‘Van de acht jongens in mijn klas hebben vier een mes’

Deze week waren er vier steekpartijen onder jongeren. Incidenten? Of worden jongeren gewelddadiger? „Vroeger had je een ordinaire knokpartij, nu gebruiken ze een mes.”

Sheila Kamerman en

Juliette Vasterman

Hij is vijftien jaar en heeft een vlindermes in zijn binnenzak. Op het plein voor de vmbo-school in Rijswijk zit hij op een bankje met klasgenoten. Hij trekt het mes uit zijn binnenzak en klapt het open. „Misschien komt-ie een keer van pas, hè? Je weet het niet.” Zijn vriendje zegt: „Van de acht jongens in mijn klas hebben vier een mes.” Een klasgenoot nam een keer kogels mee naar school. „Alles werd afgezet door de politie.” Hij kent ook gasten die wel een luchtdrukpistool meenemen. „Maar ik niet hoor”, zegt hij „ik heb geen wapens nodig”.

De afgelopen week waren er vier steekpartijen tussen jongeren, in en nabij scholen, in Amsterdam, Oss, Naaldwijk en Rotterdam. In Amsterdam werd een veertienjarige scholier neergestoken, de verdachte is vijftien. In Oss werd een achttienjarige jongen neergestoken in de fietsenstalling van een ROC. De verdachte is zestien. In Naaldwijk raakte een zestienjarige jongen licht gewond na een steekpartij op zijn middelbare school. En in Rotterdam ontstond een vechtpartij voor een ROC waarbij een 21-jarige man werd gestoken. Gisterochtend hield de Amsterdamse politie een leerling aan wegens bedreiging van een medeleerlinge met een schaar.

Lopen jongeren allemaal met een wapen op zak? En zijn ze steeds sneller bereid dat te gebruiken? Afgelopen donderdag bleek uit cijfers van de MBO-raad dat leerlingen op de ROC’s juist minder wapens bij zich dragen. Hoe vaak geweldsincidenten op scholen voorkomen, is niet bekend. De Algemene Onderwijsbond vindt dat de minister van Onderwijs dat moet onderzoeken, maar stelt wel dat scholen de afgelopen jaren steeds vaker maatregelen hebben getroffen om de veiligheid te vergroten.

In de school treft de politie als ze de kluisjes van leerlingen doorzoeken, eigenlijk vooral stinkende gymnastiekkleren en zelden wapens aan, zegt Sean Clancy, directeur van het Zuiderparkcollege in Rotterdam, een vmbo-school met leerlingen tot zestien jaar, de meeste van allochtone afkomst. Hij merkt wel dat zijn leerlingen er ruwe omgangsnormen op na houden. „‘Goeiemorgen’ zeggen en een deur voor iemand openhouden, kennen ze niet.” Makkelijk geweld gebruiken – vechten, met een schaar of een schroevendraaier zwaaien – hoort ook tot die verruwing, zegt Clancy.

„Jongeren hebben een kort lontje en als ze dan ook nog eens over wapens beschikken, dan kan het fout gaan”, zegt Piet Boekhoud, bestuursvoorzitter van het Rotterdamse Albeda College. „Er is onder jongeren veel rivaliteit.” Ook hij denkt niet dat het plotseling erger is geworden. „We weten dat er jongeren zijn met wapens, dat is al jaren zo.”

Het beste antwoord is heropvoeden, zegt Clancy. „Zorgen dat ze de omgangsregels alsnog leren. Dat is wat wij op deze school onder het mom van Nederlands, Engels en wiskunde vooral doen.” Daarnaast is controle nodig om de zaak dagelijks in de hand te houden. „Hij heeft een conciërge, maar liever had hij daarbij nog een stuk of drie stevige toezichthouders bij. In de gangen is het vaak een geduw en getrek. Wandelt daar iemand tussen, dan is het een stuk rustiger.” Op het Albeda College lopen speciaal getrainde conciërges rond. Buiten het gebouw hangen camera’s die registeren wie er allemaal binnenkomen.

En hoe zit het met het wapengebruik van jongeren op straat? Veel jongeren lopen met wapens op zak, zegt Karim Erja van Trent Security International in Rotterdam. Het beveiligingsbedrijf verzorgt al tien jaar lang de beveiliging van grote discotheken in Rotterdam en Den Haag, zoals de Maassilo, Off_Corso, The Thalia Lounge en de Silly Symphonies. Bezoekers van clubs dreigen sneller met een pistool dan vroeger, zegt Erja. „Jij krijgt een gaatje in je hoofd”, zeggen ze dan. Portiers voelen zich onveilig, dragen kogelvrije vesten. Eind vorig jaar raakte een medewerker van Trent Security International ernstig gewond bij een schietpartij voor de deur van een club in Rotterdam. „De aanleiding was volstrekt onduidelijk.” Dát is typerend voor deze tijd, zegt Erja. „Ze gebruiken drugs én zijn snel geraakt. Bij het minste of geringste ontstaat er een ruzie.”

Hoe komt een puber aan een pistool? Frank Nissen, expert in de aanpak van problematische jeugdgroepen, moet hard lachen. „Gewoon op straat kopen. Als je de weg weet, en dat weten die gasten, heb je binnen een paar dagen een pieper.” Nissen benadrukt dat hij het niet heeft over een gemiddelde havo-scholier. „Het gaat om jongens die op straat leven. Maar in grote steden gaat dat om flinke aantallen. Voor deze jongens is een wapen een statussymbool. En als je het durft te gebruiken, stijg je in de hiërarchie. Laatst vroeg ik aan een Antilliaanse gast van zeventien, heb jij een pistool dan? Hij haalde ‘m direct uit zijn binnenzak. Ze zijn er trots op.”

Niet bij het wapenbezit neerleggen, zegt Nissen, maar hard ingrijpen. „Ik was laatst in een Rotterdams jeugdhonk en dacht: Als ze hier een grote magneet boven hangen, zouden die jongerenwerkers zich doodschrikken als ze zagen wat er allemaal aan bleef plakken.”

De maatschappij is harder geworden, zegt Nissen, en daarmee ook het geweld. Dat vindt Karim Erja van Trent Security ook: „Vroeger had je een ordinaire knokpartij, nu gebruiken bezoekers pistolen, messen of ze slaan een bierglas kapot om te vechten.”