In al haar verdeeldheid wordt de EU toch steeds meer één

In Berlijn geven de leiders van de Europese Unie morgen een boodschap aan de 480 inwoners van de 27 lidstaten. Het is deel van een grote campagne om de burgers meer bij Europa te betrekken.

Feest in Brussel, feest in Rome, feest in Berlijn. Weinigen kan het ontgaan dat Europa dit weekeinde iets te vieren heeft. De Europese Unie bestaat morgen vijftig jaar. Nauwkeuriger gezegd: de Verdragen van Rome bestaan zolang. Of nog nauwkeuriger: de oprichtingsverdragen voor de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Atoomenergie Gemeenschap (Euratom) zijn dan vijftig jaar oud. De spraakverwarring over wat er precies wordt gevierd is tekenend voor de Europese Unie: geen begrip zonder komma of voetnoot. En daarmee is het maar zelden echt goed te begrijpen voor wie het in de kern allemaal is bedoeld: de burgers van Europa.

Maar morgen zullen de regeringsleiders van de inmiddels tot 27 lidstaten uitgegroeide Unie daartoe onder leiding van huidig EU-voorzitter, de Duitse bondskanselier Merkel, een nieuwe poging tot uitleg ondernemen. Dan wordt met veel ceremonieel vertoon in het Duits Historisch Museum in Berlijn de Verklaring van Berlijn voorgelezen en ondertekend. Een boodschap aan de 480 miljoen inwoners van de Unie: waar het indertijd om te doen was, wat er tot stand is gebracht en wat er nog te doen staat. En dat alles, dat was althans de bedoeling, in begrijpelijke zinnen in de 23 talen die de EU nu rijk is.

Het wordt zeker geen spontaan volksfeest. De grootscheepse herdenking is onderdeel van de bewustwordingscampagne waarmee de Europese Unie bezig is, sinds de kiezers in Frankrijk en Nederland twee jaar geleden duidelijk maakten dat het steeds nauwer samenwerkende Europa voor hen helemaal niet zo vanzelfsprekend was. Per referendum gaven zij aan geen behoefte te hebben aan de Europese Grondwet die de bekroning had moeten zijn van de ‘gecontroleerde samenwerking’ tussen de lidstaten. Aanvankelijk werd het nog uitgelegd als een Frans-Nederlandse oprisping, maar inmiddels is het besef ook bij anderen doorgedrongen dat de scepsis veel breder leeft.

Veel van degenen die vijftig jaar geleden in Rome bijeen waren dachten nog zij het startschot gaven van het grote ‘Europese politieke project’ dat uiteindelijk zou leiden tot de Verenigde Staten van Europa. Zo is het niet gegaan. Europa is bij grote groepen verworden van ideaal tot vijand. Zoals de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Steinmeier deze week zei: „Voor veel mensen is Europa deel van het probleem en niet van de oplossing.”

„Dat moet veranderen”, voegde hij hier aan toe. Vandaar de lofzang op Europa in de Verklaring van Berlijn.

„Eeuwenlang was Europa, een idee, een hoop op vrede en toenadering. Deze hoop is werkelijkheid geworden”, aldus de openingszinnen van het twee pagina’s tellende manifest. Vanaf begin januari zijn diverse ontwerpteksten vanuit Berlijn naar de nationale hoofdsteden gestuurd. Europa toonde zich daarbij weer eens één in zijn verscheidenheid. Van de Britten mocht de euro geen succes worden genoemd, van Nederland mocht er geen datum voor bestuurlijke hervormingen in worden vermeld, de Polen bepleitten een verwijzing naar de christelijke wortels, de Fransen eisten meer nadruk op het sociale Europa, terwijl diverse landen bezwaren maakten tegen al te expliciete verwijzingen naar verdere uitbreiding.

De altijd verdeelde Unie. Is het eigenlijk ooit anders geweest? „De jarige is ernstig ziek”, luidde het commentaar toen in 1982 – op een meer bescheiden wijze dan nu – het ‘kwart-eeuwfeest’ werd gevierd van wat toen nog de Europese Gemeenschap heette. De zieke van toen heeft zich ondertussen wel qua landenaantal meer dan verdubbeld, heeft een gemeenschappelijke munt ingevoerd, heeft een interne markt tot stand gebracht, werkt op justitieterrein steeds vaker samen en lukt het zelfs om op het buitenlands politieke vlak regelmatig met één mond te spreken.

Met andere woorden: in al haar verdeeldheid wordt de Unie toch steeds meer één. Dat heeft wellicht te maken met die andere constatering van 25 jaar geleden: dat de werkelijke crisis van Europa was dat deze niet stuk kán.

Berlijn is bedoeld als nieuwe impuls. Om te laten zien dat Europa wel degelijk iets te betekenen heeft en dat Europa zich de structuur moet toe-eigenen om ook blijvend iets te betekenen. Vandaar de opdracht in de laatste zin van de verklaring om voor de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2009 een „vernieuwde gemeenschappelijke grondslag” te hebben. Lees: een aangepaste Europese grondwet die in elk geval geen grondwet zal heten.

Anders dan vijftig jaar geleden zal de verklaring van Berlijn slechts de handtekeningen krijgen van huidig EU-voorzitter Merkel, voorzitter Barroso van de Europese Commissie en voorzitter Pöttering van het Europees Parlement. Wel is overwogen om alle aanwezigen te laten tekenen. Maar 2007 is geen 1957. Een sessie waarbij 27 mensen hun handtekening zetten is te lang voor een gebeurtenis die live op tv wordt uitgezonden. De Europese kijkers hebben wel wat anders te doen.

Zaterdags Bijvoegsel: airbag Europa