Neil Young

Neil Young (61) leeft nu al zijn hele veertigjarige loopbaan twee persoonlijkheden uit: afwisselend is hij de rocker die zijn elektrische gitaar aanstuurt als het verlengstuk van een turbulent gevoelsleven, of de hypersensitieve troubadour van Californische Weltschmerz.

Op Live at Massey Hall, het tweede en voorlopig laatste deel in een reeks cd’s met historische optredens (de eerste was een show met Crazy Horse in The Fillmore East uit 1970) krijgen we de tweede kant van Young te horen, uit de vroege jaren zeventig: de in spijkerbroek en houthakkershemd gestoken zanger van de melancholieke introspectie. Young, die zichzelf alleen begeleidt met akoestische gitaar en op piano, is in deze Canadese concertzaal in perfecte vorm: onbekommerd enthousiast (hij was 25) en intens romantisch. Dit is de Neil Young waar hippiemeisjes bij weg zwijmelden. Youngs set bestaat grotendeels uit de hem destijds kenmerkende, clichématige en toch altijd fris klinkende liefdesliedjes (On The Way Home, Tell Me Why, Old Man, het niet eerder uitgebrachte Bad Fog Of Loneliness), voor zijn doen overigens behoorlijk up tempo gespeeld, en breekbare ballades op de piano. Die laatste zijn de ontdekking van deze cd: minder bekende nummers als Journey Through The Past en See The Sky About To Rain krijgen nieuwe glans. De dvd voegt sfeervolle beelden van het optreden toe.

Nog geen vijf jaar later klonk Young, na een lange reeks persoonlijke en professionele tegenslagen (drugs, dode vrienden, scheiding), al een stuk somberder, slomer – en volwassener.

Sjoerd de Jong

Live At Massey Hall, 1971. Reprise