Socrates-wisselbeker

In 399 voor Christus werd de Griekse wijsgeer Socrates ter dood veroordeeld door de Atheense rechtbank omdat hij de jeugd bedierf met zijn filosofische vragen. Zijn straf: de gifbeker drinken. Het zal dus een grap zijn geweest toen de organisatie van de Maand van de Filosofie de naam ‘Socrates-wisselbeker’ verzon voor een nieuwe prijs, waarmee ieder jaar de auteur van het ‘meest prikkelende’ Nederlandstalige filosofieboek bekroond zou worden. De vijf filosofen die de prijs sinds 2002 wonnen, zijn in ieder geval nog in leven.

Dit jaar wordt de Socrates-wisselbeker voor de zesde maal uitgereikt tijdens de Nacht van de Filosofie, op zaterdag 31 maart. De winnaar van vorig jaar, Andreas Kinneging, zal de beker aan de winnaar van dit jaar overhandigen. De jury bestaat uit Frans Jacobs (Universiteit van Amsterdam), Peter Henk Steenhuis (Trouw), Marnix Verplancke (De Morgen/ Knack) en Florentijn van Rootselaar (Filosofie Magazine). Deze heren selecteerden enkele weken geleden uit de longlist van twintig titels een shortlist van vijf titels: Bart Brandsma, De hel, dat is de ander, Jos de Mul, Domesticatie van het noodlot, Herman van Gunsteren, Vertrouwen in democratie, Sebastien Valkenberg, Het laboratorium in je hoofd en Chris Buskes, Evolutionair denken.

Bart Brandsma heeft een actueel boek geschreven: hij analyseert de verschillende manieren waarop moslims en niet-moslims nadenken over kwesties als geloof en vrije meningsuiting. De recente botsingen tussen de ‘homo islamicus’ en de ‘homo secularis’ voert hij terug op de verschillende interpretaties van begrippen als ‘waarheid’ en ‘geloof’. Brandsma heeft interviews met onder anderen Israëlische en Arabische filosofen in zijn boek opgenomen en die geven het een levendig en journalistiek karakter. Wat helaas afbreuk doet aan het filosofische gehalte is de pamflettistische toon waarop hij partij kiest voor intellectuelen die geloven in het ideaal van de multiculturele samenleving.

Met technologieën als genetische manipulatie lijken we ons lot volledig in eigen hand te nemen. Maar de onbeheersbaarheid van de technologie brengt juist een nieuw soort noodlottigheid met zich mee – denk aan de dokter die de mogelijkheid heeft het leven van een hopeloos comateuze patiënt eindeloos te rekken. Jos de Mul onderzoekt de strategieën waarmee de mens heeft geprobeerd het noodlot te temmen en concludeert dat de tragische aanvaarding ook in onze tijd een goede houding is tegenover noodlottige gebeurtenissen, of dat nu een natuurramp is of een ongeneeslijke ziekte. De domesticatie van het noodlot is een erudiet boek dat op tal van actuele kwesties ingaat (zoals Hirsi Ali’s strijd tegen het moslimfundamentalisme), maar de Socrates-wisselbeker zal waarschijnlijk aan de auteur voorbijgaan; hij kreeg hem namelijk al in 2003 voor zijn boek Cyberspace Odyssee.

In Vertrouwen in democratie bestrijdt Herman van Gunsteren de stelling dat democratie ‘dom’ zou zijn. Op diverse terreinen van wetenschap is de afgelopen jaren de ‘spontane intelligente orde’ onderzocht, die bijvoorbeeld optreedt bij mieren die in een ordelijke kolonie leven zonder dat één van de mieren overzicht heeft over het geheel. Van Gunsteren onderzoekt of dit principe van zelforganisatie ook toepasbaar is op de democratie.

Ook filosofen voeren experimenten uit – in het laboratorium in hun hoofd. Vandaar de titel Het laboratorium in je hoofd. Sebastien Valkenberg gebruikt bekende en minder bekende gedachte-experimenten om de alledaagse werkelijkheid te onderzoeken. Soms levert dat interessante resultaten op, zoals wanneer hij aan de hand van de horrorfilm The Texas Chain Saw Massacre demonstreert hoe de filmkijker, opgesloten in de beelden op het witte doek, onvrij is in zijn rol van toeschouwer en daarom zo’n machteloze angst ervaart. Soms zijn de resultaten minder interessant, namelijk als Valkenberg te veel blijft hangen bij grote denkers waardoor zijn experimenteerlust van de gebaande paden afbrengt.

Chris Buskes behandelt in Evolutionair denken de invloed van Darwin op ons wereldbeeld. Die invloed is wel vergeleken met een bijtend zuur dat zich overal doorheen vreet. Buskes heeft op bewonderenswaardige wijze het spoor van dat zuur gevolgd door allerlei wetenschapsgebieden heen, van de taalkunde en de antropologie tot de geneeskunde en de esthetica.

Zo biedt hij niet alleen een inleiding op Darwins radicale ideeën, maar stimuleert hij de lezer ook tot verder denken en studeren. Iedereen die wil meedoen aan de discussie over ‘Intelligent Design’ zou dit boek moeten lezen. Daarom maakt volgens mij Chris Buskes met dit ambitieuze en veelomvattende boek de meeste kans op de Socrates-wisselbeker 2007.

Martijn Meijer studeerde filosofie en is medewerker van NRC Handelsblad.