Klucht bij windkracht 9

Het WK zwemmen open water over 25 kilometer werd bij de vrouwen gestaakt wegens een storm die onverwacht opstak. „Het was doodeng. Ik had geen idee waar ik was.”

Eigenlijk ontbrak alleen The Great White Shark in Port Phillip Bay. Scholen kwallen slaagden er vorige week niet in de marathonzwemmers uit het water bij St. Kilda Beach te jagen, al kwamen sommige deelnemers aan de WK open water rood van de kwallenbeten uit het water.

Zaterdag moesten de vrouwen capituleren voor de elementen; huizenhoge golven, losgeslagen boeien en kapseizende volgbootjes door een plotseling opgekomen storm gaven de wedstrijdleiding voldoende aanleiding de wedstrijd over 25 kilometer halverwege te staken. „Het was doodeng”, zei de Amerikaanse Kalyn Keller. De Russin Natalia Pankina, die tweede lag, werd alle kanten opgesmeten. „Ik had geen idee waar ik was.”

De omgeving van Melbourne staat bekend om zijn four seasons in one day – een uitermate wispelturig klimaat. Wat begon als een rustig dagje op het strand van St. Kilda eindigde in een ziedende storm die aantrok tot windkracht 9. De Australische Shelley Clark had er minder last van. „Het eerste wat ik dacht toen we het water uit werden gehaald was: een haai. Het was slecht weer, maar niet slecht genoeg om ermee te stoppen.”

Ook de Nederlandse debutante Evelien Sohl (20) had nog wel even door kunnen gaan. „Ik had absoluut geprobeerd te finishen. Ik was moe, maar het ging. Het moeilijkste waren de hoge golven. Je kon de boeien niet zien. Ik had geen idee welke kant ik op moest.”

De eerste onderbreking ooit bij een WK bleek de inleiding tot een zelden vertoonde klucht. De organisatie vergaderde urenlang over hoe het verder moest. Ondertussen hadden de media de Duitse Britta Kamrau, die soeverein aan de leiding ging toen de zwemsters uit het water werden gevist, uitgeroepen tot winnaar. In het wereldbekercircuit kan een gestaakte wedstrijd geldig verklaard worden als de helft van de afstand is gezwommen. De winnaar is degene die vooraan lag. Maar op de WK bestaat die regel niet.

Pas ’s avonds kregen de zwemsters te horen dat ze de volgende dag opnieuw het water in moesten – voor de resterende 12,5 kilometer. De zwemsters zouden daarbij moeten starten met de achterstanden die zij bij het staken van de strijd zaterdag hadden. Maar in de chaos van de reddingsoperatie van zaterdag waren de posities nauwelijks zichtbaar geweest. En zo moest Evelien Sohl met een achterstand van een half uur het water in, terwijl haar werkelijke achterstand volgens bondscoach Edith van Dijk hooguit twintig minuten was geweest. „Ze was daar kapot van toen ze dat hoorde.” Maar zonder klagen dook Sohl gisteren opnieuw het water in. Ze werd tiende, op ruim driekwartier.

Winnares werd inderdaad Britta Kamrau, die het recordaantal WK-medailles van oud-wereldkampioene Van Dijk evenaarde: veertien.

Gisteren bij de 25 kilometer voor mannen waren de omstandigheden beter. Maar het water was opeens beduidend kouder, omdat de storm zeewater uit de diepte had opgestuwd naar de oppervlakte. Maarten van der Weijden hield het snel voor gezien. „Het was te koud voor mijn lichaam”, zei hij. „Mijn spieren verkrampten helemaal. Ik zwem het beste bij een watertemperatuur van 26 graden of meer. Hier werd 17 graden gemeten.” Van der Weijden gaat zich concentreren op de tien kilometer, in Peking volgend jaar een olympisch nummer.