Bezwaren tegen ‘ruilen’ donornier

Een voorgenomen experiment om het tekort aan nieren voor orgaandonatie te verminderen is onwettig. En medisch-ethisch zijn er vraagtekens bij te plaatsen. Dat schrijft de Gezondheidsraad in een advies over ‘ruilen van een donornier tegen voorrang op wachtlijst’.

Het experiment van de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) moest een uiterste oplossing zijn voor nierpatiënten die een donornier nodig hebben en die een verwante bereid hebben gevonden een nier af te staan die voor de patiënt medisch gezien echter ongeschikt is. De levende donor zou de nier afstaan aan een wachtende die hoog op de wachtlijst staat voor donornieren van overleden donoren. In ruil daarvoor zou de partner hoog op die wachtlijst komen.

Nierpatiënten met een partner die een nier wil afstaan kunnen direct geholpen worden als de nier medisch gezien ‘past’. Voor levende donaties bestaat geen wachtlijst. In het vervolg daarop bestaat er al jaren een succesvol cross-over nierdonatieprogramma. Daarin worden paren met niet-passende nieren gekoppeld aan andere paren zodat er wel ‘passende’ combinaties ontstaan. Bij dergelijke cross-overs zijn soms drie paren betrokken. „Het experiment zou daar het vervolg op zijn”, zegt NTS-directeur Bernadette Haase.

De nier zou dan gaan naar een onbekende ontvanger die hoog op de wachtlijst voor post-mortale donornieren staat. In ruil daarvoor zou de partner snel een passende nier van een overleden donor krijgen.

Maar de wet formuleert een regel die zoveel mogelijk gelijke kansen schept voor wachtende patiënten, schrijft de Gezondheidsraad, terwijl het ruilexperiment van de Nederlandse Transplantatie Stichting als doel heeft om zoveel mogelijk transplantaties te laten plaatsvinden. Dat is niet zoals de wetgever het bedoelt, schrijft de Gezondheidsraad, en dat betekent dat het ook geen eenvoudige technische wetswijziging kan zijn.