Als niemand iets doet, blijft hij de baas

Vlak voor het begin van het proces-Holleeder komt het Openbaar Ministerie met een belangrijke getuige. Een oud-advocaat vindt dat hij moet spreken. „Mijn kinderen zijn het er absoluut niet mee eens.”

Hij praat zacht. Goed verstaanbaar, maar ingetogen. Met de dictie van een jurist: precies en in hele zinnen. Voormalig advocaat Abraham Zeegers (58) zal tijdens het proces tegen Willem Holleeder een stem geven aan Willem Endstra, de vastgoedhandelaar die in 2004 voor zijn kantoor aan de Amsterdamse Apollolaan werd doodgeschoten. Bram Zeegers lijkt de ideale getuige. Iemand met een goed geheugen en oog voor detail. Maar bovenal iemand in wie Endstra vertrouwen had toen de vastgoedmagnaat geïsoleerd raakte.

„Na de publicatie van de beroemde foto van Endstra en Holleeder op het bankje, hebben veel mensen Wim laten vallen. Toen wij in die tijd in mijn Volvo stationcar naar een bespreking reden vroeg ik hem of zijn vrienden hem niet konden helpen. ‘Vrienden?’ zei Wim: ‘Al mijn vrienden passen in deze auto’. Hij draaide zijn hoofd om, keek naar achteren en zei: ‘mét hun bagage’. Hij maakte er een grap van maar Endstra was in zijn laatste jaren eenzaam en beducht voor zijn veiligheid. Ik was in die tijd een van de weinigen die hij vertrouwde.”

Endstra omschreef Zeegers in de veelbesproken achterbankgesprekken met de politie als een goeie advocaat. „Hij heeft een geweldig vocabulaire en kan het heel mooi vertellen. Iedereen hangt aan zijn lippen.” Deze Bram Zeegers vertelt in zijn verklaringen hoe Endstra financieel en persoonlijk werd gemangeld door criminelen als Holleeder en de in 2005 vermoorde John Mieremet.

Zeegers’ vrienden en familie zijn er niet blij mee dat hij zijn versie van de dodelijke driehoeksverhouding tussen Endstra, Holleeder en Mieremet heeft afgegeven. Het verleden heeft immers bewezen dat getuigen die van dichtbij hebben meegemaakt hoe Holleeder opereert, hun leven niet zeker zijn.

Toch vindt Zeegers dat geen beletsel om te praten. „Mijn kinderen respecteren mijn beslissing om te getuigen, maar zijn het er absoluut niet mee eens. Dit is nu eenmaal het soort van beslissingen dat je niet democratisch kunt nemen. Mijn eerste verklaring bij officieren van justitie Koos Plooij en Fred Teeven stamt van september 2004. Ik ben Holleeder in die tijd nog een paar keer tegengekomen in de stad. Toen realiseerde ik me heel goed hoe groot de risico’s waren. Het is ook een van de redenen om mijn verklaring pas op het allerlaatste moment vrij te geven. Dat lijkt me het veiligste.”

Bij zijn beslissing om te getuigen heeft Zeegers zich laten leiden door woorden die mevrouw Tonkens Gerkema (vice-president van de Amsterdamse rechtbank en voorzitter van de Vereniging voor de Rechtspraak, de beroepsvereniging voor de rechters en officieren van justitie, red.) ooit uitsprak op BNR-Nieuwsradio. „Gerkema vroeg zich af hoe de georganiseerde misdaad ooit kan worden aangepakt als getuigen niet durven te verklaren of worden bedreigd. Toen dacht ik, Bram je bent in de situatie verzeild geraakt dat je dingen weet. Je moet die wetenschap nu openbaren. Als iedereen maar gewoon zijn mond blijft houden, gebeurt er niets. Of zoals de Ierse filosoof en politicus Edmund Burke ooit zei: All that is necessary for the triumph of evil is that good men do nothing. Wim heeft ooit gezegd: Bram, als ik word vermoord heeft Holleeder het gedaan. Ik neem aan dat Wim het op prijs zou stellen dat ik dit doe.”

Maar Zeegers doet het echter niet alleen voor zijn vriend Wim Endstra. „Dit gaat om de rechtsstaat. Dat zijn misschien wel hele grote woorden, maar als niemand durft op te staan tegen Holleeder dan is hij dus gewoon de baas. Wat hier gebeurde is te erg. Holleeder wist soms binnen een dag dat Endstra met de politie had gesproken. Ik heb aan Wim gezien wat het betekent als je de politie niet meer kunt vertrouwen. Dat is het einde van de rechtsstaat.”

