Het alternatief is de brandstof zelf

Biobrandstoffen worden geproduceerd uit natuurlijke grondstoffen en zorgen net als aardgas voor schonere auto’s. Brede toepassing van aardgas wordt pas na 2010 verwacht.

Niet alleen zuiniger en minder CO2 producerende motoren, ook biobrandstoffen verminderen de CO2 -emissie. Ze worden geproduceerd uit natuurlijke grondstoffen, zoals planten, bomen of biomassa. Doordat planten en bomen CO2 opnemen, wordt de CO2 uitstoot van een motor die op biobrandstof draait in een gesloten kringloop geheel of gedeeltelijk gecompenseerd.

Tot 2010 moet geleidelijk een component biobrandstof aan fossiele brandstoffen worden toegevoegd, tot een wettelijk EU-minimum van 5,75 procent. Het betreft een verplichting op macroniveau, zodat niet elk tankstation exact dezelfde bio-toevoeging hoeft te leveren. Ook brandstoffen met een hogere bio-component worden ‘meegenomen’ in het 5,75 procentdeel. Wel moeten autofabrikanten vanaf nu hun motoren zodanig construeren, dat die op een maximaal biopercentage van 30 procent in brandstoffen functioneren. De vraag naar grondstoffen als mais, suikerriet of palmolie kunnen de combinatie vraag en aanbod zó verstoren, dat negatieve prijseffecten en tekorten ontstaan.

Bio-ethanol wordt geproduceerd uit suikerriet, mais of andere suikerhoudende gewassen. Vermengd in een verhouding van 85 procent ethanol en 15 procent benzine is E85 nu de meest voorkomende biobrandstof. In Brazilië heeft 91 procent van de auto’s daar zogenaamde flexfuel motoren die zowel op ethanol als benzine draaien, zonder gescheiden benzine- of ethanoltanks in de auto. De calorische waarde van ethanol is iets minder dan van benzine. Ondanks de energiebehoefte voor de productie van ethanol is de CO2 -reductie opvallend. Toen in 1985 de Zuid-Amerikaanse suikerrietoogst mislukte en de wereldolieprijzen daalden, liep de belangstelling voor ethanol flink terug. B30 is een biobrandstof voor dieselmotoren, met raapolie als grondstof. Ook de productie van B30 kost extra energie en is dus niet CO2 neutraal, maar vermindert wel roetproductie. De productie van E85 is duurder dan ethanol, evenals de aanleg van tankstations.

Een andere ontwikkeling is BTL (Biomass To Liquid) dat met de meest uiteenlopende planten, bomen of natuurlijk afval kan worden geproduceerd. BTL wordt daarom ook wel sunfuel genoemd. Het bevat geen aromaten of zwavel en laat zich simpel mengen met bestaande diesel of benzine. GTL (gas to liquid) gaat nog een stap verder dan BTL. In de jaren twintig vonden de Duitsers het ‘Fischer-Tropsch-proces’ uit, waarbij gas tot een vloeibare brandstof werd omgevormd. Dit proces wordt van stal gehaald om aardgas om te vormen tot een synthetische brandstof, vandaar de naam synfuel, naast sunfuel. Pure GTL wordt nu in speciale productiefaciliteiten vervaardigd, zoals bij Shell in Qatar. Vooral de mogelijkheid GTL te mengen met dieselbrandstof, om daarvan de eigenschappen (geen zwavel ten behoeve van lage NOx-emissie, minder roetproductie) te optimaliseren, wint aan belang. De BTL- en GTL-productie bevindt zich nog in de beginfase en is daarom duur. Men spreekt over designers brandstoffen, vanwege de mogelijkheid BTL en GTL in een ideale samenstelling te mengen.

Aardgas is in gecomprimeerde toestand (CNG) een optie voor de korte termijn, met een brede toepassing vanaf 2010. Het is schoon, overal beschikbaar (want ’s werelds op een na grootste energiereserve), de calorische waarde ligt tussen die van benzine en diesel en er is geen speciale infrastructuur voor nodig: heel Europa kent gasleidingen. Benzinemotoren hoeven ook nauwelijks te worden aangepast. Alleen is een tweede CNG-tank nodig, nu nog moeten alle aardgasmodellen geschikt zijn voor CNG én benzine. Zo’n dubbele tank is niet nodig zodra er meer tankstations komen. Maar de wereldaardgasreserve raakt rond 2060 op.

De euforie rondom waterstof – ‘er komt alleen water uit de pijp’ – is nog niet terecht. Natuurlijk is waterstof 100 procent schoon en wereldwijd in enorme hoeveelheden beschikbaar. Waterstof is echter geen brandstof, maar een energiedrager die moet worden geproduceerd. Dit vergt veel energie, met negatieve gevolgen voor de CO2 -emissie. Op dit moment is aardgas de gemakkelijkste energiebron om waterstof te maken. In de hele energieketen zou die productie echter een tweemaal zo hoge CO2 -emissie veroorzaken als bij rijden op benzine of dieselbrandstof. Duurzame energiebronnen, van waterkracht tot nucleaire energie, zijn de enige zinvolle CO2 neutrale methoden om waterstof te vervaardigen. Maar opslag en distributie van waterstof zijn nog grote handicaps.