De dodenrit van een drugsbaas in Rio

Rio de Janeiro, 26 maart. - Als de lijkkist van Robson Roque da Cunha (38) naar zijn graf wordt gedragen, komt de schreeuwende menigte op begraafplaats Irajá in beweging. Een zee van bloemen daalt neer op het levensloze lichaam van de Braziliaanse drugsbaron. Een flauwgevallen vrouw wordt weggedragen. ‘Liberdade R.C.’ schreeuwen opgewonden mannen. De moeder van de doodgeschoten drugsbaron zakt voortdurend in elkaar. Ze hoort het applaus niet dat honderden meters verderop klinkt als de laatste eer aan haar zoon wordt bewezen.

Robson is niet zomaar één van de duizenden doden die het drugsgeweld in de favelas van Rio de Janeiro jaarlijks eist. Zijn dood is voorpaginanieuws in het Latijns-Amerikaanse land. Hij gold als één van de leiders van het rode commando dat de macht heeft in krottenwijken als Furquim Mendes, Vila Cruzeiro en Vigário Geral. De vrees is groot dat de dood van Robson tientallen nieuwe slachtoffers tot gevolg zal hebben.

Het geweld in de krottenwijken van de Braziliaanse stad is sinds eind vorig jaar opgelaaid. De nieuwe gouverneur Sergio Cabral kiest in tegenstelling tot zijn voorgangers voor een harde lijn. Hij wil de stad voor de Pan-Amerikaanse Spelen, die deze zomer in Rio de Janeiro plaatshebben, veiliger maken. Confrontaties tussen drugscommando’s en politie zijn aan de orde van de dag. Binnen de grenzen van de beruchtste krottenwijken ligt de macht bij de drugscommando’s. Daarbuiten, op het ‘asfalt’, is de politie de baas.

Een kort ritje tussen twee verschillende sloppenbuurten wordt Robson Roque da Cunha en drie anderen afgelopen vrijdag fataal. De grijze volkswagen Golf van de man die bekend staat als één van de grootste ontvoerders van Brazilië, wordt even buiten de wijk Vigário Geral doorzeefd met politiekogels. Ook Toninho Gordo overleeft de schietpartij niet, evenmin als twee andere lijfwachten. Binnen 24 uur is Robson al vervangen door een opvolger, die naar verwachting ook niet oud zal worden als traficante.

Robson deed zijn ‘werk’ de afgelopen zeventien jaar vanuit de gevangenis. Hij belandde in de cel voor onder meer de ontvoering van de beroemde zakenman Roberto Medina. Drie maanden geleden kwam de chef van de Comando Vermelho (rode commando) op vrije voeten. Binnen zijn territorium werd hij gerespecteerd als een leider, die zijn arme buurtgenoten wel eens wat toestopte. Een speciaal daarvoor benoemde secretaris hield in de gaten waar de inkomsten van naar verluidt tienduizenden euro’s per week aan besteed dienden te worden.

De avond is al bijna gevallen als Robson drie dagen voor zijn dood in vliegende vaart de wijk Furquim Mendes binnenrijdt. De jonge bewakers aan de ingang van de wijk houden hun wapens naar beneden. De volkswagen stopt bij het voetbalveld waar een aantal soldados (bewakers van de drugsbazen) uit verschillende wijken een wedstrijd afwerken. In het licht van de schijnwerpers stapt Robson uit de auto. Onder zijn voetbalbroekje zit een pistool verscholen. Toninho Gordo loopt zwaaiend met twee wapens in zijn hand. Het gezelschap maakt zich in het hart van de wijk geen moment zorgen om de veiligheid. Als de politie het al zou wagen om een inval te doen zal het geschiet van de ‘grensbewakers’ als waarschuwing gelden. De grote baas werpt een korte blik op een rokende barbecue en groet hartelijk als hij Nanko van Buuren en een drietal andere Nederlandse bezoekers ontwaart. Niet snel daarna steken de bewakers de wapens uit de ramen van de auto als teken van vertrek.

Van Buuren, directeur van het Braziliaanse Instituut voor Innovatie ter bevordering van een Gezonde Samenleving (IBISS), bouwde in Rio de Janeiro een relatie op met Robson en zijn familie. De welzijnswerker gebruikt zijn contacten met drugsbazen bij zijn streven om de leefbaarheid in de armste wijken van Rio te verbeteren. Niet zelden fungeert Van Buuren als bemiddelaar in onderhandelingen tussen politie en Braziliaanse drugsmaffia.

Toevalligerwijs staat Van Buuren vrijdag samen met de vader van Robson te praten, als plotseling vanaf de nabij gelegen Rua Bulhões de Maciel schoten klinken. „Zo daar wordt wel gericht geschoten”, merkt Van Buuren op. De Nederlander noch de Braziliaanse vader beseft op dat moment dat ze live getuige zijn van een liquidatie die Rio de Janeiro nog dagen in haar greep zal houden.

Het lichaam van Robson wordt een dag later al begraven. In de uren voor de begrafenis is de sfeer in Vigário Geral gespannen. Groepjes jongens rennen met getrokken wapens door de nauwe straatjes en schieten in de lucht. Een jongen in een Flamengo-shirt verschanst zich achter een muurtje en probeert een politiewagen onder schot te nemen. Van Buuren weet een vuurgevecht te voorkomen.

Een uur later koerst hij met zijn wagen naar de openbare begraafplaats. Van de andere kant komen bewapende agenten met geladen geweren naar beneden. De politie houdt de begrafenis van een afstand scherp in de gaten. Tijdens de korte rouwperiode geldt een wapenstilstand. Maar die duurt in Rio zelden lang.