Kankerzorgconcurrentie

Eerder deze maand meldde deze krant dat het Duitse International Comprehensive Cancer Institute (ICCI) een groot commercieel kankerziekenhuis zal gaan bouwen aan de noordelijke IJ-oevers in Amsterdam. Het ziekenhuis krijgt 200 bedden plus 175 bedden voor dagbehandeling. Dat zijn meer bedden dan het grootste Nederlandse kankerziekenhuis – Het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis (AVL) – momenteel heeft.

In eerste ronde lijkt dit goed nieuws voor de Nederlandse kankerpatiënt. Meer behandelingscapaciteit betekent meer keuze en minder kans op wachtlijsten. De ziektekostenverzekeraars en het Ministerie voor Volksgezondheid (VWS) wrijven zich in de handen: meer concurrentie betekent lagere prijzen, denken zij. Ook de gemeente Amsterdam is in haar sas: weer één van de moeilijk verkoopbare bedrijventerreinen aan de man gebracht en nieuwe arbeidsplaatsen gecreëerd.

Ik denk dat die vreugde van korte duur zal zijn, want een nieuw groot kankerziekenhuis moet wel tot overcapaciteit leiden, zeker in Amsterdam, waar in twee academische ziekenhuizen en het AVL al veel topkankerzorg is geconcentreerd. Die Amsterdamse ziekenhuis capaciteit is bovendien al lang een heikel punt. Bij de nieuwbouw van het AVL wilde VWS aanvankelijk het aantal bedden drastisch reduceren en iedereen in de regio was het daarmee eens. Honderdtachtig bedden, dat was veel te veel. Daar kon best de helft af. Er waren al veel te veel ziekenhuisbedden in Amsterdam-West; het Slotervaartziekenhuis wankelde op de rand van faillissementen en de kosten van de zorg waren onnodig hoog door het beddenoverschot. Het nieuwe AVL-Ziekenhuis moest ook een bijdrage leveren aan de krimp. Het AVL heeft moeten vechten voor ieder bed.

Na jaren touwtrekken om bedden in Amsterdam, wordt de nieuwbouw van ziekenhuizen nu plotseling overgelaten aan “de markt”, zodat Duitsers hier zo maar een fors ziekenhuis kunnen bouwen dat zal leiden tot grote overcapaciteit in de kankerzorg. Dat heeft niet alleen voordelen. De ervaring leert dat juist bij kankerbehandeling al gauw de loze beloften de concurrentie gaan domineren. Loze beloften zijn goedkoper dan betere zorg en de patiënt kan niet zien of beloften loos zijn of niet. Een sprongsgewijze uitbreiding van capaciteit leidt ook tot een scherpe concurrentie om schaars personeel in de regio. Het Duitse consortium denkt met 400 arbeidsplaatsen toe te kunnen, maar dat is onzin. Minimaal is het dubbele nodig. Verpleegkundigen zijn al schaars in de regio Amsterdam, radiotherapeutisch laboranten zijn nauwelijks te krijgen en het nieuwe ziekenhuis kan dus alleen aan deskundig personeel komen door mensen bij bestaande ziekenhuizen weg te kopen. De personeelskosten zullen oplopen.

Maar kan Nederland dan niet profiteren van het nieuwe concept voor topzorg dat de Duitsers hebben ontwikkeld? Over dat nieuwe concept is nog niets bekend, maar ik kan wel raden waar het over gaat: het integrale kankercentrum. Daarin werken medische disciplines nauw samen om iedere patiënt de beste combinatie van chirurgie, radiotherapie en chemotherapie te bieden. In zo’n centrum wordt ook intensief onderzoek gedaan, omdat verbetering in de kankerbehandeling nu eenmaal sterk onderzoeksgedreven is. De Duitse kankerdokters hebben deze integrale kankerbehandeling nu ook ontdekt en als alle vers bekeerden willen zij dit Evangelie uitdragen. Ik kan mij voorstellen dat dit van nut kan zijn in Zuid-Italië, Griekenland, of Oost-Europa, maar Nederland is natuurlijk al lang gekerstend in oncologische zin. De Daniël den Hoed kliniek en het AVL zijn al meer dan 50 jaar pioniers bij de integrale kankerbehandeling en de meeste academische ziekenhuizen hebben ook hun organisatie aangepast om integrale kankerbehandeling mogelijk te maken. Duitse oncologie in Nederland is water naar het IJ dragen.

