Op de natte wegen van de bochtige Capi aan de Middellandse Zee volgden wat valpartijen en een hergroepering. Op de Cipressa ontbrandde de koers, met een vlucht van Franco Pellizotti en Jaroslav Popovitsj. In de kop van het peloton zag Freire dat het goed was. Vlak voor de Poggio, op negen kilometer van de finish de laatste klim, werd het duo gegrepen.

Toen was de beurt aan het jonge Italiaanse klimmertje Ricardo Ricco, onlangs uitblinker in Tirreno-Adriatico. Samen met de Belg Philippe Gilbert nam hij op de top een tiental seconden voorsprong en hield stand in de afdaling. Freire, nog altijd voorin, vond het prima. „Ik vertrouwde volledig op mijn sprint.”

In de straten van Sanremo reden de Milrams het gaatje in no time dicht, en gingen in één moeite door om de sprint aan te trekken. Niet hun kopman Petacchi profiteerde, maar Freire. „De ploeg heeft goed gewerkt maar in de finale bleef alleen Flecha over bij Freire”, zei Raboploegleider Erik Breukink. „Oscar maakt het af in z’n eentje, zoals hij dat perfect kan.”

Freire won vorig seizoen twee ritten in de Tour en een klassieker in Hamburg. Daarna kampte hij met een langdurige blessure aan de nek, zoals hij eerder in zijn carrière vaak met blessureleed te maken had. Bij Rabo mocht de Spaanse kopman in alle rust herstellen. „Oscar is een speciale renner”, zegt manager Theo de Rooij. „Daar moet je niet te veel aan willen sleutelen. Hij wint zo gemakkelijk. Laatst had hij in de Ruta del Sol al een rit gewonnen, pakte hij ook nog de slotrit én het eindklassement. Bijna achteloos.”

Zoals hij ook Milaan-Sanremo won, de vijfde zege van de Raboploeg in een voorjaarsklassieker sinds 1996 (Rolf Sörensen, Michael Boogerd, Erik Dekker en tweemaal Freire). „Ik voelde me vooraf goed en wist dat ik kon winnen”, zei Freire aan de finish. Bijna achteloos.