De dodenrit van een drugsbaron

Een tochtje van de ene naar de andere sloppenwijk werd drugsbaron Robson fataal.

De nieuwe gouverneur van Rio treedt hardhandig op om de stad veiliger te maken.

Als de lijkkist van Robson Roque da Cunha (38) naar zijn graf wordt gedragen, komt de schreeuwende menigte op begraafplaats Irajá in beweging. Een zee van bloemen daalt neer op het levensloze lichaam van de Braziliaanse drugsbaron. Een flauwgevallen vrouw wordt weggedragen.

De moeder van de doodgeschoten drugsbaron zakt voortdurend in elkaar. Ze hoort het serene applaus niet dat honderden meters verderop klinkt als de laatste eer aan haar zoon wordt bewezen. Robson is niet zomaar een van de duizenden doden die het drugsgeweld in de favelas van Rio de Janeiro jaarlijks eist. Zijn dood is voorpaginanieuws in het Zuid-Amerikaanse land. Hij gold als de leider van het Comando Vermelho (Rode Commando), dat de macht heeft in krottenwijken als Furquim Mendes, Vila Cruzeiro, Dique en Vigário Geral. De vrees is groot dat de dood van Robson tientallen nieuwe slachtoffers tot gevolg zal hebben.

Het geweld in de krottenwijken van de Braziliaanse stad laaide eind vorig jaar op. De nieuwe gouverneur Sergio Cabral koos in tegenstelling tot zijn voorgangers voor een harde lijn. Hij wil de stad voor de Pan-Amerikaanse Spelen, die deze zomer in Rio de Janeiro plaatshebben, veiliger maken. Confrontaties tussen drugscommando’s en politie zijn aan de orde van de dag. Binnen de grenzen van de beruchtste krottenwijken ligt de macht bij de drugscommando’s. Daarbuiten, op het ‘asfalt’, is de politie de baas.

Een kort ritje tussen twee verschillende sloppenbuurten wordt Robson Roque da Cunha en drie anderen op vrijdag fataal. De grijze Volkswagen Golf van de man die bekend staat als een van de grootste ontvoerders van Brazilië, wordt even buiten de wijk Vigário Geral doorzeefd met politiekogels. Ook de lijfwachten overleven de schietpartij niet. Niet lang daarna gaan de luiken van de winkels en restaurants in de luxe buurten Ipanema en Copacabana dicht op bevel van overgebleven drugsbazen. Binnen 24 uur is Robson vervangen door een opvolger, die naar verwachting ook niet oud zal worden.

Robson deed zijn ‘werk’ de afgelopen zeventien jaar vanuit de gevangenis. Hij belandde in de cel voor onder meer de ontvoering van zakenman Roberto Medina, de huidige minister van Toerisme. Drie maanden geleden kwam de chef van het Rode Commando op vrije voeten. Binnen zijn territorium werd hij gerespecteerd als een leider, die zijn arme buurtgenoten wel eens wat toestopte. Een speciaal daarvoor benoemde secretaris hield in de gaten waar de inkomsten van naar verluidt tienduizenden euro’s per week aan besteed dienden te worden. Auto’s stonden nooit op het verlanglijstje, die worden steevast gestolen.

De avond is al bijna gevallen als Robson drie dagen voor zijn dood in vliegende vaart de wijk Furquim Mendes binnenrijdt. De jonge bewakers aan de ingang van de wijk houden hun wapens naar beneden. De Volkswagen stopt bij het voetbalveld waar een aantal soldados (bewakers van de drugsbazen) uit verschillende wijken een wedstrijd spelen.

In het licht van de schijnwerpers stapt Robson uit de auto. Onder zijn voetbalbroekje zit een pistool verscholen. Een lijfwacht loopt zwaaiend met twee wapens in zijn hand. Het gezelschap maakt zich in het hart van de wijk geen moment zorgen om de veiligheid.

Als de politie het al zou wagen om een inval te doen, zal het geschiet van de ‘grensbewakers’ als waarschuwing gelden. De grote baas werpt een korte blik op een rokende barbecue en groet hartelijk als hij Nanko van Buuren en een drietal andere Nederlandse bezoekers ontwaart. Niet snel daarna steken de bewakers de wapens uit de ramen van de auto als teken van een vertrek.

Van Buuren, directeur van het Braziliaanse Instituut voor Innovatie ter bevordering van een Gezonde Samenleving (Ibiss), bouwde in Rio de Janeiro een relatie op met Robson en zijn familie. De welzijnswerker gebruikt zijn contacten met drugsbazen om de leefbaarheid in de armste wijken van Rio te verbeteren. Niet zelden bemiddelt Van Buuren in onderhandelingen tussen politie en Braziliaanse drugsmaffia. Zover kwam het afgelopen vrijdag niet eens.

Toevalligerwijs staat Van Buuren die dag met de vader van Robson te praten, als plotseling vanaf de nabij gelegen Rua Bulhões de Maciel schoten klinken. „Zo, daar wordt wel gericht geschoten”, merkt Van Buuren op. De Nederlander noch de Braziliaanse vader beseffen op dat moment dat ze getuige zijn van een liquidatie die Rio de Janeiro nog dagen in zijn greep zal houden.

Het lichaam van Robson wordt een dag later al begraven. In de uren voor de uitvaart is de sfeer in Vigário Geral gespannen. Groepjes jongens rennen met getrokken wapens door de nauwe straatjes en schieten in de lucht. Een jongen in een shirt van voetbalclub Flamengo verschanst zich achter een muurtje en probeert een politiewagen onder schot te nemen. Van Buuren weet een vuurgevecht te voorkomen.

Een uur later koerst hij met zijn wagen naar de openbare begraafplaats. Van de andere kant komen bewapende agenten met geladen geweren naar beneden. De politie houdt de begrafenis van een afstandje scherp in de gaten. Tijdens de korte rouwperiode geldt een wapenstilstand. Maar die duurt in Rio zelden lang.