Cupido in de slaapkamer

Indonesië is een arm land, althans gemiddeld. Want er is ook een kleine, rijke bovenlaag en die steekt het licht niet onder de korenmaat: Schöner Wohnen in Jakarta, tweede aflevering.

Europees-klassiek, zo noemt Lia (40) haar smaak. Of ze daar nog preciezere beelden bij heeft – Louis Seize, empire? – zou ze zo niet kunnen zeggen: „Ik houd enorm van zuilen.”

Ja, dat zie je. Grote zuilen voor het front, hoge zuilen in de ontvangsthal, in de kamer en tegen het tuinhuis. Zuilen overal.

Drie jaar wonen Lia en Victor Hadinata nu met hun twee dochters van 11 en 8 in dit huis en Lia heeft het helemaal in haar smaak verbouwd. Interieur, zo zegt ze, is haar passie. Ze is vriendelijk en gastvrij. De woonkamer is tien meter hoog en voorzien van een grote Spaanse kroonluchter. De muren zijn bepleisterd met classicistische ornamenten, de deurknoppen zien eruit als dikke koorden met trossen, maar dan alles van ijzer en met bladgoud. Op de vloer witmarmeren tegels van een vierkante meter, met zwart gevlamd. Boven de brede trap die zich omhoog slingert, is een koepelgewelf, indirect aangelicht en met lichtblauwe luchten en in het midden de Heilige Geest. Daarachter een groot raam van anderhalf bij drie meter met een Christusfiguur erin gebrand.

Lia is actief in de protestants-christelijke Bethel-gemeente. Er is bij haar beneden ook weleens een dienst – dat kan makkelijk, want hier is het niet alleen hoog, maar ook en vooral: groot.

Victor is groot in de meubelexport. Ze zijn allebei Javaanse Chinezen, afkomstig uit Semarang en wonen daar al generaties lang. En ze hebben in Los Angels gewoond – een keer vrijwillig, een keer wat minder. Lia: „Dat was in 1998 bij de opstand tegen Suharto. Ik had twee boutiques hier in de stad, maar het was heel beangstigend allemaal.”

Als Indonesië onrustig wordt, koelen mensen hun woede hier bij voorkeur op Chinezen. Dat zijn de rijke zakenlui, en hun panden gaan dan in de brand. Het was in 1998 niet anders en rijke Chinezen maken dan altijd dat ze wegkomen. „Maar we hebben gelukkig een greencard.”

Los Angeles trekt hen, „want er wonen daar heel veel Aziaten.” Maar ze voelen zich ook hier thuis, in de wijk Pondok Indah. Toen ze het huis kochten, had het geen stijl. Lia maakte overal foto’s – in Los Angeles en in Europa. „En dan ging ik hier naar de fabriek en liet het namaken.”

Ze wonen zelf meestal boven. Langs de balustrade staan bankstellen, een kolossale televisie, acht kooien met marmotten en daarachter een keuken, waar personeel geluidloos met pannen in de weer is. Het gezinsleven speelt zich dus af op een gigantische overloop. De ramen aan de voorkant zijn voorzien van gedraaid gietijzer, in de kleuren wit en goud. „Ja, dat is hier helaas nodig.”

Over de balustrade heen kijk je hoog boven de ontvangstkamer naar het zwembad dat achter het glas buiten rondom het huis krult. Rechts daarvan de zuilen van het prieel, zo’n vijf meter hoog.

Het oog valt op een groot raam, waarin een cupido met mandoline is gebrand. Hun slaapkamer. Hoe komt ze aan die afbeelding? „Gefotografeerd”.

Waar? „Ja, dat weet ik niet meer.”