Inge Dekker grijpt naast medailles

Inge Dekker is er vanochtend bij de WK zwemmen in Melbourne niet in geslaagd een medaille te winnen op de 100 meter vlinderslag. Met een tegenvallende tijd (58,30) eindigde ze op de vierde plaats.

Het goud ging naar de Australische Libby Lenton (57,15), het zilver naar haar landgenote en titelverdedigster Jessicah Schipper. Derde werd de Amerikaanse Natalie Coughlin.

De 21-jarige Dekker, die gisteren met de estafetteploeg brons veroverde op de 4x100 meter vrij, was vanochtend bijna een halve seconde langzamer dan in de halve finales van gisteren, toen ze een persoonlijk record zwom (57,82) en met een derde tijd naar de finale ging.

Maar ze kon haar status als medaillekandidaat vanmiddag niet waarmaken. „Het maakt niet uit dat ik vierde ben geworden, maar ik ben niet tevreden over die tijd”, zei ze na afloop. „Ik weet niet wat er precies verkeerd is gegaan.” Zenuwachtig was ze niet geweest, zoals haar in het verleden nogal eens overkwam.

Dekker erkende dat de tijd van de nummer drie, Coughlin (57,34), op dit moment buiten haar bereik ligt. „Dat is wel erg hard. Dat had ik niet gehaald, denk ik.”

Dekker, die dit seizoen overstapte naar het Nationaal Zweminstituut Eindhoven waar Jacco Verhaeren de scepter zwaait, werd in augustus vorig jaar in Boedapest Europees kampioen op dit nummer. Bij de vorige WK, in Montreal in 2005, was ze als zesde geëindigd.

Pieter van den Hoogenband dwong vanmiddag een nieuwe confrontatie af met het Amerikaanse wonderkind Michael Phelps. Van den Hoogenband, die in Melbourne hoogstwaarschijnlijk zijn laatste WK zwemt, plaatste zich schijnbaar freewheelend voor de finale van de 200 meter vrije slag van morgen, het nummer waarop hij zijn grootste kans heeft op een medaille. Op de eerste wereldkampioenschappen sinds zijn hernia-operatie, twee jaar geleden, zwom hij vanmiddag de snelste tijd (1.46,33), nog voor zijn Amerikaanse concurrent Michael Phelps (1.46,75).

„Ik ben blij dat ik op een fijne manier 1.46 heb gezwommen”, zei ‘VdH’. „Het ging soepel. Ik denk dat ik nog wel een stapje harder kan en dat ga ik morgen laten zien. Het is heerlijk om na al die tijd weer op dit niveau te kunnen zwemmen. Tweeëntwintig maanden geleden zetten ze het mes in me, en nu kan ik weer met de grote jongens mee.”

Zijn ploeggenoot Olaf Wildeboer, de Spaanse Nederlander die voor het eerst voor Nederland uitkomt op een WK, werd vandaag al in de serie uitgeschakeld met de 34ste tijd (1.50,72).