Opnieuw ophef over Irak-kwestie

In politiek Den Haag is gistermiddag opnieuw ophef ontstaan over de Nederlandse politieke steun aan de Amerikaans-Britse inval in Irak in 2003.

In reactie op berichten over een zondag uit te zenden aflevering van het KRO programma Reporter benadrukte premier Balkenende na de ministerraad dat de Tweede Kamer alle relevante informatie over dit onderwerp heeft gekregen.

Vice-premier Bos (Financiën, PvdA) herhaalde dat er wat hem betreft geen nader onderzoek komt naar de Nederlandse steun aan de oorlog. De kwestie ligt gevoelig nu de PvdA, die altijd voor zo’n onderzoek heeft gepleit, deel uitmaakt van het kabinet. In de formatie met CDA en ChristenUnie hebben de sociaal-democraten deze wens moeten laten vallen.

In de Reporter-uitzending wordt uit documenten duidelijk dat er met name in ambtelijke kring bedenkingen leefden over de legitimatie van de Amerikaans-Britse inval in Irak in 2003. Bovendien had de Militaire Inlichtingendienst (MIVD) twijfels over de vermeende dreiging van de massavernietigingswapens. Bos zei gistermiddag dat het „op zich geen nieuws is dat er een heleboel twijfels waren” over de Irak-oorlog.

In juni 2004 lekten stukken uit via NRC Handelsblad met dezelfde conclusies. Zo stelde de MIVD onder andere dat de dienst over de massavernietigingswapens „regelmatig tot andere conclusies is gekomen dan de Amerikaanse en Britse leiders presenteerden”.

In een daarop volgend spoeddebat in de Kamer erkende toenmalig minister Kamp (Defensie, VVD) destijds dat „er zeker nuanceringen” zijn geplaatst door de MIVD, maar dat deze zijn meegewogen in het eindbesluit. De ambtelijke juridische twijfels zijn nooit met de Kamer gedeeld. Het vorige kabinet liet in 2004 weten dat het parlement daarover afdoende is geïnformeerd.

Eerder gepubliceerd onderzoek naar de Nederlandse steun aan de Irak oorlog: www.nrc.nl/binnenland