Gerust hooglander buffelen

Schots hooglandervlees ligt gewoon in de winkel.

Eet onbezwaard: ze hebben jarenlang vrij kunnen grazen.

Het is bekend dat het eten van vlees nogal milieubelastend is. Een beetje koe heeft flink wat weiland nodig en koeien worden ’s winters bijgevoerd met plantaardig spul dat ook allemaal landbouwgrond vraagt – als je zelf direct groenten en granen zou eten, zou dat een hoop schelen. Maar het is ook bekend dat vlees erg lekker is. Dus zoek je naar een milieuvriendelijke manier om af en toe toch lekker vlees te eten. En die vind je ook. Want je kunt vlees krijgen van Schotse hooglanders die natuurgebieden begrazen in plaats van landbouwgrond. Voor het dierenwelzijn ben je dan ook prima bezig: zulke dieren leven bijna twee keer zolang als een gewone koe of os, en ze leven buiten, in groepen, kalveren blijven bij de koeien – alles is eigenlijk prima geregeld.

Op bezoek bij ‘De kudde van Anloo’, nabij het Drentse Annen, leer je een hoop, bijvoorbeeld ook om niet bang te zijn voor enorme koeien met reusachtige horens die vrolijk op je af komen. Of althans, ze komen af op Rudolf Horst en zijn vrouw Ankelien Wielinga, die tussen de 120 en de 140 dieren beheren. Dat aantal fluctueert wat in verband met de verkoop van dieren aan het buitenland, voor de fok.

Het bedrijf is van Ankelien. Zij doet de administratie, koopt in voor de winkel die ze aan huis hebben, zorgt dat de dieren die klaar zijn voor de slacht opgehaald worden, praat met slagers en braadt zelf heerlijke sukadelappen voor mensen die niet kunnen of willen koken. Rudolf is oorspronkelijk met de hooglanders begonnen, al in de jaren zeventig. Nu is hij met pensioen, maar hij gaat elke dag de verschillende groepen dieren af, om even te kijken hoe ze het maken.

De meeste boeren kunnen zich niet permitteren om hun vleesdieren erg oud te laten worden: elke dag verzorging en voedsel kost geld en drijft dus ook de uiteindelijke prijs op. Rudolf en Ankelien hebben na 3,5 jaar nog altijd maar 280 kilo vlees van een os om te verkopen – een gewone boer haalt bijna het dubbele gewicht in bijna de helft van de tijd. Toch kan ‘De kudde van Anloo’ zich financieel handhaven. De hooglanders kosten zowat niets in het beheer. Voedsel vinden ze zelf en ze hoeven niet op stal. Alleen in heel schrale winters moeten ze wat bijgevoerd worden.

Nu, in het vroege voorjaar, kijken Rudolf en Ankelien of de drachtige koeien al een kalf gekregen hebben. Als we over het ruige terrein aan komen rijden, zegt Ankelien: „Daar staat er een apart.” En even later zegt ze: „Er is een kalf bij.”

Ik tuur door de voorruit en zie zelfs de koe niet, als ik haar eindelijk in de gaten heb, een bruine vlek in het geelbruine landschap, zie ik nergens een kalf. Dat blijkt als we veel dichterbij zijn gekomen zowat onder de koe te staan. Rudolf stapt uit, neemt een stok en een oormerk mee, en wandelt op de jonge moeder af. Hij geeft haar een stukje veekoek, entert het kalf, doet een oormerk in en klaar. Ik kijk met open mond toe. Zijn jonge koeienmoeders niet berucht agressief? „Niet als ze je kennen”, zegt Rudolf. Hij en Ankelien kennen de koeien bij naam en gezicht – de ossen, de jonge stieren die niet uitverkoren worden om fokstier te worden, niet allemaal. Die blijven korter, 3,5 jaar zoals gezegd, dan is de vlees-vetverdeling optimaal, hebben ze uitgevonden.

Je vergeet in de roes van de natuurbeleving en dierenliefde even helemaal dat je was gekomen vanwege je dierlijke vleesdrift. Maar eenmaal bij Landwinkel ‘De grazerij’, zoals de zaak van Rudolf en Ankelien heet, denk je nergens anders meer aan. In de winkel liggen heel veel mooie stukken vlees, verse worsten, hamburgers, gehakt, stoofvlees en rood vlees, en ook stukken die je niet zo vaak meer ziet: een mooi stuk contrafilet (dunne lende aan één stuk), bloemstuk, klapstuk, longhaas – Ankelien is een liefhebber van precieze namen, niet van stomme aanduidingen als ‘ braadvlees’. En vooral houdt ze van rundvlees met veel smaak. Ouderwets vlees.

Kijk voor meer informatie over hooglandervlees op www.kuddevananloo.nl