Hardhoutcowboys

Een consument snakt naar ‘een goed gevoel’. Daarom doet hij, tot vreugde van verkopers, aan ‘cognitieve dissonantiereductie’. Die marketingterm betekent dat hij een verlies of rampinvestering vrijwillig wegredeneert.

Een bedrogen teakhoutbelegger vergoelijkt bijvoorbeeld: „Ik doe toch iets goeds voor het milieu.” Of een huiseigenaar met een te dure beleggingshypotheek verzucht: „Gelukkig is onze overwaarde wel gestegen.”

Zo schept de consument zijn eigen wereldje waarin alles wél in orde lijkt. Maar daarbuiten raast een storm. Sinds 1989 hebben 20.000 teakhoutbeleggers samen 0,5 miljard euro in tropische bomen gestoken. Nu heeft slechts één hardhoutcowboy een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten gekregen; de rest moet stoppen. Beleggers en aanbieders moeten onderling maar uitmaken hoe ze dat afrekenen.

Ondertussen is het milieu niet erg verwend. Bij een aantal teakverkopers gaat de helft van de inleg op aan management- en administratiekosten. Die verwennen dus vooral hun eigen milieu. Maar dissonantiereductie doet haar werk: je hoort niemand klagen.

Hetzelfde geldt voor houders van hypotheken, lijfrentes en spaarplannen met een te dure beleggingspolis erin. Van de vier miljoen gedupeerden heeft zich een luttele 2,5 procent aangemeld bij de belangenbehartigers www.verliespolis.nl, www.woekerpolisclaim.nl of www.beleggingspolisclaim.nl.

De overige 97,5 procent zal grotendeels afwachten, een tegenvaller bagatelliseren en braaf slikken. Net als bij aandelenleasen. Daar heb je 600.000 gedupeerden, die elk duizenden tot vele tienduizenden euro’s kwijtraakten. 13 procent van hen strijdt juridisch voor compensatie. En al schreeuwen consumentenorganisaties zoals www.platformaandelenlease.nl dat ze blijven vechten, de rust zal spoedig weerkeren. Bijna negen van de tien leasebeleggers zullen zich gewillig scharen onder de algemeen verbindend verklaarde Duisenberg-regeling, om hooguit (een deel van) hun restschuld kwijtgescholden te krijgen.

Dankbaar beseffen directies en aandeelhouders van geldbedrijven dat de tijd 90 procent van alle consumentenwonden heelt. Onvrede door foute financiële producten lost men dus niet op met excuses en compensatie, maar met geruststellen, uitstellen en zich indekken.

Ondertussen zitten ze te rekenen. Zo becijferden analisten van de Rabobank begin dit jaar dat de woekerpolisaffaire de Nederlandse verzekeraars totaal circa 1 miljard euro kan gaan kosten. Omgerekend is dat 250 euro per gedupeerde. Daarvan kun je geen hypotheekrestschuld van 25 of 50 mille aflossen. Een weekendje weg kan nog net, maar alleen als je op de kleintjes let.

Dissonantiereductie is duur, bedrieglijk en kortwerkend: je gooit je eigen glazen in. Want geldbedrijven zijn net kinderen: ze doen stoute dingen als de aandacht of het toezicht verslapt. Zo verkennen ze de wettelijke en menselijke grenzen.

Maar hoewel de wettelijke teugels recentelijk zijn aangehaald, geeft de consument de financiële sector nog altijd de vrije hand. Thuis zou u dat heel anders aanpakken. Hoe reageert u als uw vierjarige zoontje de kracht van een baksteen op uw auto uittest? Of als uw tienjarige dochter het zakgeld van haar zusje aan zichzelf besteedt? Juist. Ook geldbedrijven vragen om opvoedkundige correcties. Als individuele klant begin je echter niks. De financiële sector wordt pas gehoorzaam als duizenden of miljoenen klanten samen een corrigerende tik uitdelen. Als consument hoor je daaraan mee te doen, zelfs als dat wat moeite kost of een paar tientjes inschrijfgeld voor een van de genoemde belangenorganisaties.