Rusland komt voor Rotterdam precies op tijd

Omdat China olie uit het Midden-Oosten wegkaapt, valt er voor Rotterdam een gapend gat. Rusland vult het op, via de havens aan de Oostzee. Een lucratieve business.

Nee, geen foto’s. In de haven van Muuga, in de buurt van Estlands hoofdstad Tallinn, mag de camera niet uit de tas. Het is namelijk een smeerboel. „Ik denk dat ik die liever niet terugzie in de krant”, zegt Anne Bruggink, directeur van Pakterminal, een van de bedrijven op het terrein. Steen des aanstoots zijn niet de opslagtanks van het bedrijf: 33 stuks, kaarsrecht opgesteld langs de zeekust. Die zijn keurig, als een Hollandse nieuwbouwwijk. Maar daarlangs staan, vier rijen dik en zo ver als het oog reikt, viezige tanktreinwagons. Gevuld én besmeurd met olie. Russische mazut.

Elke dag rijden zo’n duizend treinwagons met Russische stookolie en andere geraffineerde producten hier in Estland de kades op. Bedrijven als Pakterminal ‘bufferen’ het zwarte goud en pompen het door naar aangemeerde tankers. Daarna gaat het vaak naar Rotterdam.

De Rotterdamse haven profiteert volop van de Russische olie-export, de laatste jaren is die explosief gestegen. Niet alleen stookolie, ook ruwe olie uit Rusland bereikt via de Oostzeehavens Rotterdam. Van alle ruwe olie die jaarlijks de Rotterdamse haven binnenkomt, is inmiddels 30 procent afkomstig uit Rusland. Een verdrievoudiging in zeven jaar tijd.

Hoe komt dat? Allereerst heeft Rusland zijn productie van ruwe olie het afgelopen decennium zozeer opgevoerd dat het inmiddels Saoedi-Arabië naar de kroon steekt als grootste olieproducent ter wereld. Voor de export van die olie heeft Rusland niet alleen zijn traditionele route naar het zuiden gekozen, naar de havenplaats Novorossisk, en van daaruit via de Zwarte Zee door de smalle Bosporus naar de afnemers. „De Bosporus is door de Kaspische olie te druk geworden”, zegt Coby van der Linde, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Rusland is op grote schaal gebruik gaan maken van de westelijke oliehavens zoals Tallinn in Estland en Butinge in Litouwen – allebei voormalige Sovjethavens – naast eigen nieuwe Oostzeehavens.

Rotterdam is vrijwel de enige West-Europese diepzeehaven waar de olietankers uit de Oostzeehavens de olie kunnen overladen op mammoettankers. Voor de Rotterdamse haven komt de Russische olie net op tijd, zegt Van der Linde. Volgens haar werd de positie van Europa’s grootste haven bedreigd. De invoer van olie uit het Midden-Oosten was aan het teruglopen. Het energiehongerige Azië, China voorop, biedt de olieproducenten nog betere kansen en is de oliestroom naar zich toe gaan trekken.

De invoer van Russische stookolie stijgt eveneens explosief. Opnieuw kwam Rusland net op tijd. Wegens de sterk groeiende Europese vraag naar diesel hadden de raffinaderijen in het Rotterdamse havengebied hun productie verschoven van stookolie naar diesel. „Aan diesel kunnen de raffinaderijen meer verdienen”, zegt Martin Smits van Argos Oil. Voor de haven dreigde een gat te vallen: waar moesten grote schepen nu hun brandstof tanken? Rusland, dat juist met een overschot aan stookolie was komen te zitten, vult het gat op.

Bijkomend voordeel: de stookolie uit Rusland is door het overschot goedkoper. Het prijsvoordeel lokt extra klanten naar Rotterdam. Op een volle tank kan het tienduizenden euro’s schelen. Het Havenbedrijf Rotterdam wrijft zich in de handen. Extra schepen brengen extra lading en extra overslag. En meer werk voor loodsen en sleepdiensten. Kassa, voor het Havenbedrijf. En mooie pr, want Rotterdam bouwt zijn positie als ‘tankstation van de wereld’ verder uit.

Dat Estland zo populair is voor de overslag van Russische stookolie lijkt wonderlijk. Want transport over spoor is duurder dan via een pijpleiding, zoals die naar havenstad Ventspils, in buurland Letland. „Een treinverbinding kan daarmee nooit concurreren”, zegt Bruggink van Pakterminal.

Ook de concurrentie met het spoorvervoer naar Russische havens kan Estland niet aan. Dat is twee tot drie maal goedkoper. Waarom dan toch naar Estland? „Russische havens kunnen niet concurreren met de Estse faciliteiten op het gebied van productsegregatie en uitlaadcapaciteit”, legt Arnout Lugtmeijer uit, bestuursvoorzitter van het Russische bedrijf EOS, een van de grootste spelers in de Estse olieoverslag. Bovendien: in een pijpleiding kan maar één soort kwaliteit, terwijl de trein zowel hoogwaardige als laagwaardige stookolie kan vervoeren, alsook afgeleide producten, zoals kerosine en nafta.

Tallinn heeft een gunstige ligging: de haven is het hele jaar door ijsvrij en ligt maar 200 kilometer van Rusland vandaan. En Rusland beschikt nu eenmaal over tienduizenden wagons. „Die moeten allemaal aan de gang worden gehouden”, zegt Bruggink van Pakterminal.