Abraham Zeegers werd in 1949 geboren als oudste zoon van een gereformeerd gezin. Hij groeide samen met zijn jongere zus op in Amsterdam-Zuid en Buitenveldert. Zeegers karakteriseert zijn opvoeding als streng, rechtvaardig en liefdevol. „Mijn ouders waren overtuigde christenen, en dat ben ik nog steeds. Begrippen als respect en normen en waarden waren in die tijd nog heel belangrijk. Wij zeiden nog U tegen onze ouders. Ik heb een fijne jeugd gehad en ik had tot aan hun dood een goede relatie met mijn ouders.”

Vader Zeegers, naar wie Bram werd vernoemd, was advocaat, politiek geëngageerd en gelovig. Zeegers was een overtuigd liberaal en keerde zich indertijd tegen de economische ordening via de publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties. Naar aanleiding van een actie tegen een groep boeren die in de jaren zestig weigerde de opgelegde bijdrage aan het landbouwschap te betalen, was Zeegers senior kort actief in de Boerenpartij.

Zeegers junior volgde de voetsporen van zijn vader. Hij studeerde rechten aan de Vrije Universiteit, en vestigde zich eind jaren zeventig als advocaat in Amsterdam. Een kleine praktijk gericht op civielrechtelijke geschillen. Echtscheidingen, huurconflicten, verzekeringsgeschillen. In 1989 loopt hij de op dat moment nog relatief onbekende Willem Endstra tegen het lijf bij een hoorzitting van de gemeente. Endstra kan het goed met Zeegers vinden en maakt zo af en toe gebruik van zijn diensten als civiel advocaat. Ook privé liggen de twee elkaar. „Wim liet mensen als hij ze eenmaal vertrouwde heel gemakkelijk toe in zijn privéleven.”

Midden jaren negentig doet Zeegers zijn eerste echt grote zaak voor Endstra: de afwikkeling van het faillissement van het vastgoedfonds Lutzen dat door Endstra was opgericht. De curator beoordeelde de ondergang van Lutzen als witteboordencriminaliteit. Volgens Zeegers was het een hard maar zakelijk gevecht tussen de schuldeisers. „Van de negen miljoen gulden die de curator indertijd van Endstra vorderde, bleef uiteindelijk 1,5 miljoen over. Daar was Endstra heel tevreden over.”

Bram Zeegers, die eind 1998 wegens familie-omstandigheden en zakelijke afwegingen zijn advocatenpraktijk sluit, gaat in die periode steeds meer voor Endstra werken als juridisch adviseur. Ook doen ze een aantal vastgoedtransacties. Zo investeerde Zeegers in een vastgoedmaatschappij van Endstra: Finoren Holding. Een bedrijf waarvan naar later bleek ook Holleeder indirect mede-eigenaar was.

„Mijn relatie met Wim werd in die periode steeds intensiever”, vertelt Zeegers nu. „Daarnaast had Endstra ook een vriendschappelijke band met mijn moeder.” En er gebeurde in die periode volgens Zeegers nog iets anders. Endstra begon in het jaar 2000 afstand te nemen van Willem Holleeder. „Vanaf pakweg 1995 was Holleeder kind aan huis bij Endstra. Als je de een zag, zag je de ander. Ze gingen samen naar de sportschool, ze gingen samen uit eten en ze maakten buitenlandse reisjes. Dat ging soms zo ver dat als ik een afspraak maakte met Wim, Holleeder gewoon meeging. Ik ben op een gegeven moment zelfs een keer naar Bram Moszkowicz gegaan om te vragen hoe hij daarover dacht. En weet je wat Moszkowicz zei? ‘Het is goed dat die Holleeder om hem heen loopt, die houdt veel verkeerde types weg bij Endstra.’ Dat zei de advocaat van Endstra over zijn relatie met Holleeder. Ik dacht: Nou laat dan maar. Hij weet zeker meer dan ik.”

De vriendschap tussen Endstra en Holleeder neemt in de zomer van 2002 een dramatische wending als Endstra in De Telegraaf wordt beschreven als de bankier van de onderwereld en Holleeder als zijn bewaker. „Die uitspraak van John Mieremet betekende de doodsteek voor de vastgoedhandelaar Endstra.”

