Expositie ‘Contour’ zet aan tot beter kijken

Contour/Continuïteit, Heden en Verleden in Het Prinsenhof, Museum Nusantara en Museum Lambert van Meerten, Sint Agathaplein en Oude Delft in Delft. T/m 13 mei, Inl.www.contour2007.nl

Jong en nieuw, now and wow. In het wereldje van de hedendaagse beeldende kunst heerst het arrogante idee dat alleen wat nu door jonge kunstenaars gemaakt wordt telt. Dit heeft te maken met geld: jonge kunstenaars kunnen nog doorstoten naar de internationale top, van oudere kunstenaars ligt de status min of meer vast en daarmee ook de prijs van hun werk. De tentoonstelling Contour/ Continuïteit in Delft maakt korte metten met die bewieroking van ‘jong, nieuw en nu’ in de beeldende kunst zonder dat de jonge kunst veronachtzaamd wordt.

De expositie speelt zich af in drie Delftse musea. Het Prinsenhof met de ‘Moordhal’ waar Willem van Oranje in 1584 werd neergeschoten, toont gewoonlijk Nederlandse kunst uit de zestiende en zeventiende eeuw. In het belendende Museum Nusantara worden objecten uit Indonesië en West-Papoea geëxposeerd en in het herenhuis van de negentiende eeuwse kunstverzamelaar Lambert van Meerten zijn stijlkamers en een collectie tegels en keramiek te zien. In 1951 werd in het Prinsenhof voor het eerst een expositie van eigentijdse Nederlandse kunst gehouden, onder de titel Contour onzer Beeldende Kunsten. Die tentoonstelling werd een traditie: tot 1989 waren er zeventien Contour-exposities. Nu, twintig jaar later, is die traditie nieuw leven ingeblazen, maar deze Contour heeft een andere opzet dan voorheen. Niet alleen werden de musea Nusantara en Lambert van Meerten bij het project betrokken, de hedendaagse kunst wordt nu niet afzonderlijk getoond, maar in combinatie met werken uit de collecties.

De samenstellers, de Delftse kunstenaar Jaap van den Ende en Jan Hein Sassen, voormalig conservator van het Amsterdamse Stedelijk Museum, lieten zich leiden door de gedachte dat tussen de hedendaagse kunst en die uit vroeger eeuwen raakvlakken en overeenkomsten bestaan, zowel in de interesses van kunstenaars, hun mentaliteit en onderwerpkeuze als hun werkwijze. Om dit zichtbaar te maken werden de hedendaagse en oude kunstwerken gegroepeerd rond een aantal thema’s. Hoe werden bijvoorbeeld oorlog en geweld vroeger weergegeven en hoe nu, op welke manieren uit zich de aandacht voor de natuur, hoe wordt naar mensen gekeken? En hoe ordent een kunstenaar zijn beeld, hoe vormt hij uit bloemen een stilleven of uit lijnen en vlakken een abstracte compositie? Dit soort vragen resulteerde in een serie kleine thematische exposities die samen één geheel vormen.

Contour bevat werk van 111 hedendaagse Nederlandse kunstenaars. Wat dit overzicht verrassend maakt, is een flink aantal oudere kunstenaars. Net als de jongeren zijn ze veelal met recent werk vertegenwoordigd. De bijdrages van kunstenaars als Herman de Vries (1931), Arie Berkulin (1939), Johan de Haas (1923), Carel Visser (1928) of Guido Lippens (1939) doen op geen enkele manier ouderwets of gedateerd aan naast die van jongere collega’s als Juul Hondius (1970), Folkert de Jong (1972), Marc Bijl (1970) of Fiona Tan (1966). De jongere generatie toont meer fotografie en video maar hun fascinaties zijn toch heel vergelijkbaar met die van hun oudere collega’s.

De samenstellers hebben de thema’s nogal vrij opgevat, waardoor ze niet als dwangbuis fungeren. In de drie musea stuit de bezoeker steeds weer op mooie, geestige en ook leerzame combinaties van kunstwerken. Zoals een compositie van Jan Roeland naast een streng, zeventiende eeuws stilleven van Willem Claesz. Heda. Of, bij het thema natuurobservaties, de computeranimatie van een vlieg, die bij aanraking met zijn pootjes over zijn snoetje wrijft (Virtual Fly Top door Kirsten Geisler) naast een pietepeuterig schilderijtje van vlinders en insecten door Jan van Kessel uit 1650 en een uit pvc-buizen geconstrueerd strandbeest van Theo Jansen (2005). Vooral bij het thema zelfportretten lijkt de tijd geen rol te spelen. De middelen waarmee de kunstenaar zichzelf weergeeft mogen veranderd zijn, de ‘blik op het ik’ – parmantig, ernstig of ontluisterend – is nog altijd even persoonlijk.

Contour nodigt uit tot kijken, maar vooral tot beter kijken. Dat is een bijzondere prestatie. Het is jammer dat de drie musea het niet aandurfden de tentoonstelling tot na de zomer te laten voortduren. Half mei, als het toeristenseizoen aanbreekt, moet de hedendaagse kunst alweer wijken voor de vaste opstelling.