Niemand krijgt de directeur van de posterijen weg

Het postkantoor op de hoek is weer open. Ik zie het aan de papajaverkoopster die op werkdagen altijd met schalen vol fruit op de stoep zit. De vrouw achter het loket weegt mijn envelop, likt de zegels en hamert er kordaat een paar stempels op.

Het geluid van haar ventilator gonst door het uitgesleten halletje. Niet dat hier vaak rijen staan, maar vandaag is het wel erg stil. Dat komt, legt ze uit, doordat de staking nog niet helemaal voorbij is. Althans, niet overal. „Maakt u zich geen zorgen, want uw brief komt vanzelf aan”, zegt ze stralend. „Als het niet deze maand is, dan wel de volgende.”

De eens zo goedmoedige posterijen van Ivoorkust zijn inzet van een machtsstrijd die nu al zes maanden duurt en steeds absurdere trekken begint te vertonen. Bijna dagelijks brengen de kranten een nieuwe aflevering van het drama.

De meest recente knokpartij was begin deze week, toen de politie de baas van een klein postkantoor in een oostelijke buitenwijk uit zijn huis sleurde en diens koelkast op straat smeet. De man had zich verzet tegen de benoeming van een vriendje van de directeur. Verontwaardigde omstanders vroegen zich af of de wetten van de jungle weer golden: waar moet het heen met het land?

Voor de aanstichter van dit alles, directeur van de Ivoriaanse posterijen Sebastien Zehi, koesteren weinig Ivorianen sympathie. Hij heeft zijn uiterlijk ook niet mee: zijn gezicht ziet eruit alsof het getekend is door een boosaardige cartoonist. Zehi werd in september door de raad van bestuur uit zijn functie ontheven. Er bestonden sterke aanwijzingen dat hij miljoenen francs had verduisterd en nog eens miljoenen weggesluisd door een aantal postkantoren veel te duur te laten opschilderen.

Raadselachtiger is de kwestie van de tienduizend brievenbussen die Zehi besteld had bij een leverancier in Noorwegen. Tachtigduizend euro is besteed aan brievenbussen – die in rook lijken te zijn opgegaan. Al met al genoeg reden om Zehi wegens ‘verlies van geloofwaardigheid’ de laan uit te sturen.

Zehi ging door het stof en bood handenwringend zijn excuses aan, maar de raad van bestuur was onverbiddelijk. Daarop stapte hij naar de rechter om zijn ontslag aan te vechten. Het hof van beroep bepaalde dat Zehi kon blijven zitten, een uitspraak die vervolgens door het Hooggerechtshof nietig werd verklaard. Begin vorige maand nam Zehi het heft in eigen handen. Hij huurde de zwaarbewapende jongens van de misdaadbestrijdingsdienst in om de interim-directeur te verjagen en hij bracht nieuwe sloten aan in zijn kantoor. Dat pikte de vakbond niet. De meer dan duizend werknemers van de post willen Zehi niet meer als directeur. Een wekenlange staking was het gevolg.

Twee weken geleden besloot de minister van Nieuwe Technologie en Telecommunicatie in te grijpen. Omringd door gendarmes, en met een slotenmaker en een deurwaarder in zijn kielzog, kwam hij Zehi persoonlijk het kantoor uitzetten. De directeur en zijn secretaresses wisten net op tijd naar een andere etage te vluchten. Maar alle computers, telefoons en printers werden losgerukt en meegenomen. De volgende dag las het land hoe de ongelukkige slotenmaker na het vertrek van de minister alsnog werd afgetuigd door een stel rauwdouwers van de mobiele eenheid. Met de hen typerende overdrijving stelden de kranten dat een bloedbad ternauwernood was afgewend.

De actie van de minister, Hamed Bakayoko, gaf de strijd een politieke wending. Bakayoko is een veteraan van de oppositie, terwijl Zehi een vertrouweling is van de president.

En nog is de affaire niet voorbij. Zehi heeft wéér de sloten laten veranderen en zit wéér op zijn plek. Ditmaal heeft hij uit voorzorg twee agenten met kalasjni-kovs in de gang geposteerd. Dat zelfs de minister, na de raad van bestuur en de vakbond, hem niet langer als directeur erkent, laat hem koud.

In het enige interview dat hij tot nu toe heeft willen geven, gaf hij een mooi staaltje ten beste van de bizarre logica die karakteristiek is geworden voor de arrogantie van de heersende klasse. „Dat kan de minister niet hebben gezegd, want ik heb het niet gehoord. En als hij het wel heeft gezegd, dan moet het een verspreking zijn geweest.”

Het is jammer dat Ivorianen nooit openlijk aan kritische zelfanalyse doen, want de veldslag rond de posterijen had een mooi debat kunnen opleveren. Over de mentaliteit van de elite, die steeds vaker naar geweld grijpen. Over het afbrokkelende staatsgezag, waar zelfs ministers hun autoriteit kwijt zijn. Of over de verbetenheid waarmee machthebbers hier aan de macht blijven.

Maar wat wil je ook in een land waar rebellen al vijf jaar de helft van het land bezetten en waar een president aan de macht is wiens officiële termijn allang is afgelopen?

De vriendelijke vrouw achter het loket van mijn postkantoor haalt haar schouders erover op. „Oude baas, nieuwe baas, het maakt allemaal toch niets uit”, zegt ze berustend. Op 26 maart zal het Hooggerechtshof zich definitief uitspreken over Zehis ontslag.