De Duitsers denken topzorg inclusief onderzoek te kunnen leveren voor een concurrerende prijs en daar ook nog een leuke winst voor de financiers aan over te kunnen houden (10-15% voor zo’n riskante investering). Kan dat? Ik heb geen bedrijfsplan gezien, maar het lijkt mij onwaarschijnlijk. Sinds jaar en dag wordt er beknibbeld op geld voor topkankerzorg. Denk bijvoorbeeld aan het geld dat nodig is voor de nieuwe peperdure chemotherapie. Na lang touwtrekken wordt daar nu 80% van vergoed, maar 80 is bij lange na geen 100%. Topkankerzorg overleeft alleen dankzij een efficiënte bedrijfsvoering. De Daniël den Hoed kliniek in Rotterdam wist alleen te overleven door fusie met een academisch ziekenhuis.

Als de bestaande kankercentra al moeite hebben om rond te komen, hoe zal het dan een nieuwkomer vergaan? De bouwkosten worden niet vergoed door de overheid en die pakweg 200 miljoen moeten worden terugverdiend. Als het ziekenhuis staat heeft het nog geen enkele reputatie. Dan moet het beginnen om patiënten aan te trekken ten koste van goed gepositioneerde locale concurrenten. De aanloopverliezen zullen enorm zijn en die moeten verschmerzt worden. Willen de Duitsers iets terugzien van hun investering, dan zal het nieuwe ICCI minstens 30% goedkoper moeten werken dan de concurrentie. Topzorg op een koopje!! Je moet nooit nooit zeggen in de geneeskunde, maar ik denk dat de Duitse investeerders zich een oor laten aannaaien.

Als dit ICCI plan wordt doorgezet gaat de regio Amsterdam een periode tegemoet, waarin alle kankerzorg onder de excessieve concurrentie gaat lijden. Geen ziekenhuis met voldoende personeel of patiënten. Dat leidt niet alleen tot minder goede zorg, maar ook tot overbodige zorg. Mijn grootvader, 100 jaar geleden huisarts te Lienden, wist het al: “Een arme dokter is een gevaarlijke dokter.” De samenwerking en taakverdeling tussen centra, die essentieel is voor klinisch onderzoek en voor een optimale behandeling van zeldzamere vormen van kanker, komt onder druk te staan. Niks doorverwijzen, lege bedden vullen wordt het devies. Voor patiënten met een zeldzame vorm van kanker zal het ICCI ziekenhuis “specialisten uit het buitenland invliegen.” Op een koopje? Net als in Amerika, zal de nadruk komen te liggen op declareerbare medische activiteiten.

Goede geneeskunde is echter vaak niets doen. Luisteren, uitleggen, overleggen, gerust stellen. Dat is minder eenvoudig te declareren dan een gecompliceerde test of ingreep. Concurrentie in de zorg is daarom een tweesnijdend zwaard: het kan de bedrijfsvoering en de service aan de patiënt verbeteren, maar het kan ook leiden tot een wildgroei van declareerbare medische activiteiten, tot gestresste dokters en verpleegkundigen die worden voortgedreven door machtige managers en die meer bezig zijn met het invullen van formulieren dan met hun patiënt. Handen aan de personal computer i.p.v. handen aan het bed.

Het ziet er niet naar uit dat iemand dit onzalige plan nog kan tegenhouden. De gemeente Amsterdam heeft mij verzekerd dat het gemeentebestuur en de Raad zich niet bemoeien met de ziekenhuiscapaciteit in Amsterdam. De stad vindt het ook wel mooi, zo’ n Duits ziekenhuis. Het geeft een internationale uitstraling en de meeste Amsterdammers spreken toch wel een mondje Duits. De ziektekostenverzekeraars en VWS zien alleen de voordelen van meer concurrentie. De VWS ambtenaren zijn al weer vergeten dat zij jarenlang geijverd hebben voor een beperking van het aantal oncologische bedden. De ziekenhuizen in de regio Amsterdam hebben uiteraard niets te vertellen over deze plannen. Zij zetten zich schrap voor de komende concurrentie, passen hun capaciteit aan om te zorgen dat er geen wachtlijsten zijn waar de nieuwkomer patiënten aan kan ontlenen, en tuigen hun PR afdelingen zwaarder op.

Misschien valt het mee en wordt de Nederlandse patiënt heel gelukkig in het ICCI aan de noordelijke IJ-oevers in Amsterdam. Ook nu al gaan Nederlandse patiënten in groten getale naar Duitsland om kwakzalvers, die niet in Nederland mogen werken, te bezoeken. Voor de serieuzere Duitse geneeskunde is er wellicht ook belangstelling. Misschien slaagt het ICCI er zelfs in om met uitgekiende reclamecampagnes de andere Amsterdamse kankercentra op de knieën te krijgen. Zijn we dan goedkoper uit? Natuurlijk niet. Als de concurrentie afneemt gaan de prijzen omhoog. Een commercieel ziekenhuis werkt niet voor de optimalisering van kankerzorg, maar voor de aandeelhouders.