Jonkies bedwingen hun zenuwen

Voor het eerst sinds 1991 won Nederland weer een medaille op de 4x100 meter vrij (vrouwen) bij een WK zwemmen. Het brons werd behaald met twee tieners in de ploeg.

Melbourne, 26 maart. - Ineens stonden de twee jonkies gisteravond op het podium. De pas 16-jarige Ranomi Kromowidjojo, debutante op een WK, en de 19-jarige Femke Heemskerk hadden in Melbourne hun zenuwen weten te bedwingen die horen bij het overweldigende decor van een volle Rod Laver Arena in Melbourne. Samen met hun ervaren ploeggenoten Marleen Veldhuis en Inge Dekker wonnen zij brons op de 4x100 meter vrij, achter wereldkampioen Australië en de Verenigde Staten.

De estafetteploeg bleef verrassend wereldrecordhouder Duitsland voor, hoewel het verschil minimaal was. Een razendsnelle eindsprint van wereldrecordhoudster op de individuele 100 meter vrij Britta Steffen (52,65) maakte het Veldhuis op de laatste meters nog knap lastig.

„We hadden van tevoren al gezegd dat we Duitsland konden verslaan”, zei Veldhuis. „We hebben de derde plaats gehaald doordat Femke en Ranomi zo’n goed middenstuk hebben gezwommen. We hebben het echt als team gedaan. Dat geeft veel vertrouwen voor dit toernooi, maar ook voor de Olympische Spelen van volgend jaar.”

Het was voor het eerst sinds 1991 dat Nederland weer een medaille haalde op dit nummer. En passant werd het nationale record met bijna drietiende van een seconde verbeterd tot 3.36,81.

Vooral voor Heemskerk betekende de eerste Nederlandse WK-finale in Melbourne een doorbraak. Zij klokte als derde zwemster een tijd van 54,13, net zo snel als de Amerikaanse Natalie Coughlin en Dekker, hoewel die als excuus kon aanvoeren dat zij een uur eerder nog de halve finale van de 100 meter vlinder had gezwommen. Bondscoach Jacco Verhaeren, die de medaille – de eerste voor Nederland bij deze WK – al min of meer had voorspeld, vond dat Heemskerk met haar tijd nu „bij de besten ter wereld hoort”.

De zwemster kon met haar prestatie eindelijk de nachtmerrie van Montreal (2005) verdrijven. Bij haar WK-debuut klapte ze genadeloos in elkaar op de 4x200 meter vrij. Gisteren viel dan ook een last van haar af. „Ik heb nog nooit zo hard gezwommen, dus ik ben heel blij. Ik heb tot nu toe niet zulke goede toernooien gezwommen. Ik heb veel geleerd van de dingen die vorige keren misgingen.” Een daarvan, vertelde Heemskerk, is haar enthousiasme. „Ik vind alles leuk en laat me daardoor nog wel eens afleiden van het zwemmen.” Heemskerk dankt haar ontwikkeling mede aan haar overstap, begin dit jaar, naar het Nationaal Zweminstituut Amsterdam.

Veel lof was er ook voor Kromowidjojo, de jongste exponent van de nieuwe generatie zwemsters. Zij was er vorig jaar op de EK ook al bij, als 15-jarige, toen de estafetteploeg zilver won. Verhaeren is blij dat Kromowidjojo een moeilijke periode lijkt te hebben afgesloten. „Ze had niet zo’n sterk voorseizoen, maar dat kan gebeuren op die leeftijd. Ze laat haar klasse zien nu het moet.”

Kromowidjojo wil de komende tijd het gat tussen haar en Veldhuis dichten. „Ik heb het gevoel dat ik wel kan aanklampen. Ik kom steeds dichterbij.” De scholiere wil zich specialiseren op individuele nummers als de 50 en 100 meter vrij, naast de estafettes.

Verhaeren verwacht veel van haar. „Ze zal nog wel beter moeten worden. Maar als je op je zestiende derde van de wereld wordt in een estafette, is dat echt goed. Ik zou niet weten waarom ze niet het niveau kan halen van individuele medailles op de WK en de Spelen, al is ‘Peking’ nog wat vroeg. Maar ze is mentaal sterk. Het is niet niks om hier te zwemmen.”

De estafette liet ook zien dat de onderlinge verschillen tussen de favorieten op de individuele 100 meter vrij klein zijn. Veldhuis zwom met 53,29 ongeveer eenzelfde splittijd als haar concurrenten Jodie Henry en Libby Lenton uit Australië. Alleen Britta Steffen stak met kop en schouders boven de rest uit. De Duitse was daarom zeer teleurgesteld dat haar inspanningen niet werden beloond.

Klucht:pagina 16