Arib hervat haar ‘explosieve’ werk

Op werkbezoek in Marokko stuit het Kamerlid Khadija Arib (PvdA) op onbegrip over het heftige debat in Nederland om haar werk voor de mensenrechten.

Vrienden en collega’s vallen het Tweede Kamerlid Khadija Arib (PvdA) in de armen in de Marokkaanse hoofdstad Rabat. Het is haar eerste reis naar Marokko sinds PVV-leider Wilders haar integriteit in de Kamer ter discussie stelde. „Je hebt je geweldig verdedigd”, roept de een. „Hebben ze je daar in Nederland niet in de gevangenis gegooid?”, grapt de ander. De vrienden hebben de ophef over Aribs adviesfunctie in haar land van herkomst op afstand nauwgezet gevolgd.

Afgelopen vrijdag was de vijfde bijeenkomst van de Marokkaanse migratie-werkgroep, waar Arib als adviseur in zit. Geert Wilders’ Partij voor de Vrijheid eiste eerder deze maand haar vertrek. Een Nederlands Kamerlid dat de Marokkaanse koning adviseert, laat zich in met belangenverstrengeling en conflicterende loyaliteiten, zei Wilders. De overige fracties in de Kamer waren dat niet met Wilders eens. Maar Aribs eigen partij, de PvdA, deed daarna wel een onderzoek naar haar onbetaalde bijbaan. Kort daarna besloot een Belgische parlementslid de uitnodiging voor de werkgroep af te slaan om belangenconflicten te voorkomen.

In de gewraakte werkgroep zitten politici, wetenschappers, docenten en ondernemers van Marokkaanse afkomst die zijn gevestigd in landen als Nederland, Frankrijk en Spanje. Zij moeten in juni een advies uitbrengen over de oprichting van een Hoge Raad voor Marokkanen in het buitenland. Deze Haute Conseil wil zich inzetten voor de belangen van Marokkanen in de diaspora en hun ‘onderscheidende culturele en religieuze identiteit…’ Het gaat om een niet te veronachtzamen groep mensen, die voor 19 procent van het bruto binnenlands product van Marokko zorgt.

De bijeenkomst van de werkgroep vrijdag wordt sterk gedomineerd door de Nederlandse ophef over Arib. Alle leden – voornamelijk linkse activisten die Marokko ontvluchtten tijdens het totalitaire periode onder koning Hassan II – doen er bij toerbeurt hun zegje over, vaak erg geëmotioneerd. Zij onderkennen dat ze met „explosieve” onderwerpen bezig zijn, zoals de betekenis van burgerschap en het daarbij horende aspect van de dubbele nationaliteit.

„Wat er in Nederland is gebeurd, raakt de meest wezenlijke vragen. Het behoren tot verschillende politieke en culturele gemeenschappen is een mondiaal verschijnsel. Het debat daarover kan overal uitbarsten. Het is een diepgeworteld identiteitsprobleem”, zegt een van de werkgroepleden in een prestigieuze vergaderzaal met Marokkaanse mozaïeken en gewelven.

De leden van de werkgroep concluderen dat zij veel beter moeten communiceren met de buitenwereld. Om duidelijk te maken dat de werkgroep er is om het precaire democratische proces dat in Marokko onder de nieuwe koning Mohammed VI ontluikt, kracht bij te zetten. En niét om er voor te zorgen dat de Marokkaanse overheid haar onderdanen in het buitenland, net als vroeger, onder controle houdt. „Wij zijn geen verlengstuk van de Marokkaanse koning”, zegt een ander Nederlands lid van de werkgroep, Abdou Menebhi.

[Vervolg ARIB: pagina 3]

Arib: cruciale rol voor vrouwen

Mentaal is het een opsteker voor Arib, maar fysiek zijn de dagen in Rabat zwaar. Het Kamerlid heeft zich de afgelopen maanden gestort op de organisatie van een conferentie over de problemen die Marokkaanse migrantenvrouwen hebben met de Marokkaanse overheid en wetgeving. Die conferentie is een van de vier conferenties die de werkgroep organiseert voor Marokkanen in het buitenland, ter voorbereiding van het advies over de oprichting van de Hoge Raad. Arib houdt zich al decennia met de emancipatie van Marokkaanse vrouwen bezig, en is om die reden voor de werkgroep gevraagd. Met onder meer deze conferenties moet de werkgroep de problemen van migranten in het buitenland in kaart te brengen.

Op zaterdag en zondag discussiëren een kleine honderd Marokkaanse migranten in een sjiek hotel in Rabat met elkaar over de problemen waar vrouwen tegen aanlopen als zij van hun man scheiden, of als zij worden achtergelaten door hun echtgenoot. Maar ook over de druk om een hoofddoek te dragen of over prostitutie.

Volgens Arib zijn het bij uitstek vrouwen die een cruciale rol (kunnen) vervullen in het democratiseringsproces dat weliswaar op gang komt in Marokko maar waar de koning nog altijd een sterke machtspositie heeft. En dat democratiseringsproces is, zegt Arib, weer zo belangrijk om de fundamentalisten die aan populariteit winnen in het land, zo veel mogelijk wind uit de zeilen te nemen.