‘Iedereen had haast, was geïrriteerd’

Nabestaanden herdenken de grootste luchtvaartramp ooit, op Tenerife. Sindsdien is de luchtvaart veranderd, zegt Peter Legro. „Nu zijn de uniformen van katoen.”

Op een zondagmiddag bijna dertig jaar geleden botsten op de luchthaven van het Spaanse eiland Tenerife twee passagiersvliegtuigen tegen elkaar. Een Boeing van KLM en een van de Amerikaanse luchtvaartmaatschappij PanAm. Geen van de 234 Nederlandse inzittenden overleefde het ongeluk. In totaal kwamen 583 mensen om.

Het is de grootste luchtvaartramp ooit, de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten daargelaten. Nabestaanden onthullen daarom dinsdag een monument voor de slachtoffers, op Tenerife. Toenmalig directeur van PanAm Nederland Peter Legro (later bestuursvoorzitter van luchtvaartmaatschappij Transavia) was direct na de ramp ter plaatse om hulp te bieden.

Wanneer hoorde u dat een vliegtuig van uw maatschappij was verongelukt?

„Het toenmalig hoofd voorlichting van KLM belde me die zondagavond thuis. Hij vertelde dat een van hun toestellen op dat van ons was gebotst en dat het heel erg was. Ze waren een Boeing 747 aan het klaarmaken voor een klein gezelschap van experts – technici van KLM en de Rijksluchtvaartdienst. Of ik mee wilde vliegen. Op Schiphol zocht ik mijn spullen bij elkaar: techniek om de blackbox te vinden, materiaal om de gegevens van het vliegtuig op bijvoorbeeld de staart mee af te plakken voor de media, mijn tandenborstel, een scheerapparaat.”

„Het eiland was toen al niet meer bereikbaar. Vanaf het nabijgelegen eiland Las Palmas vlogen we met vijf of zes man in een aftandse helikopter naar de luchthaven van Tenerife. Rond een uur of vijf in de morgen kwamen we daar aan. De vliegtuigskeletten smeulden nog. Vooral van het KLM-toestel was niets meer over.”

Wist u wat u bij een ramp als deze moest doen?

„Voor zoiets bestaat geen handleiding. De cockpit lag ondersteboven. De staart was verbrand. Met de technicus die zich in de cockpit uit zijn riemen had laten vallen, ben ik in die eerste uren bezig geweest de flight recorders te vinden en uit te zoeken waar de nog levende crew en passagiers waren ondergebracht.

De lichamen lagen in een loods: links de Nederlanders, rechts de Amerikanen. Ik bezocht de gezagvoerder in het ziekenhuis, zijn rug was zwaar verbrand. Ik richtte een hotelkamer in met typemachines en telexapparaten, om het kantoor in New York op de hoogte te stellen, die wisten nog van niets. Journalisten vlogen met privévliegtuigen over het eiland heen, maar konden niet landen. Begrafenisondernemers gebeld. Na vier dagen vloog ik terug, de Amerikanen kwamen me aflossen. Donderdag zakte ik in mijn fauteuil. Vrijdag ben ik weer gaan werken.”

De Amerikaanse, Spaanse en Nederlandse overheden hebben de toedracht van het ongeluk onderzocht. Hoe heeft het volgens u kunnen gebeuren?

„De eerste dagen heb ik de Nederlandse én de Amerikaanse persconferenties bezocht. De schuldvraag werd in eerste instantie door beide partijen de andere kant opgetikt. Dat is normaal in dit soort gevallen. Mensen proberen hun bedrijf te beschermen. Later zijn ze eruit gekomen.

Mijn inschatting is dat het een aaneenschakeling van kleine, op zichzelf staande fouten was. De vliegtuigen waren al uitgeweken, vanwege een bommelding op de luchthaven van de oorspronkelijke bestemming Las Palmas. De bemanning dreigde daardoor te veel uren te gaan maken, wat zou betekenen dat iedereen in een hotel ondergebracht zou moeten worden. Niemand wist hoe lang het nog zou duren. Iedereen had haast en was geïrriteerd, het ene vliegtuig blokkeerde het andere. Er wordt gezegd dat de Nederlandse gezagvoerder te veel overwicht zou hebben gehad op zijn co-piloot.”

Heeft het ongeluk de luchtvaart veranderd?

„Ja. Er is meer aandacht gekomen voor de menselijke factoren. De verhoudingen in de cockpit zijn minder hiërarchisch geworden. De kleding van de bemanning is aangepast. De gezagvoerder van het PanAm-toestel had een shirt aan met een hoog kunststofvezelgehalte. Nu zijn de uniformen van katoen. Het taalgebruik in de verkeerstorens is verbeterd. Engels is de voertaal in de luchtvaart, maar soms was het accent heel zwaar. Ook is de communicatie naar nabestaanden verbeterd. Hoe bereik je familie? Wie haalt de auto op van Schiphol? Dat is nu allemaal vastgelegd.”

Gaat u naar de onthulling van het monument dinsdag?

„Nee.”

Waarom niet?

„Ik heb het aanschouwd, ik heb het verwerkt. Ik heb geen verdriet om verloren familieleden of vrienden. Ik hoor daar niet thuis.”