Hardwaar

Vorige week gehoord op de radio, uit de mond van een eigenaar van een tuincentrum die een journalist rondleidde: „En hier staat de hardwaar.”

De hardwaar, dat zijn dus níét de planten en de bloemen, maar de tuinmeubels, de fonteinen en – zo neem ik aan – de tuinkabouters.

Ik had het woord hardwaar nooit eerder gehoord, maar het blijkt vaker te worden gebruikt. Zo las ik op internet: „De derde, die in het normale leven bij de brandweer zit, zei weer dat de hardwaar niet deugde.”

Er kunnen verschillende redenen zijn om het Engelse hardware (spreek uit: hardwèr) te vervangen door hardwaar. Omdat je vindt dat dit grappig klinkt. Omdat je vindt dat het Nederlands al meer dan genoeg Engelse woorden heeft; klein beetje anders uitspreken en schrijven, en hup, het is Nederlands geworden. Nog een reden: omdat je vindt dat hardwaar góéd klinkt – bij de tijd, modern.

Volgens mij gebruikte de eigenaar van het tuincentrum hardwaar om die laatste reden. Ik vermoed dat hij vindt dat het aansluit bij het imago van zijn centrum. Modern, efficiënt, goed geautomatiseerd, maar toch Hollands, want weinig producten zijn zo Nederlands als bloemen, planten en tuinkabouters.

Hardwaar – een woord met internationale allure, maar toch met de poten in de klei.

tikfout. Overigens zijn de kranten zeer terughoudend met het gebruik van hardwaar. In LexisNexis, het grootste digitale krantenarchief, dat de inhoud bevat van tientallen landelijke en regionale kranten uit de afgelopen vijftien jaar, vond ik slecht één hardwaar, in 1993, in de krant die een slijpsteen voor de geest wil zijn. „De surseance van DAF is symptomatisch voor de Nederlandse en de internationale crisis. Wereldwijd worden teveel auto’s, vrachtauto’s, staal, vliegtuigen en andere hardwaar geproduceerd.”

Hardwaar zou hier weleens een tikfout kunnen zijn, maar ook een grapje – dat vervolgens meteen op de zwarte lijst van de eindredactie terecht is gekomen, want daarna heeft u het in deze krant nooit meer kunnen lezen.

tomtommen. Komt dat vaker voor, vondsten van journalisten die door de eindredactie uit de krant worden geweerd? Zeker. Een voorbeeld voor deze krant: tomtommen voor ‘navigeren’, naar het bekende navigatiesysteem van TomTom. Eén keer was dit woord in deze krant te lezen, in 2005, in een zin van Menno Tamminga: „Het is even tomtommen, maar dan weet je ook dat je goed terecht komt.”

Hardwaar is nooit algemeen bekend geworden, tomtommen wel. Ik tomtomde, wij tomtomden, wij hebben getomtomd – in het Jaarboek taal 2007 van uitgeverij Van Dale is dit nieuwe werkwoord al opgenomen, wat betekent dat het op weg is naar de Grote Van Dale.

Op internet is tomtommen – in verschillende vervoegde vormen – al ruim dertienhonderd keer te vinden, maar na die ene keer dus nooit meer in deze krant, omdat de eindredactie het tegenhoudt.

Overigens zijn ook de meeste andere kranten erg terughoudend met het gebruik van tomtommen. Het zou mij niet verbazen als dit een juridische achtergrond heeft. Fabrikanten beginnen vaak dreigende taal uit te slaan als hun met veel reclamegeld opgebouwde merknaam in de media wordt gebruikt als soortnaam. Dat geldt trouwens niet alleen voor hardwaar, maar ook voor zachtwaar.

Ewoud Sanders

Reacties zijn welkom via www.nrc.nl/woordhoek