In Estland kijkt men met gemengde gevoelens naar het succes van de haven. Zo is de rechtse parlementariër en oud-journalist Marko Mihkelson bang dat zijn land te veel afhankelijk wordt van de olieoverslag en dus van Rusland. „De olietransit draagt al voor 5 à 10 procent bij aan ons bruto binnenlands product”, zegt hij. Wat als Rusland besluit zijn stookolie naar elders te sturen?

Mihkelson wijst naar buurland Letland. Diens relatie met Rusland is verzuurd. Riga weigert zijn pijpleiding naar Ventspils te verkopen aan Moskou. Met als gevolg dat er al vier jaar geen ruwe olie meer naar de Letse havenplaats stroomt. Die gaat nu via Primorsk, een snel groeiend gloednieuw havencomplex vlakbij Sint Petersburg waarin Rusland zwaar investeert naar het Poolse Gdansk. In Letland is alleen nog een dieselleiding operationeel.

Verder naar het zuiden, in Litouwen, zijn ook problemen. Vorig jaar besloot Vilnius om zijn staatsraffinaderij Mazeikiu niet aan Rusland te verkopen, maar aan Polen. Moskou reageerde gepikeerd. Nog geen maand na de transactie, in juli 2006, constateerden de Russen een mankement aan de Druzhba (Vriendschap), de pijpleiding die Mazeikiu voorziet van Russische olie. En de olie stroomt nog steeds niet. Mikhelson houdt z’n hart vast voor soortgelijke scenario’s in Estland.

Lugtmeijer van EOS vindt die angst zwaar overdreven. „Oké, olie is politiek”, zegt hij. „Maar in welk werelddeel is het dat niet?” EOS ging twee jaar geleden over van Nederlandse in Russische handen. 70 procent is nu eigendom van Serverstaltrans, het concern van de Russische zakenman Andrei Filatov, voor velen in Estland een symbool van groeiende Russische invloed. Lugtmeijer mocht aanblijven en zegt dat er weinig is veranderd. „Geld is geld.”

Lugtmeijer maakt zich meer zorgen over de politieke ontwikkelingen in Estland zelf (zie: Bronzen Soldaat). Anne Bruggink van Pakterminal heeft over politiek geen mening. „Als nuchtere Nederlander vind ik dat je zaken moet scheiden van emoties. Als klanten ons bellen is het om een prijs te vragen en niet om over geschiedenis of politiek te keuvelen.” En het bedrijf wil dat nadrukkelijk zo houden. Vorig jaar deed Serverstaltrans een poging om Pakterminal, dat voor 50 procent in handen is van het Nederlandse Vopak, over te nemen. Pakterminal bedankte daarvoor.

In december vorig jaar trok het zich bovendien terug uit brancheorganisatie Transiidi Assotsiatsioon, die het nota bene zelf had helpen oprichten. Een precieze reden werd niet gegeven, maar Estse media meldden dat de brancheclub tegenwoordig door Serverstaltrans wordt gedomineerd en ook actief betrokken was bij een (mislukte) lobby om zakenman Filatov aan een Ests paspoort te helpen. Bruggink wil er desgevraagd niets over zeggen.

Rotterdam rekent erop dat de aanvoer van ruwe olie en geraffineerde producten zoals stookolie vanuit Rusland de komende jaren hoog blijft. Het Russische staatsbedrijf Transneft, dat alle oliepijpleidingen in Rusland beheert en ook de olieterminals in de haven van Primorsk bezit, heeft grootse uitbreidingsplannen en heeft de capaciteit al flink vergroot. Ook Vysotsk, waar de olieterminal in handen is van het Russische Lukoil, wil groeien.

Politicus Mihkelson vindt het prachtig, maar hij zou graag zien dat de haven van Tallinn diversifieert, voordat er een olieverslaving ontstaat. „Anders is de haven ten dode opgeschreven, want de olie raakt in de toekomst op. Ook is het de vraag hoe betrouwbaar Rusland is als handelspartner. Als andere olieroutes weer belangrijker worden en Tallinn daardoor aan belang verliest, kunnen we politiek kwetsbaar worden.”

Tijdens de recente rel rondom de Bronzen Soldaat werd vanuit Rusland geregeld gedreigd met een boycot. Een wat raar dreigement, omdat het land daarmee op dit moment vooral zichzelf in de voet zou schieten, gezien de grote oliebelangen.

Volgens Mihkelson zou een boycot overigens zo slecht nog niet zijn. „Toen we in de jaren negentig lid wilden worden van de EU, reageerde Moskou ook met een verdubbeling van de handelstarieven. Daardoor werden we gedwongen om naar andere markten te zoeken. 80 procent van onze handel is nu met de EU. Eigenlijk heeft Rusland ons toen een groot cadeau gegeven.”

Lugtmeijer vindt de Russische zakencultuur niet verderfelijk, maar „anders”. Maar ook hij erkent dat hij liever hier zit dan in Sint Petersburg. „Wij willen transparant zaken doen. Het havenbedrijf in Tallinn is betrouwbaar en haalt geen rare fratsen uit. Dat zou in Rusland anders zijn.”

Dankzij Rusland is Rotterdam als energiehaven een reusachtige vlucht aan het maken, zegt Smits van Argos Oil. Rijdend door het Europoortgebied wijst woordvoerder Minco van Heezen van het Havenbedrijf naar een kade waar druk wordt gebouwd. Er komt een nieuwe steiger, voor de overslag van stookolie uit het Baltische gebied. Russische stookolie als brandstof voor supertankers die met hun Russische ruwe olie naar Amerika of Azië moeten.