Elektro-statement

Pole: Steingarten (~scape, distr. Lowlands)

De platen van Pole kenden tot dusverre altijd zeer functionalistisch vormgegeven hoezen, geheel in lijn met de kaalgeslagen dub-esthetiek die hij aanhing. Simpele, primaire kleuren, titels ter lengte van één cijfer of letter. Minder was meer, in de optiek van Stefan Betke. Maar op Steingarten is de hoes van een geheel andere orde: een stemmig besneeuwde afbeelding van Neuschwanstein, het pompeuze slot dat de niet al te geestelijk gezonde Beierse koning Ludwig II in de negentiende eeuw liet bouwen.

Betke is een eind opgeschoten sinds zijn laatste, titelloze album van drie jaar geleden. Gelukkig heeft hij rapper Fat Jon, geen kwade gast maar nogal misplaatst in de wereld van Pole, gedumpt. Nieuw in zijn geluidentaal is de elektrische gitaar, die af en toe, flink vervormd, het geluidsbeeld versiert met de aplomb van een olifant in de porceleinkast.

Maar laten we de context waarin Pole opereert eens schetsen. Op de as die Berlijnse techno met Jamaicaanse dub verbindt, is hij een van de meest eigenwijze beoefenaren. Hij onderhoudt nauwe banden met het Basic Channel-kamp, aartsvaders van het Duitse techno-en dub-conglomeraat, maar op zijn trilogie 1, 2 en 3 legde hij toch een eigen kijk op de materie aan de dag: trager, abstracter, gruiziger, meer gevoed door het toeval (in het bijzonder: een defect, maar verrassend klinkend Waldorf Pole-filter, dat hem bovendien aan zijn artiestennaam hielp).

Op Steingarten verzet hij de bakens, en hoe. Negen nummers in drie kwartier telt de plaat, een prijzenswaardige kwantitatieve ingetogenheid. Maar qua ideeënrijkdom is Pole/Betke helemaal uit zijn bol gegaan. Dub, het deconstrueren van bestaande partijen met veel echo en andere studio-effecten, is nog altijd het leidend beginsel, maar nu meer verdekt opgesteld. Weg zijn de al te obligate, uitgediepte baslijnen, en wat daarvoor in de plaats is gekomen onttrekt zich knap aan bestaande categorieën.

‘Achterbahn’ is een knap staaltje polyritmische funk met een hint afrobeat volgens Talking Heads ten tijde van Remain In Light (’80), met een uitloper naar wilde ruis. ‘Düsseldorf’ is in zijn mathematische strakheid een onmiskenbare, maar niet minder knappe hommage is aan de invloedrijkste inwoners van die stad, elektronica-pioniers Kraftwerk. Afsluiter ‘Pferd’ verzuipt bijna in elegant vormgegeven melancholie, een prachtig contrast met de zware, industriële dub van het voorafgaande ‘Jungs’.

Dat is dan nog maar de tweede helft van een indrukwekkend elektronica-statement, dat ook in de eerste vijf nummers allerlei sterk vormgegeven ideeën te bieden heeft. Pole maakt niet direct feestmuziek, maar laat de luisteraar wel steevast blij verrast opveren.

JACOB HAAGSMA