Heb ook medelijden met het lapje vlees

Het succes van de Dierenpartij is gebaseerd op de confrontatie van de mens met zijn eigen gespletenheid. We houden van ons huisdier, maar voeren het vlees uit de bio-industrie.

Klaas Rozemond

Auteur van het recent verschenen boek ‘Filosofie voor de zwijnen’.

Mensen zijn gevoeliger geworden voor dierenleed. Ze zijn verontwaardigd wanneer onschuldige dieren worden doodgeknuppeld vanwege hun pels, ze protesteren zodra ze worden geconfronteerd met gekwelde varkens in de bio-industrie en ze sympathiseren met bedreigde diersoorten. De Partij voor de Dieren haalt twee zetels in de Tweede Kamer om het medelijden met dieren te vertalen in politieke daden. Er gaan zelfs stemmen op om, net als in Duitsland, de rechten van het dier in de Grondwet op te nemen. Het dier is een wezen geworden met politieke rechten die moeten worden omgezet in daadwerkelijke vermindering van dierenleed.

Mensen uiten hun gevoeligheid ook tegenover de huisdieren die zich een vaste plaats hebben verworven in het gezinsleven. Met veel liefde verzorgen ze hun hond of kat van wieg tot graf. De toegenomen gevoeligheid voor dierenleed en dierenwelzijn staat in schril contrast met het leed dat wij dieren aandoen. Dagelijks worden duizenden dieren omgebracht voor onze dagelijkse portie vlees. De geslachte dieren hebben een akelig, bruut en kort leven gehad in de moderne stallen van onze samenleving en ze worden vaak onder gruwelijke omstandigheden naar het abattoir vervoerd. Veel mensen hebben er ook geen moeite mee om cosmetica en medicijnen te gebruiken die eerst op proefdieren zijn getest in de moderne laboratoria van de wetenschap en de industrie.

De menselijke gespletenheid tegenover dieren komt op schrijnende wijze tot uiting wanneer we onze kat varkensvlees voeren uit de bio-industrie en onze hond oogdruppels toedienen die eerst op konijnen zijn uitgetest.

Hoe is deze gespletenheid ontstaan? Een verklaring is te vinden in de geschiedenis van het denken over mens en dier. Lange tijd dacht de mens boven de dieren te staan dankzij het rationele verstand waarmee hij de natuur kan doorgronden. Het dier leeft op grond van zijn instincten en beschikt niet over wetenschap, een dier denkt niet na over de zin van het leven, het kan niet praten en heeft geen cultuur of godsdienst. Kennis, kunst, filosofie en religie zijn de uitingen van de ratio waarmee de mens zich boven het dier heeft geplaatst. Daarom mag hij ermee doen wat hij wil.

De gedachte dat de rationele mens superieur is aan het redeloze dier is al te vinden bij Aristoteles en de stoïcijnen. De kerkvader Augustinus transplanteerde deze klassieke gedachte naar het christendom. Deze denkers kenden het dier echter wel een ziel toe met een vermogen om genot en pijn te voelen. De scheiding tussen mens en dier radicaliseerde tijdens de Verlichting. De eerste verlichtingsdenkers creëerden een nieuw filosofisch paradigma waarin het dier al zijn gevoel werd ontnomen.

De Franse filosoof René Descartes (1596-1650) beschreef in een van zijn brieven een gruwelijk experiment dat het nieuwe paradigma duidelijk illustreerde. Een levende hond werd op een houten kruis gespijkerd en opengesneden om de bloedsomloop te bestuderen. De ontleding van de hond bereikte haar wetenschappelijke hoogtepunt op het moment dat het topje van zijn kloppende hart werd afgesneden. Zo konden zijn ontleders zien hoe het bloed in de laatste stuiptrekkingen uit het hondenlichaam werd gestuwd. Tijdens dit experiment moet de hond verschrikkelijk hebben gejankt, maar dat schrikte de ontleders kennelijk niet af. Descartes had een eenvoudige verklaring voor hun ongevoeligheid. Anders dan de mens heeft de hond geen rationele ziel en zonder zo’n ziel kun je volgens Descartes geen pijn voelen. Het gekrijs van de hond is niet de uiting van werkelijk gevoelde pijn, maar slechts een mechanische reactie op van buiten komende prikkels. Het mechanische wereldbeeld verschafte de rechtvaardiging voor de wetenschappelijke ontleding van het dier.

De rationele radicalisering van de Verlichting had echter ook tot gevolg dat het dier grondig werd bestudeerd. Het paradoxale resultaat daarvan was dat de verschillen tussen mens en dier aanzienlijk kleiner bleken te zijn dan de eerste verlichtingsdenkers beweerden. Darwin stelde met zijn evolutietheorie dat mensen en dieren gemeenschappelijke voorouders hebben en dat zij veel eigenschappen met elkaar delen. Biologen als Frans de Waal betogen in het voetspoor van Darwin dat dieren net als mensen gevoel, techniek, cultuur, ethiek en politiek hebben.

De mens heeft ook zichzelf aan een rationeel onderzoek onderworpen. Daaruit is gebleken dat gevoel veel belangrijker is dan de vroege Verlichtingsdenkers dachten. Neurologisch onderzoek heeft aangetoond dat mensen niet alleen door hun verstand worden gestuurd. Emoties zijn onmisbaar voor een doelgericht leven, zo laat de neuroloog Antonio Damasio aan de hand van diverse onderzoeken zien in zijn boek De vergissing van Descartes. Dit is geen nieuw inzicht, maar een bevestiging van wat filosofen als David Hume en Adam Smith al eerder betoogden.

De mens heeft zich met zijn verstand op een voetstuk geplaatst en zich er vervolgens met datzelfde verstand weer vanaf gestoten. Het kwaad is echter al geschied: het rationalisme van de Verlichting heeft de basis gelegd voor de bio-industrie en de dierproeven, hoewel wij nu weten dat de vermeende verschillen tussen mens en dier daarvoor geen rechtvaardiging kunnen verschaffen.

De menselijke gespletenheid ten aanzien van dieren is alleen vol te houden omdat mensen zich afsluiten voor de waarheid over mens en dier. Het negeren van rationele inzichten is echter in strijd met de geest van de Verlichting. Wanneer wij de feiten onder ogen zien en vervolgens ons gevoel laten spreken, dan zouden wij heel anders omgaan met de koeien en varkens die wij opdienen voor onszelf en onze huisdieren.

Het succes van de Dierenpartij is gebaseerd op de confrontatie van de mens met zijn eigen gespletenheid. Ons verstand en gevoel zeggen ons dat wij ons gedrag tegenover dieren ingrijpend moeten veranderen op grond van gewijzigde inzichten, maar het lukt ons niet om onze vergissingen uit het verleden ongedaan te maken. We moeten daarom bij iedere biefstuk bedenken welk dierenleed ten grondslag ligt aan ons culinaire genot en we moeten bij iedere karbonade meelijden met het gekwelde varken. Dierenbeschermers moeten vervolgens op dat typisch menselijke verstand en gevoel blijven hameren: zie in dat je je hebt vergist en trek daaruit de morele consequenties.