Fiscus ziet in kunst vooral geld

Operavoorstellingen zijn voor de fiscus niet te onderscheiden van een peepshow. Fiscalisten raken het spoor bijster.

Het intrigerende van kunst is dat het zich niet in een definitie laat vangen, zeker geen fiscaal juridische. Toch is dat nodig omdat we cultuur lager willen belasten dan commercie. Dat sympathieke uitgangspunt brengt kunst binnen de invloedsfeer van fiscaal juristen.

De Hoge Raad beschouwt de videocabines in seksshops waar men zich in een eenpersoons hokje kan verlustigen aan een pornofilm, belastingtechnisch als een filmzaal, zij het een piepkleine zaal. Dus geldt het gunstige btw-tarief voor filmhuizen ook in de seksshop. Men moet het fiscale kunstgehalte van dergelijke groezelige gelegenheden trouwens niet onderschatten. Afgelopen januari constateerde het gerechtshof in Amsterdam dat peepshows fiscaal bezien niet te onderscheiden zijn van operavoorstellingen.

De erotische toeren die blote dames uithalen voor geile heren in kleine hokjes, vallen volgens de rechter onder het lage btw-tarief voor toneelvoorstellingen. Daar is staatssecretaris van Financiën Jan Kees de Jager (CDA) het overigens niet mee eens. Het is duidelijk dat de CDA-bewindsman het platvloerse wil onderscheiden van Kunst met een hoofdletter.

Dat klinkt mooi, maar de kunstwereld heeft niets aan mooie woorden. Als het om echte kunstwerken gaat, komen belastingrechters en inspecteurs namelijk opeens met stoere uitspraken die aan alle kanten de belastingvoordelen voor kunst inperken. Zozeer zelfs dat CDA-parlementariër Nicolien van Vroonhoven vorig jaar in de Tweede Kamer verzuchtte dat de Belastingdienst vrijwel geen beeldhouwwerk meer als kunst erkent.

Het fiscale anti-kunstbeleid gaat Van Vroonhoven aan het hart omdat ze tot de weinigen behoort die zowel kunstgeschiedenis als belastingrecht studeerden; een soort dubbel paspoort. Nadat ze er toenmalig staatssecretaris van Financiën Joop Wijn op had aangesproken, ging Van Vroonhoven ervan uit dat de ogen van de fiscus voor de waarde van kunst waren geopend.

Dat is misschien wel zo, maar dan toch vooral met dollartekens in de ogen, zoals een lezer van deze krant ondervond. Hij koopt regelmatig kunstwerken in het buitenland. In lijn met de huidige trend is dat vaak zogenoemde totaalkunst. Voorwerpen die hun artistieke kracht niet alleen ontlenen aan een vorm of een afbeelding maar ook aan beweging, geluid en beeldprojectie. Een voorbeeld is het kunstwerk dat onze lezer kocht van de internationaal vermaarde videokunstenaar Pipilotti Rist. Het kunstwerk Your Space Capsule, bestaat uit een schaalmaquette van haar kinderkamer, opgebouwd in een houten krat op een pallet.

Van binnenuit worden op de wanden van de krat videobeelden met geluid geprojecteerd. Deze beelden zijn gebaseerd op de ervaringen die de kunstenaar ooit in het nu nagebouwde kamertje opdeed. (www.pipilottirist.net).

Zo’n totaalkunstwerk is niet goedkoop. De particuliere kunstverzamelaar telde er 150.000 dollar (113.000 euro) voor neer maar de aanschaf geldt als een aanwinst voor het Nederlandse kunstbezit. Volgens de gewone tarieven voor elektronica moet deze kunstverzamelaar flink wat invoerrechten betalen bovenop een btw-tarief dat meer dan drie keer zo hoog is als dat voor peepshows en pornofilms.

Aertjan Grotenhuis