Monstergevecht in Indonesië

Het vlot maar niet met de omgangsregeling, tussen de Wereldgezondheidsorganisatie WHO en Indonesië. Al een maand draaien ze om elkaar heen, sinds het Indonesië ministerie van volksgezondheid aankondigde dat het was opgehouden met het insturen van vogelgriepvirussen.

Tot twee keer toe leek er een akkoord, maar minister Siti Fadillah Supari maakte daar vorige week weer korte metten mee. “We gaan onze virusmonsters niet delen zonder dat de regels veranderen.”

Landen over de hele wereld sturen al sinds de jaren vijftig trouw, én voor nop, griepmonsters naar de WHO voor de productie van griepprikken. Maar Indonesië niet meer: waarom zouden het land gratis monsters sturen als ze de zo geproduceerde vaccins niet kunnen betalen? ‘Begrijpelijk’, vond de WHO – maar er moest wel een oplossing komen.

Half februari, een week na de aankondiging van de staking, was er al een welwillende gezamenlijke verklaring. Weer twee weken later had WHO-voorvrouw Margaret Chan volgens Indonesië telefonische toezeggingen gedaan: geen commerciële toepassingen voor de Indo-virussen. Maar de handtekeningen kwamen er nooit. In een topontmoeting in Jakarta, volgende week, gaan de WHO en Aziatische gezondheidsministers het opnieuw proberen.