Genève als voorbeeld

Wie wil weten welke auto’s zoal te bezichtigen zijn op de AutoRAI, kon eerder deze maand een kijkje nemen op de prominentere autoshow in Genève. Ook daar was milieu het onderwerp van gesprek.

Ruim 730.000 bezoekers hebben de afgelopen twee weken de autotentoonstelling van Genève bezocht, hét jaarlijkse feestje van de autobranche waar de hele industrie zich altijd speciaal voor opdoft. In Genève kun je ’s avonds in het café zo maar DaimlerChrysler-topman en Mercedes-baas Dieter Zetsche tegen het lijf lopen; op de beurs zelf verzorgde de Colombiaanse popster Shakira een liveoptreden op de stand van haar persoonlijke sponsor Seat. Buiten lonken de skihellingen.

Genève is bij uitstek de pleisterplaats waar de grote autobazen elkaar ontmoeten. Een beurs met een veel grotere uitstraling dan de AutoRAI. Ondanks het feit dat Nederland over een eigen auto-industrie beschikt (hoewel NedCar niet meer is dan een assemblagefabriek) en Nederland over een grotere consumentenmarkt voor auto’s beschikt dan Zwitserland. Genève heeft internationale uitstraling, waar eerder deze maand bijna honderd primeurs te bewonderen vielen. Al moet dat niet worden overdreven, want een nieuwe buitenspiegel op een bestaand model wordt al snel als primeur aangemerkt.

Niettemin is het een handige zet van de Rai Vereniging om de tweejaarlijks AutoRAI, die op 29 maart zijn deuren opent, dit keer ná de autosalon van Genève te organiseren. De AutoRAI was in januari altijd een lokale consumentenbeurs met een handvol nieuwtjes, dit keer vallen de laatste snufjes uit Genève ook Amsterdam ten deel. Directeur Peter Jansen van de Rai Vereniging denkt dat „alle nieuwe auto’s die in Genève hebben gestaan de autoshow op de RAI een enorme impuls zullen geven”. Hij verwacht 500.000 bezoekers.

In Genève vielen twee hoofdtrends te onderscheiden die ook in Amsterdam de boventoon zullen voeren. Terwijl door de uit Brussel gevoede milieudruk het aantal ‘schonere’ auto’ s dat autofabrikanten produceren gestaag toeneemt, nemen de prestaties nauwelijks af. „We maken auto’s, geen kinderwagens”, zegt BMW-bestuurslid Klaus Draeger. „Een BMW-rijder moet altijd het gevoel hebben dat hij in een high-tech en snelle auto rijdt.” Om de daad bij het woord te voegen toont BMW op de AutoRAI een conceptauto die volledig door waterstof wordt aangedreven. Een auto zonder schadelijke uitstoot die een topsnelheid van 230 kilometer kan halen. Bijkomend probleem is dat de actieradius slechts 200 kilometer bedraagt en zelfs in een land als Duitsland slechts vijf tankstations zijn. „Een serieauto op waterstof is de eerste twintig tot vijfentwintig jaar niet te verwachten. Misschien duurt het langer”, zegt BMW-bestuursvoorzitter Norbert Reithofer. „Maar het begin is er. Iedere grote reis begint uiteindelijk met de eerste stap.”

Reithofer benadrukte vorige week tijdens een persconferentie in München dat de uitstoot van alle BMW’s in de populaire en goed verkochte nieuwe BMW-drie serie in 2008 nauwelijks nog boven de EU-normen liggen. Al blijft Reithofer de eis van Brussel dat de CO2--emissies van auto’s in de Europese Unie in 2012 niet meer dan 120 gram per kilometer mogen bedragen ‘rabiaat’ vinden. Duitse fabrikanten als Mercedes, BMW, Audi en Porsche, die wereldwijd met hun grote limousines het duurdere segment van de markt bedienen, wordt daarmee het mes op de keel gezet. Ondanks het feit dat de vier fabrikanten jaarlijks gezamenlijk 16 miljard euro besteden aan onderzoek en ontwikkeling voelen zij zich door de Europese milieueisen ernstig bedreigd. In de VS speelt het milieuprobleem voor de fabrikanten ook wel, maar daar kunnen zij via gepeperde boetes de schadelijke emissies uitstoot voor een deel afkopen.

In Genève bleek dat geen fabrikant zich nog kan onttrekken aan de sterker klinkende roep om schonere auto’ s. Robeco heeft voor zijn managers een leasecontract met BMW, maar dat dienen schone BMW’s te zijn, anders gaat de klant ergens anders shoppen. Toyota en Honda mogen (niet in de laatste plaats door het knappe marketing succes waarmee zij hun schone auto’s bij het grote publiek aanprijzen) met hun hybride-auto’s – waarbij een elektromotor bij lage snelheden de benzinemotor ondersteunt – nog zo veel succes hebben, de Duitse fabrikanten denken dat steeds schonere en zuiniger dieselmotoren een alternatief vormen om de milieuproblemen snel het hoofd te kunnen bieden.

Ook op de RAI is het milieu een belangrijker thema. Er is op het voorterrein van het RAI gebouw een ECO Village gebouwd, waar de auto-industrie de laatste ontwikkelingen op het gebied van milieuvriendelijke auto’s toelicht. De bezoeker wordt in staat gesteld met de nodige milieuvriendelijke voertuigen te rijden. Met een instructeur kun je zelf beleven hoe een auto rijdt op ethanol of SunFuel (brandstof gewonnen uit biomassa).

Maar ondanks het feit dat de autoshow meer en meer uitgroeit tot een evenement voor het hele gezin (er wordt zelfs een Lady’s Day georganiseerd omdat negentig procent van alle bezoekers uit mannen bestaat), staan de auto’s op de RAI centraal. De nieuwe Renault Twingo, Maserati Gran Turismo, Mercedes C-klasase, Audi A5 coupé, Mitsubishi Fortwo, Peugeot 4007 en Citroën C-crosser (het eerste gezamenlijke ‘terreinwagen’ project van PSA): ze staan er allemaal. Want de auto blijft voor de bezoeker toch het hoofdthema op de AutoRAI; oftewel het wegdromen bij alle voor hem betaalbare of onbetaalbare voertuigen die er staan opgesteld.