Ik dacht: ha, cultureel erfgoed! Nee hoor, dat dacht ik niet

Met mijn vriendin X. was ik naar een piepklein dorp in het verre noorden gereden, waar zij binnenkort een huis gaat bewonen. Ik was benieuwd naar dat piepkleine dorp. Ik had er al zo veel over gehoord: over de aardige bewoners, over de weidse akkers en over de gigantische hoeve die ze gekocht had. Dit wilde ik met eigen ogen aanschouwen.

Terwijl zij bezig was met huiskoperige dingen, ging ik door het dorp lopen. „Ik ga even ergens koffiedrinken”, had ik tegen haar gezegd. Ze had me gewaarschuwd dat er nergens koffie te drinken viel, maar dat geloofde ik natuurlijk niet. Elk dorp heeft toch een café? Waar moeten mensen anders heen als ze op zondag uit de kerk komen?

Na enig gewandel door het inderdaad volstrekt caféloze dorp (kan een krant daar iemand heen sturen, die over dit gebrek een indringende reportage maakt?) belandde ik bij de toeristische attractie: een prachtig kasteeltje met een slotgracht. Ik dacht: ha, cultureel erfgoed! Nee hoor, dat dacht ik niet. Ik dacht: ha, koffie! Want bij het kasteeltje was een kleine uitspanning voor de bezoekers.

Bij de uitspanning was niemand te bekennen, dus meldde ik me bij het kasteeltje. Daar werkten twee oudere vrijwilligsters, die samen met mij alle deuren van de uitspanning gingen bevoelen. Ze waren op slot. Nergens was iemand te bekennen die over de uitspanning ging.

Ik bedankte de vrijwilligsters, zei dat het niet erg was, en ging doelloos wat ronddwalen over het landgoed rond het kasteeltje. Na een tijdje merkte ik dat er iemand achter me aan rende. Het was een van de vrijwilligsters. „Ik heb de sleutel!” riep ze. Ze had de sleutel van de uitspanning, leidde me naar binnen, en zette het koffiezetapparaat aan. Zelf hoefde ze geen koffie, zei ze, maar hier was een kopje voor mij.

De andere vrijwilligster kwam er ook bij, om mij gezelschap te houden. Ze vertelden me alles over het kasteeltje en over alle activiteiten die hier in 2007 en 2008 zouden plaatsvinden. Ik luisterde aandachtig, dronk van mijn koffie en beloofde stellig dat mijn vriendin X. hier ook vrijwilligster zou worden zodra ze in het dorp woonde.

Vriendin X. kwam me even later halen, verbaasd dat ik nu al vrienden had. Daarna zei ze dat ze absoluut niet van plan was om te gaan vrijwilligen in het kasteeltje. Maar ik wel.