Het Temmen van de Vraatzucht

In hoeverre mag je mensen aanspreken op hun eetgedrag? Dat is een fundamenteel probleem met onmiddellijke repercussies voor vrijheid en privacy. Er zijn mensen die ervoor kiezen om veel en lekker te eten. Die zeggen: ‘Wat zou ik vierennegentig en een half willen worden als ik de laatste acht jaar van mijn leven met Alzheimer in een verpleeghuis doorbreng?’ Zij nemen risico’s omdat ze het perspectief van een langer leven helemaal niet zo interessant vinden, in vergelijking met het leven dat ze willen leiden.

Maar er zijn ook mensen die door sociale omstandigheden in een ongezond leefpatroon zitten. Ongezond leven komt veel meer voor bij mensen met een laag inkomen. Die zouden misschien wél anders willen. Dat is van een andere orde.

In sommige gevallen mag je als overheid dus optreden tegen overgewicht – moet je dat zelfs doen, want het is weldegelijk een volksgezondheidsvraagstuk – en in andere gevallen moet je mensen met rust laten. Dat is een lastige afweging.

Het blijkt moeilijk om obesitas te beteugelen. Volgens recent onderzoek heeft de overheidscampagne ‘Maak je niet dik’ maar een beperkt effect heeft gehad. Mensen zijn door die campagne wel beter op de hoogte maar er blijft een kloof bestaan tussen weten en het daadwerkelijk veranderen van eetgedrag. Van voorlichtingscampagnes moet je overigens ook niet verwachten dat iedereen opeens aan het ‘Sonjabakkeren’ slaat. Programma’s die gericht zijn op bepaalde groepen en hun specifieke leefstijl, bijvoorbeeld jongeren of ouderen, of bepaalde groepen allochtonen, lijken kansrijker, vooral als er sprake is van een integrale aanpak, dus gezond eten en bewegen.

Gemeenten kunnen betere fietspaden aanleggen, scholen kunnen de cola-automaat uit de kantine weren. Hoe ver je moet je daar mee gaan? Zolang je keuzes mogelijk en aantrekkelijk maakt zonder deze op te dringen, is er geen probleem. Moreel ingewikkelder wordt het als je dwingend ingrijpt in de leefstijl of inspeelt op oordelen die stigmatisering in de hand werken. Dikke mensen lijken bijvoorbeeld vogelvrij: je mag zo je oordeel over hen geven. Dat is niet goed. Maar die frisdrankautomaten eruit lijkt me niet onoverkomelijk.

Het is moeilijk om af te vallen. Onze cultuur werkt daar niet aan mee. Vroeger gingen kinderen na school op straat spelen, nu zitten ze allemaal achter de pc en de tv. En het hoge tempo van onze samenleving maakt gezond eten lastig. Maar je kunt wel op een praktische manier inspelen op deze veranderingen, zonder paternalisme. Hier liggen zelfs mogelijkheden voor het bedrijfsleven, bijvoorbeeld door gemakkelijk te bereiden gezond voedsel op de markt te brengen.

Verandering is dus mogelijk, want ongezonde eet- en beweegpatronen zijn niet altijd een kostbaar en gekoesterd onderdeel van de cultuur van mensen. Men zal bijvoorbeeld niet meteen in opstand komen als we het aantal roltrappen omlaag brengen.

Inez de Beaufort is hoogleraar gezondheidsethiek aan het Erasmus MC in Rotterdam. Ook is zij coördinator van EUROBESE, een door de Europese Unie gefinancierd onderzoeksproject naar ethische kwesties rond overgewicht en obesitas.