Zeegers blijft loyaal aan Endstra maar schrikt wel van de verhalen die hij dan te horen krijgt. Endstra blijkt op naam van verschillende bedrijven miljoenen te hebben geïnvesteerd in vastgoed voor Holleeder, Mieremet en nog een paar andere criminelen. „Ik wist wel dat Wim een aantal van deze mensen kende, maar over de financiële relaties met hen vertelde hij niets. Zijn bijnaam was niet voor niets Stille Willem. Ook na dat interview met Mieremet kwam echt niet meteen het hele verhaal op tafel. Hoe meer je aan hem vroeg, hoe minder je te horen kreeg. Bovendien wist Wim heel goed dat ik de pest had aan zijn contacten met de onderwereld.”

Het dieptepunt was volgens Zeegers de bedreiging van Endstra door Holleeder op het kantoor van Bram Moszkowicz. „Wim had een enorm incasseringsvermogen maar toen zat hij er echt doorheen. Endstra zag Moszkowicz echt als zijn vertrouwenspersoon. Ik was erbij toen Endstra niet lang na dat incident op Moszkowicz’ kantoor met Bram belde. Toen zei Wim tegen Moszkowicz: ‘Bram, als ik jou niet meer kan vertrouwen dan heeft het leven geen zin meer’.”

In 2003 krijgt Zeegers zelf ook te maken met het andere gezicht van Endstra. In 2003 doet de FIOD een inval in het kantoor van Zeegers in verband met een onderzoek naar Brummans bv, een bedrijf waar Zeegers op verzoek van Endstra directeur van was geworden. Brummans was een bedrijf van de gebroeders Driesen uit Breda, twee zakenpartners van Endstra die in 2001 werden vermoord door een lid van de gewelddadige Brabantse Juliëtbende.

„Wim vroeg me toen om de zaken in die bv af te wikkelen omdat hij naar eigen zeggen niet met dat bedrijf in verband kon worden gebracht. Het was geen verzoek waar ik me prettig bij voelde, maar tegelijkertijd was het puur juridisch gezien niets bijzonders. Brummans was een bedrijf dat moest worden ontbonden. Bezittingen verkopen, schulden aflossen. Dat deed ik voor Wim tegen betaling. Ik kende het verhaal over de Driesens wel maar Endstra had een manier om zo’n kwestie heel onschuldig te brengen. ‘Ach de gebroeders Driesen, dat zijn aardige jongens. En zo erg dat ze doodgeschoten zijn’, zei Wim dan. En later kwam ik dan achter bepaalde dingen, de vertakkingen naar de Juliëtbende bijvoorbeeld.”

Zeegers begrijpt dat daarmee het beeld ontstaat van juridisch adviseur in kwade zaken, maar bestrijdt dat dat zo is geweest. „Ik kan niet zeggen dat ik blij was met die Brummans-zaak maar tegelijkertijd heb ik daar niets onoorbaars gedaan. Ik ben geen consigliere van Endstra geweest. Endstra raadpleegde niemand over zijn zaken met de onderwereld. Ik kwam er hooguit achteraf achter als de gevolgen ervan moesten worden opgeruimd. Daar zijn advocaten soms voor. Ik schaam mij niet dat ik voor Endstra gewerkt heb.”

Dat geldt niet voor een andere zaak waardoor Zeegers in opspraak kwam. In 2005 werd hij veroordeeld tot een boete van 3.000 euro omdat hij in 1999 en 2000 ruim zes miljoen gulden in contanten op banken in Liechtenstein had gestort. Het bleek achteraf te gaan om crimineel geld van een voor drugshandel veroordeelde Antilliaan, maar volgens de rechtbank is niet bewezen dat Zeegers dat wist. „Ik kreeg dat geld in Nederland van een advocaat die ik al heel lang kende. Ik geloofde hem toen hij zei dat het niet om crimineel geld ging. Achteraf natuurlijk ontzettend stom en naïef. Iets om echt spijt van te hebben.”

Maar het maakt zijn getuigenis over de relatie tussen Endstra en Holleeder niet minder geloofwaardig, vindt Zeegers zelf. „Integendeel. Ik verklaar uit vrije wil, zonder dat er iets tegenover staat. Er is geen geheime deal met het OM waarbij toezeggingen zijn gedaan. Dat maakt wat ik nu doe ook zo moeilijk uit te leggen aan mijn omgeving.”