Via Toledo en verderop

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Napels

Het Castel dell’Ovo, een homp eierkoekgele stenen die tot zijn knieën in de eethuizen staat, houdt de wacht. Over de schipjes in de jachthaven, over de benevelde kromme die de Vesuvius verbeeldt. En over Napels. Smalle jongens springen in onderbroek en sokken de Golf van van Napels in. Rood van de kou klimmen ze weer op de witte steenbrokken aan de brug. Pier Paolo Pasolini, waar ben je?

Een plein vol slapende honden geeft toegang tot de Via Toledo. Deftig bewinkeld breekt zij Napels open, gedwarsboomd door stegen tussen hoge gevels. Ondanks het gladde plaveisel dat zo lekker loopt, wordt de wandelpas geremd. Alles waar een motor op of in zit giert voorbij, maar verder geldt hier elk moment van elke dag de wet van de passeggiata: haast bestaat niet. Niet voor de vrouwen in bont en zonnebril, niet voor de mannen arm-in-arm, ook niet voor de geüniformeerde jongens met dienblaadjes vol vingerhoedjes met koffie ter hoogte van hun middel.

De Via Toledo verandert van naam en begint te stijgen. De winkels worden kleiner, veel koopwaar ligt en staat op straat uitgestald. De pasticceria’s met siergebak maken plaats voor zaken met kazen en brood en hammen.

Via een stadsbrug belanden we in het Napels van alledag, dat hoger en hoger ligt. Scooters knetteren voorbij, auto’s hangen amechtig in de rij. Man wordt uit een koffiekiosk gewenkt: wil hij even die plant rechtop zetten? Op die stoel in de goot graag, ja.

Verleid door kromme straatjes negeren we nog even het park van Capodimonte. De zon kringelt over de versleten asgrijze keien. Het leven is compact: negoties en werkplaatsen ontdek je als je naar binnen kijkt.

Nu is het toch tijd voor het bejaarde jachtpark. Joggers rennen koppels achter kinderwagens voorbij, ze zingen met hun iPods mee. Een stel politiemannen trekt een laken over een lijk. Wil er iemand even kijken? Geen probleem, dan tillen ze een tip van het laken op. Duiven pikken in het stof, kwikstaarten wervelen weg.

Ik wankel verder over de brede lanen. Zon en wind verschralen de wallen onder mijn ogen.

De Napolitaanse doolhofstraatjes slepen mee, terug naar de Via Toledo, terug naar het water. Ze leven, ze houden van zingen en lachen en poëzie. In een nis zit een schrijn voor de komiek Totó, de bloemen bij zijn borstbeeld zijn vers.

De vervallen schoonheid van de steile gevels kalmeert. Ze worden overeind gehouden door vele waslijnen – heel Napels doet altijd de was en die was zal hangen en drogen.

12 km, vanaf het Castel dell’Ovo. Route: steeds rechtdoor naar boven. Voor de terugweg: via de Salita di Capodimonte naar Via Cavour.