Niet alle vis is duurzame vis

De Nederlander eet meer en meer vis wegens het gezonde imago. Maar welke soorten vis kan de bewuste consument met een gerust hart eten? Een nieuw label brengt duidelijkheid.

„Ik werkte in de horeca en merkte dat mensen veel vis eten, maar dat er geen goede, verse vis is te krijgen in Nederland”, vertelt Bart van Olphen. Dus begon hij vijf jaar geleden zelf een viszaak in de Amsterdamse Utrechtsestraat. Deze week kreeg hij erkenning voor de geleverde kwaliteit. Als eerste Nederlandse visdetaillist mag hij voor bepaalde verse vissoorten het certificaat van het Marine Stewardship Council (MSC) voeren, dat aangeeft dat deze vis op duurzame wijze is gevangen.

„In Nederland is ‘verse’ vis met een beetje pech twaalf dagen oud”, zegt Van Olphen. „Maar ik verkoop bijvoorbeeld tong uit Hastings, Zuid-Engeland, die voor de kust in staande netten wordt gevangen. De vissers halen de tong ’s ochtends met kleine bootjes uit het water. Als die vis ’s middags hier in Amsterdam aankomt spartelt-ie bij wijze van spreken nog.” Het voordeel van deze vis? „Beter van smaak en structuur”, stelt Van Olphen.

De visconsumptie groeit gestaag in Nederland (zie kader), maar tegelijkertijd is vis omstreden omdat soorten als tong, schol, kabeljauw of tonijn worden bedreigd door overbevissing. De Europese Unie stelt jaarlijks quota vast om vis te beschermen, maar elk jaar roept de milieubeweging weer dat de visserijministers onder politieke druk te grote vangsten toelaten. Hoe kan de consument dan zonder gewetensbezwaren vis eten? Om hieraan tegemoet te komen, kwamen het Wereldnatuurfonds en Unilever eind jaren negentig met een eigen keurmerk: het MSC certificaat.

Waarom wil een bedrijf dit certificaat? „Om te laten zien dat men duurzame producten verkoopt en zich te onderscheiden van de concurrentie”, zegt Camiel Derichs van MSC na de uitreiking aan Van Olphen in Amsterdam. Kunnen vissers of winkels meer verdienen als ze zich laten certificeren? „Er is anekdotisch bewijs voor”, zegt Derichs. „De Duitse supermarkt Lidl verkoopt bijvoorbeeld vissticks met MSC-certificaat voor 10 procent méér dan gewone vissticks.”

‘Duurzaam’ betekent volgens Derichs dat het visbestand groot genoeg is en een gezonde leeftijdsopbouw heeft om ook op lange termijn vangst te garanderen en dat de visserij het ecosysteem niet onherroepelijk beschadigt. Deze laatste voorwaarde maakt het voor de Nederlandse boomkorvisserij op schol en tong moeilijk om ooit te worden gecertificeerd, stelt Derichs, want de netten die met zware balk over de zeebodem slepen laten weinig heel van de ondergrond.

Wereldwijd zijn nu 21 visserijen gecertificeerd, zoals de ‘tong uit Hastings’ van Van Olphen. De enige gecertificeerde Nederlandse vis is de Noordzee haring. In het geval van verse vis ziet de klant het certificaat echter alleen terug als ook de detaillist zich laat keuren, zoals Van Olphen heeft laten doen. De keuring wil zeggen dat de klant erop kan vertrouwen dat de detaillist niet sjoemelt.

De Nederlandse visserijwereld is echter grotendeels conservatief. Zodoende loopt de introductie van de MSC-standaard in Nederland ver achter bij landen als Groot-Brittannië, Duitsland of zelfs Japan. „De MSC legt strengere regels op dan de Europese Unie met haar quota-beleid”, zegt Nathalie Steins, hoofd Visserijzaken van het Productschap Vis. „Onze sector wil dat niet.”

Op zoek naar kwaliteitsvis kwam Bart van Olphen echter uit bij de duurzaam gevangen vis met MSC-certificaat. De tong en schol van de Nederlandse boomkorvissers verkoopt hij niet, omdat de balken en sleepnetten de vis vaak beschadigen. „Schol is bovendien echt een bedreigde diersoort. Als we niet over gaan op duurzame vis hebben we binnenkort helemaal geen vis meer.”

Ook al is zijn tong uit Hastings zo’n 10 procent duurder dan de Hollandse tong, de duurzame vis legt Van Olphen geen windeieren. Sinds de opening van zijn eerste zaak, Fishes, in Amsterdam in 2002 is de handel gestaag gegroeid. Vier zaken heeft hij nu in Nederland, in België gaan binnenkort twee franchises open.