Vervolging voor topman van Total

De Franse justitie gaat bestuursvoorzitter Christophe de Margerie van het olieconcern Total vervolgen voor omkoping in Iran. Deze week werd Margerie na twee dagen verhoor officieel in staat van beschuldiging gesteld.

De 55-jarige Margerie blijft aan als topman van Total, waar hij juist vorige maand is aangetreden. Hij is op vrije voeten, zonder borgsom, maar hem is verboden een aantal Iraanse personen te ontmoeten, onder wie ex-president Ali Akbar Hachemi Rafsandjani en diens zoon.

Total herhaalde deze week er op te vertrouwen dat het onderzoek zal aantonen dat de wet niet is overtreden. Margerie wordt er door de onderzoeksrechter van verdacht in 1997 als directeur Midden-Oosten van Total-Fina verantwoordelijk te zijn geweest voor de betaling van een illegale commissie van 60 miljoen euro aan Iraanse functionarissen.

Total haalde in dat jaar samen met het Russische Gazprom en het Maleisische Petronas een contract binnen voor de exploitatie van een gasveld op 100 kilometer van de kust voor Iran. Het contract werd gesloten met de Iraanse Nationale Oliemaatschappij NIOC. De zoon van de toenmalige Iraanse president zou betalingen hebben ontvangen voor de bemiddeling door Iraanse functionarissen.

Het is niet de eerste strafrechterlijke vervolging voor Christophe de Margerie. In oktober vorig jaar, toen hij nog nummer twee was bij Total, werd hij in staat van beschuldiging gesteld voor betrokkenheid bij corruptie rond het Olie-voor-Voedselprogramma van de Verenigde Naties in het Irak van Saddam Hussein.

Het gerechtelijke onderzoek naar omkoping in Iran werd in december vorig jaar in Frankrijk geopend, nadat Zwitsers onderzoek had gewezen op het bestaan van een zwart-geldkas van Total voor dergelijke operaties.