In Marokko groeit vrees voor terreur

In Marokko groeit de vrees voor grote terreuraanslagen als in 2003. Een recente, kleinere aanslag maakt duidelijk dat de grote armoe een voedingsbodem voor radicalisering blijft.

Naast het gesloten ijzeren rolluik voor het internetcafé in Sidi Moumen, een wijk aan de rand van Casablanca waar nieuwbouw wordt afgewisseld door een zee golfplaten van krotten, vertelt Hajjaj Faïz van de aanslag. Zijn zoon Mohammed ligt boven in zijn bed; Mohammeds rechterarm is verbrand, aan een oor is hij nog steeds doof nadat zijn trommelvliezen scheurden door de explosie.

Twee onbekende jongens waren die zondagavond van de elfde maart het café binnengelopen en hadden plaatsgenomen achter een scherm om te internetten. Kennelijk ging er iets fout, ze begonnen op het toetsenbord te rammen. Zoon Mohammed werd kwaad en eiste schadegeld, sloot de deur en belde de politie. Het volgende moment was er de ontploffing achter in de ruimte, een morsige pijpenla. Een van de twee jongens had zijn riem met springstoffen tot ontploffing gebracht, zijn lichaam was veranderd in een romp van zwartgeblakerd vlees.

Hajjaj Faïz, een man met een stevige witte baard gekleed in een fel-oranje djellaba, vertelt over hoe het kleine cybercafé in Sidi Moumen bekend werd in heel het land. De minister, de hoofdcommissaris en gouverneur kwamen langs. Zijn zoon Mohammed werd een nationale held. Maar ondertussen was alles in het internetcafé kapot en waren de muren veranderd in een bloederige smeerboel. En van een schadevergoeding heeft hij nog niets gezien, klaagt Faïz. „We eten ervan, maar voorlopig kunnen we niet open.’’

Twee weken na de zelfmoordaanslag in Casablanca beseft Marokko dat het bij toeval is ontsnapt aan een grootschalige aanslag waar de moslimradicalen het patent op hebben. Naast de omgekomen terrorist vielen ‘maar’ vier gewonden. Het ministerie van Binnenlandse Zaken maakte deze week bekend dat 24 arrestaties zijn verricht in verband met de aanslag. Twaalf van de arrestanten zouden bereid zijn geweest eveneens te dienen als wandelende bom. Zes verdachten zijn nog voortvluchtig. Potentiële doelwitten: ‘buitenlandse boten’, kantoren in het financiële hart van Casablanca en toeristische trekpleisters in Marrakech, Agadir en Tanger.

Sinds de aanslag van 16 mei 2003 in Casablanca, waarbij inclusief de zelfmoordterroristen 44 doden vielen, houdt Marokko de adem in. Duizenden arrestaties werden verricht onder veronderstelde radicale moslimjongeren. Over de grens volgden fundamentalistische aanslagen in Madrid, waarbij duidelijk lijntjes naar Marokko liepen. Juist een maand geleden werd groot alarm geslagen na berichten van terreurexperts dat er een fusie van terreurgroepen in Noord-Afrika gaande zou zijn onder de vlag van Al-Qaeda.

Door de golf aan samenzweringstheorieën en analyses van terreurexperts die het publiek over zich uitgestort kreeg, werd één ding duidelijk: de rauwe armoede en uitzichtloosheid in Marokko vormt onverminderd een rijke voedingsbodem voor radicalisering en terreur. Neem de zelfmoordterrorist, de 23-jarige Abdelfattah Raydi. Net als de terroristen die zichzelf in 2003 opbliezen groeide hij op in de sloppen van Sidi Moumen. De wijk staat inmiddels bekend als ‘kamikazefabriek’. Als negentienjarige behoorde Raydi tot de brede groep verdachten van extremistische sympathieën die in de cel verdween na de aanslagen gepleegd door zijn buurtgenoten. Na twee jaar cel kwam hij vrij door koninklijke gratie. Op een foto zien we Abdelfattah aan de gevangenispoort, een jongeman gekleed in het uniform van de radicaal-fundamentalistische islam: witte djellaba, wit mutsje. In zijn wilde zwarte baard staat een gelukzalige glimlach.

Radicaliseerde Raydi in de cel tussen zijn vele gefrustreerde lotgenoten en werd hij daar geronseld, een gevaar van de gevangenis waarvoor al eerder werd gewaarschuwd door terreurexperts? Was het bezoekje aan het internetcafé bedoeld voor het krijgen van instructies? Handlanger Youssef Khoudry, de 17-jarige zoon van een verkoper van muntbladeren die zichzelf niet opblies, geldt als een belangrijke bron voor informatie voor de politie. Hij stond bekend als een van de vele lijmsnuivertjes in de krottenwijk van Sidi Moumen, maar niet als moslimradicaal. Op de avond van de aanslag was hij naar verluidt dronken.

Het aantreffen van meer bommateriaal suggereert dat Marokko is ontsnapt aan een meervoudige aanslag van het soort dat eerder in Casablanca en Madrid werd gepleegd. Deze week werd van hogerhand bezworen dat de organisatie een volstrekt Marokkaans karakter had. Sinds 2003, toen de aanslagen werden toegeschreven aan import van terreur, is de Marokkaanse overheid er veel aan gelegen het beeld te voorkomen van het land als basis van een mogelijke export van terreur. Zeker is dat bij de vrijlating van zelfmoordterrorist Abdelfattah Raydi de sloppen van Sidi Moumen er nog precies zo bij lagen als bij zijn arrestatie: een eindeloos samenraapsel van zelfgebouwde hutten waar vieze schapen tussen het zwerfvuil rondscharrelen. Moeder Raydi slaapt er met haar zeven kinderen in hok van twee bij drie. Van alle beloftes na de aanslagen van 2003 om de wijk er bovenop te helpen is tot dusver niets terechtgekomen.