Een fijne poot, een goede grap en kunnen tekenen

Door de ‘cartoonrellen’ werden tekenaars zélf nieuws.

Ze verweerden zich met inkt.

Vanaf de rug zien we de tekenaar aan zijn bureau zitten. Kroontjespen in de aanslag, laptop ernaast en ochtendkrant onder handbereik – maar het weidse uitzicht vanaf de werkplek wordt volkomen in beslag genomen door de neus van een snel naderende Boeing, waar de tekenaar verschrikt naar opkijkt. ‘Tekenaar bedreigd’, luidt het bijschrift in de hoek van de politieke cartoon die Jos Collignon vorig jaar februari maakte naar aanleiding van de ‘cartoonrellen’.

Het is de favoriete tekening van conservator Niels Beugeling van het Persmuseum, waar tot eind april 180 politieke tekeningen zijn tentoongesteld. Sinds 1993 organiseert de stichting Pers & Prent deze expositie over spotprenten in de pers, een jaar later werd de Inktspotprijs voor de beste tekening van het jaar ingesteld. Voor het jaar 2006 is tekenaar ‘Willem’ (Bernhard Willem Holtrop) tot winnaar uitgeroepen, met een tekening over de bouw van een afscheidingsmuur door Israël op de Westelijke Jordaanoever. De spotprent werd in juli gepubliceerd in HP/De Tijd. Willem woont in Frankrijk, waar hij een stuk beroemder is dan in Nederland.

„In Frankrijk is veel meer ruimte voor satire, en dus ook voor getekende spot”, zegt conservator Beugeling tijdens een korte rondleiding langs de prenten. „De rel rondom de afbeelding van Mohammed in Denemarken is nu, een jaar later, weer helemaal terug met de affaire rond Charlie Hebdo.” Het Franse satirische weekblad publiceerde vorige maand opnieuw de verzameling controversiële Deense cartoons (zie kader).

In de ruimte waar het werk van 28 politieke tekenaars uit Nederlandse media hangt, verwijst een deel naar de Nederlandse reacties op de cartoonrellen. Volkskrant-tekenaar Jos Collignon werd zelfs bedreigd voor zijn getekende reactie op de rellen, en maakte de bedreiging weer onderwerp van een nieuwe tekening.

„Daar ben ik ontzettend jaloers op, dat hij wél werd bedreigd”, lacht nrc.next-tekenaar Ruben L. Oppenheimer. Ook hij sloeg met inkt terug, en maakte scherpe tekeningen over het wel of niet mogen afbeelden van Mohammed. Oppenheimer kijkt terug op een wonderlijke periode: „Het is absurd om als tekenaar ineens zélf onderwerp van het nieuws te zijn: een soort Escher-tekening, de hand die de andere tekenende hand tekent.” Hij tekende voor NRC Handelsblad een prent waarin de woorden ‘dit is niet Mohammed’ de contouren van de profeet vormen. Ook die is te bewonderen in het Persmuseum.

Hij zegt dat hij niet per se zijn nek heeft uitgestoken tijdens de cartoonrellen, „ik heb hooguit geen stap naar achter gedaan, wat sommige andere tekenaars wel deden.”

Voor het overige lijkt 2006 een vruchtbaar jaar geweest, wat onderwerpen betreft: Verdonk, Balkenende en militairen in Afghanistan spelen vaak de hoofdrol in de getekende kluchten en karikaturen.

Dankbare slachtoffers voor een spotprent, zegt Oppenheimer. De Maastrichtenaar (31) tekent sinds vijf jaar voor NRC Handelsblad en nrc.next, naast zijn werk voor dagblad De Limburger en diverse Wegener-bladen. Vorig jaar werd hij voor het eerst uitgenodigd om werk in te sturen voor het jaaroverzicht ‘Politiek in Prent’. „Tekenaars worden door de stichting gevráágd”, legt conservator Beugeling uit. „Anders zouden ze overspoeld worden met inzendingen, dat is ook niet de bedoeling.”

Politiek tekenaar is een eigenaardig beroep, zegt Ruben Oppenheimer: „Je moet een fijne poot hebben – goed kunnen tekenen – en een goede grap verzinnen. Je geeft commentaar op het nieuws; dus voel ik mezelf meer journalist, of columnist, dan kunstenaar.”

Opvallend op de expositie is het verschil in stijl van de tekenaars. Zo vat Sieb Posthuma (NRC Handelsblad) de wereld graag samen in kleurrijke collages, vormen de bekende pennenstreken van Peter van Straaten (Vrij Nederland) een schril contrast met de ‘klare lijn’ van Djanko (Algemeen Dagblad), tekent Albo Helm (Vrij Nederland) complete stripverhalen en werkt TRIK (Nieuwe Revu) vooral op de computer – hetgeen statische en simpele beelden oplevert.

Wat vernieuwing betreft, wijst Beugeling op de animatieprenten van Joep Bertrams, die in de hoek van de expositieruimte op dvd worden vertoond. „Het is een raadsel dat niet meer tekenaars daarmee zijn begonnen”, peinst Beugeling. Ruben Oppenheimer begrijpt het wel: „Ik ben nog lang niet uitgekeken op de mogelijkheden van het stilstaande beeld.”

De expo Politiek in Prent t/m 29 april in het Persmuseum in Amsterdam, Zeeburgerkade 10. Toegang 3,50. Geopend di-vr 10-17 uur, za 12-17 uur. Of bekijk enkele politieke prenten op www.persmuseum.nl/pip2006