‘Peruaanse traditie is hersteld’

De zangeres Susana Baca, die zwarte muziek uit Peru verzamelt, treedt volgende week maandag op in Amsterdam.

„Eén keer per jaar mochten de zwarte slaven zich in het openbaar uiten: met Kerstmis. Dan liepen groepen negritos zingend van kerststal naar kerststal”, vertelt de Peruaanse zangeres Susana Baca. Een van die Afro-Peruaanse kerstliederen, Palomita Ingrata (‘Ondankbaar duifje’) staat op haar nieuwe cd Travesías.

Baca (62) zet zich al haar hele leven in voor het behoud van de cultuur van de zwarte Peruaanse bevolking. De in Lima geboren ‘samba’ (zwart gemengd met Indiaans bloed) hoorde van jongs af aan de zwarte muziek van Peru. ,,Maar het was een verborgen cultuur. De zwarten bleven altijd achterin de keuken, achterin het steegje, we waren onzichtbaar. We schaamden ons voor onze kleur, ons kroeshaar, onze cultuur. ” Ook voor de rest van de wereld was onbekend dat zich in Peru een grote zwarte gemeenschap bevond. Baca begon hun geschiedenis uit te graven, en Afro-Peruaanse liederen en gedichten te zingen.

In 1995 kwam Baca’s internationale doorbraak toen David Byrne (ex-Talking Heads) haar strikte voor zijn Luaka Bop-label. Aanvankelijk werd ze begeleid door traditionele instrumenten als de cajón, guapeo (een aardewerken pot) en quijada (de kaak van een ezel), maar steeds meer ging ze de jazzkant op. Op Travesías speelt een New Yorkse crew mee van gitarist Marc Ribot, die jaren met Tom Waits en Elvis Costello speelde, gitarist Kevin Breit, die werkte met Norah Jones en Cassandra Wilson, net als producer Craig Street.

Baca is geen purist: „Omdat ik de Afro-Peruaanse muziek zo goed ken, kan ik ermee experimenteren.” Bovendien is de muziekstijl waarin zij het meeste zingt, de landó, zeer geschikt voor jazzbegeleiding. ,,Met de melancholieke landó voelt het alsof mijn stem zweeft boven de instrumenten. Je kan er goed mee improviseren. Het is eigenlijk onze Peruaanse jazz.”

Haar zeer gevarieerde vierde plaat Travesías (travesía is ‘oversteek’) is de weerslag van jarenlange tournees en samenwerkingsverbanden. Er staat een duet op met de Braziliaanse tropicalia-ster en minister Gilberto Gil, een gedicht van Pablo Neruda en zelfs een cover van de Ierse singer-songwriter Damien Rice. Maar natuurlijk ook slavenliederen en een traditioneel Haïtiaans liedje.

Met haar man, de Boliviaanse socioloog Ricardo Pereira, richtte Baca in Lima het instituut NegroContunuo op ter bevordering van de Afro-Peruaanse cultuur. Ze maakten een reis van 600 kilometer langs de kust om overal oude muziek op te nemen, die dreigde verloren te gaan. In hun huis in Lima bouwden ze een bibliotheek, opnamestudio en leslokalen. Baca: „Daarmee hebben we een nieuwe generatie muzikanten opgeleid. Ze waarderen nu de tradities en gebruiken die in hun eigen muziek, of dat nou pop of rock is.”

Nu hun taak daar is voltooid, trekken Baca en Pereira verder, naar het rurale zuiden. „We gaan NegroContinuo nu vestigen in het dorpje Santa Barbara, waar nog veel armoede is en weinig kennis. Daar gaan we het anders aanpakken. Het wordt nu meer een sociaal-cultureel centrum met aandacht voor emancipatie, en misschien wel elke avond een film.

„Als ik door Lima loop en ik zie een groepje kinderen ‘zapatear’ (op de grond stampen) en op de cajón spelen zoals de oude slaven dat deden, dan ben ik gelukkig”, zegt Baca. „Mijn doel is dat de zwarte bevolking van Peru trots is op haar aandeel in de geschiedenis van dit land. Dat ze zeggen dat ze in het Peruaanse bevrijdingsleger vochten en hebben bijgedragen aan dit land: wij zijn geen Afrikanen, maar Peruanen. Afro-Peruanen. ”

Susana Baca: 2/4 Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam. Res.: 020 7882000