Weg uit de suburbs

Het tweede-plaat-syndroom is een moderne aandoening. Vroeger, laten we zeggen in de jaren zeventig, bestond dit syndroom niet, maar toen hoefde de rock’n’roll ook nog niet steeds te worden gered. Nu de laatste jaren steeds meer bandjes al na één cd met een dik half uur muziek worden uitgeroepen tot de redders van de rock’n’roll, stellen critici in recensies steeds vaker de vraag of de tweede plaat van al die redders de verwachtingen van het debuut waarmaakt.

Als er één groep recht heeft om te lijden aan het tweede-plaat-syndroom, zijn het de Arctic Monkeys. Geen gitaargroep is de laatste jaren zo luid bejubeld om hun debuut, Whatever People Say I Am, That’s What I’m Not, als dit kwartet tieners uit Sheffield. Op 23 april, de dag waarop hun tweede cd Favourite Worst Nightmare wordt uitgebracht, zullen we weten of The Arctic Monkeys zich hebben weten te onttrekken aan het syndroom. Tot die dag moet het blijven bij speculaties op basis van de al uitgebrachte eerste single van hun tweede plaat: ‘Brianstorm’.

Deze laat horen dat het nog alle kanten op kan met Favourite Worst Nightmare. ‘Brianstorm’ is weliswaar complexer dan welk nummer op het recht-toe-recht-aan-debuut ook, maar niet wezenlijk anders. Veel meer dan de conclusie dat de jongens van The Arctic Monkeys twee jaar ouder zijn, beter kunnen spelen en dit nu graag laten horen, laat ‘Brianstorm’ niet toe.

Veelzeggender is misschien de clip bij ‘Brianstorm’. Die is een radicale breuk met de eerste vier clips van The Arctic Monkeys die alle bijdroegen aan de street credibility van de groep, een kwaliteit die vooral in de klassebewuste Britse muziekpers hoog staat aangeschreven. Was de eerste clip een doodsimpele registratie van een quasi-live uitvoering van ‘I bet you look good on the dancefloor’ in een zompig hol, in de andere drie speelden de naargeestige voorsteden van oude Engelse industriesteden een hoofdrol.

Maar in ‘Brianstorm’ is geen spoor te bekennen van de grauwe flats die moeten laten zien waar The Arctic Monkeys vandaan komen. Net als ‘I bet you look good on the dancefloor’ laat ‘Brianstorm’ weer een optreden zien. Dit keer staan The Arctic Monkeys niet in een kot met een paar peertjes als verlichting, maar gaat de muziek vergezeld van een dure show van flitsende lichtpatronen. Bovendien zijn er nog een stuk of tien dansmariekes die in een soort sportkleding een dansje doen. Weliswaar kronkelen ze niet zo behaagziek als de meisjes in al die arrenbieclips, maar ze zorgen er, samen met het voortdurend flikkerende licht, wel voor dat de nieuwe clip van The Arctic Monkeys lijkt op heel veel andere clips. Als de video een voorbode is van de tweede plaat, dan moeten we op Favourite Worst Nightmare veel gewonere Arctic Monkeys verwachten dan op hun debuut.

BERNARD HULSMAN