Overheid biedt een riante belegging

De AOW, het ouderdomspensioen dat de overheid haar burgers biedt, is veruit de vorstelijkste belegging die je kan bedenken. Iedereen die voldoet aan slechts enkele voorwaarden kan er vanaf zijn 65ste verjaardag van genieten. Zelfs wanneer je nooit een cent premie betaalde. Zie de website van de Sociale Verzekeringsbank www.svb.nl voor de details. Helaas is de hoogte van deze uitkering afgeleid van het netto minimumloon en daarom beperkt. Die beperking geldt niet voor het ouderdomspensioen dat je opbouwt via je werkgever, althans wanneer deze een regeling biedt. Dat is niet wettelijk verplicht. En des te meer je verdient bij je baas, des te meer pensioen je opbouwt. Mede daarom is een pensioenregeling een vorstelijke belegging waar je zuinig op moet zijn. Er kleven wel enkele bezwaren aan. Bijvoorbeeld deze.

1 Je moet ergens werken, deelnemer in een regeling zijn, en bijna altijd verplicht premie betalen, wat niet zo hoeft te zijn voor de AOW. Het bedrijf of de organisatie waar je werkt moet natuurlijk niet halverwege de pensioenrit, zo tussen je 25ste en 65ste jaar, failliet gaan of stoppen.

De tot dan opgebouwde rechten zijn dan weliswaar veilig via een pensioenfonds of een verzekeraar, maar de verdere opbouw kan stokken. Ook op dit punt doet de AOW het beter.

2 Na de ingang van je pensioen is het niet zeker dat de uitkeringen omhooggaan met de inflatie. Ook wel genoemd de indexering. Een ander gevaar dat op de loer ligt, is de verschuiving van het risico van het pensioenfonds/de verzekeraar naar de deelnemer. Dat kan het geval zijn wanneer men de gegarandeerde uitkering (deels) loslaat en deze laat afhangen van het resultaat op een portefeuille met aandelen. Hoeveel kan een pensioen opleveren aan vermogen? Laten we eens uitgaan van een jaarlijks pensioen van 15.000 euro op 65 jaar.

3 Voor een alleenstaande veertiger stijgt deze aanspraak (wellicht) met gemiddeld 2 procent per jaar, door loonrondes, promoties en andere voordelen die het salaris opschroeven. Dan is die 15.000 euro na 25 jaar aangegroeid tot 24.600 euro. Vermenigvuldigd met 20 jaar uitkeringen in het verschiet levert dat bijna een half miljoen euro aan vermogen op. Je hoeft alleen maar te blijven leven, en te werken tot je 65ste.

4 Tel je daar 310.000 euro (20 jaar) aan AOW bij op, dan beschikt een veertiger op zijn 65ste over circa 800.000 euro aan aanspraken op de overheid (AOW) en zijn pensioenuitvoerder. Dan kijk je toch reikhalzend uit naar je tweede jeugd? Voor de goede orde: dit bedrag is geen vermogen dat naar eigen goeddunken te besteden is, maar een bedrag aan rechten.

Het vooruitzicht van 800.000 euro kleurt nog rozer als je er andere vermogensbestanddelen bij optelt. Zoals spaargeld, dat bijna iedereen bezit. Of de (over)waarde van een eigen huis (ook als vorstelijke belegging), aandelen, erfenissen, uitkeringen uit levensverzekeringen enzovoort. Is dat bedrag samen zo’n 200.000 euro, dan ben je op termijn ruwweg miljonair (800.000 + 200.000) en kan je gaan denken aan je tweede miljoen.

Adriaan Hiele