Mak in multicultureel gesprek

Op de laatste dag van de boekenweek sprak Geert Mak met Turkse jongeren over ‘De Brug' het boekenweekgeschenk over Istanbul dat ook in Turkse vertaling is verschenen.

„Mensen vinden mij een nepturk. Ik pas niet in het beperkte beeld dat Nederlanders van Turken hebben, dáár stoor ik me aan”, zegt Çansu Genc. Ze studeert geneeskunde, draagt geen hoofddoekje en is lid van het Rotterdamse studentencorps. Samen met elf andere Nederlandse jongeren – allochtonen en autochtonen – praat ze op de laatste dag van de boekenweek met Geert Mak over zijn boekenweekgeschenk De Brug , dat ook in een Turkse vertaling is verschenen. Locatie: een Turks restaurant in Utrecht. Dezelfde groep reisde vorige maand mee met koningin Beatrix, Willem-Alexander en Máxima tijdens het staatsbezoek aan Turkije. Vooral één aspect aan die reis lijkt Mak, bijna aan het eind van zijn boekenweek-tournee, bijzonder te interesseren: „Zijn er onderweg nog verliefdheden onstaan?”

„Mensen in Nederland hebben oogkleppen voor,” zegt Çansu. „Ze hebben geen idee hoe gevarieerd de Turkse cultuur is.” De Brug, in Turkse vertaling Köprü, laat dat goed zien, vindt ze. Op de Galata-brug in Istanbul sprak Mak met straatverkopers die uit alle uithoeken van het land naar Istanbul zijn gekomen. De Turkse cultuur is een lappendeken van identiteiten, waarin mensen zich zelfs tot aan het geboortedorp van elkaar onderscheiden, dat kunnen Nederlanders én Turkse Nederlanders van het boek leren, vindt Çansu.

Tot ze vorig maand met het Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling Forum in het kader van het project Connecting Identities naar Turkije reisde had ze zelf ook een beperkt beeld van haar geboorteland. Dat veranderde door de gesprekken die ze met Turkse jongeren voerde over onderwerpen als identiteit, ambitie en maatschappelijke betrokkenheid, en door de debatten binnen de groep jongeren. Ze kwam er bijvoorbeeld achter dat Nederlands Turkse jongeren veel minder politiek geëngageerd zijn dan hun leeftijdsgenoten in Turkije. Dat moet veranderen, vindt ze. Connecting Identities biedt daar de mogelijkheden voor: door te praten verspreiden de jongeren nieuwe inzichten.

Ondertussen heeft Çansu haar stokpaardje bij Geert Mak aangekaart: de term allochtoon wordt verkeerd gebruikt. „Klopt”, zegt Mak. „Lubbers is ook allochtoon, zijn moeder is van Duitse afkomst. Maar je hoort nooit iemand zeggen dat Nederland acht jaar door een allochtoon is geregeerd.” Samen besluiten ze voortaan over ‘immigranten’ te spreken.

Het valt wel op: de Turkse jongeren die voor het project zijn geselecteerd zijn stuk voor stuk welbespraakt en hoogopgeleid: voorbeeldige immigranten. Waarom zitten er geen probleemjongeren bij Mak aan tafel? Birgul Ozmen heeft daar wel een antwoord op: „Probleemjongeren zijn hopeloze gevallen. Wij richten ons juist op het grote grijze gedeelte van de jonge Turkse Nederlanders. Mensen die open staan om na te denken over hun identiteit in een multiculturele samenleving. Je moet beseffen dat immigratie tijd nodig heeft. Mijn moeder was analfabeet. Ze heeft zichzelf in Nederland met veel moeite leren lezen en schrijven. En ik, de volgende generatie, ben al trainee bij Binnenlandse Zaken. Wat zal er dan wel niet met mijn kinderen gebeuren?”