Jacht in de hooiberg

In het artikel `Jacht in de hooiberg` wordt gesuggereerd dat het onderzoek naar ziektegenen teleurstellend is verlopen en zonder resultaat blijft (W&O 3 maart). Deze conclusie lijkt zeer prematuur omdat de groots opgezette speurtochten naar ziektegenen bij veel voorkomende ziektes pas sinds kort mogelijk zijn. Vorig jaar (2006) is pas de eerste volledige catalogus van menselijke SNPs beschikbaar gekomen. De recente resultaten in autisme en diabetes zijn derhalve de eerste druppels van wat naar verwachting een vloedgolf van nieuwe resultaten gaat worden.

In de loop van 2007 wordt een groot aantal publicaties in gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften verwacht voor een groot aantal veel voorkomende ziekten zoals schizofrenie, coeliakie, jeugddiabetes en aderverkalking. Reeds in de wandelgangen wordt gemeld dat bij al deze studies een aantal nieuwe ziektegenen zijn geïdentificeerd, vergelijkbaar met het resultaat bij ouderdomsdiabetes. Het artikel is correct in de veronderstelling dat daarmee nog niet alle genen gevonden zullen worden. Reeds in 2001 liet de Oxfordse geneticus Jonathon Pritchard zien dat het spectrum van ziektegenen voor veelvoorkomende ziektes waarschijnlijk bestaat uit een handvol frequente ziektegenen en een groot aantal zeer zeldzame ziektegenen. De eerste resultaten van het genoomonderzoek lijken een bevestiging van dit geaccepteerde beeld en zeker geen teleurstelling, zoals in het artikel wordt gesuggereerd. Zo is voor ouderdomsdiabetes nu een handvol frequente ziektegenen aangetoond die het risico op ziekte verhogen. Het zijn opzienbarende ontdekkingen die de weg openen voor het ontrafelen van ziektemechanismen; een belangrijke stap op weg naar preventie en therapie.

Zoals vaker het geval is, schuilt de oplossing in het bundelen van verschillende technieken en expertise. Het is duidelijk dat groots opgezette speurtochten naar ziektegenen over het hele genoom niet het volledige beeld zullen gaan geven van de genetische architectuur van de veel voorkomende ziekten. Ook de voorgestelde sequencing strategie voor detectie van de zeldzame unieke ziektegenen, en de detectie van de copy-numbervariaties, zijn noodzakelijke complementaire strategieën voor de opheldering van de erfelijke achtergrond van ziekten. Evengoed zijn bij deze strategieën duidelijke onzekerheden en nadelen aan te wijzen. Enkel door de waarde van elke strategie te waarderen en te combineren zal het volledige plaatje ingevuld worden.