‘Een urineplas in de wei is een milieubom’

De uitstoot van broeikasgassen in Nederland komt voor 12 procent voor rekening van de landbouw, ook van melkveehouderijen. Klimaatvriendelijk boeren is duurzaam én goedkoper.

De boeren gaan ook meedoen. Het klimaat moet gered worden van de uitstoot van broeikasgassen. Vijf melkveehouders in de Zuid-Hollandse Alblasserwaard hebben deze week afgesproken zo klimaatvriendelijk mogelijk te gaan werken.

Melkveehouder Simon Kortleve: „De overheid kan ons straks gaan afrekenen op de uitstoot van gassen uit koeien en mest. Ik ga liever nu zelf maatregelen nemen dan straks weer allerlei regels opgelegd te krijgen.”

Deze week heeft het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM), een klein kennisinstituut voor duurzame landbouw, een plan gepresenteerd aan boeren in de Alblasserwaard die lid zijn van de agrarische natuurvereniging Den Hâneker. Het plan, Melken voor het klimaat, is opgesteld in opdracht van het ministerie van VROM. De vijf deelnemende melkveehouders zijn de „voorlopers” voor een grotere groep afwachtende boeren.

Projectleider Eric Hees: „Bij de presentatie waren er deze week wel mensen die niet zo veel zin hadden in wéér iets nieuws, na alle milieuregels die er al zijn. Wordt het niet eens tijd om de boer in het zonnetje te zetten, werd er gezegd, in plaats van er weer een schaduw overheen te leggen. Het is gewoon wennen. Ik ben ervan overtuigd dat het over een aantal jaren heel gebruikelijk gevonden zal worden, net zoals natuurbeheer voor boeren inmiddels heel normaal is.”

Van alle uitstoot van broeikasgassen in Nederland komt 12 procent voor rekening van de landbouw. Daarvan is 50 procent afkomstig uit de melkveehouderij, niet alleen door de uitstoot van CO2 maar ook door methaan en lachgas, gassen met een broeikaswerking die volgens het CLM respectievelijk 21 en 310 keer sterker zijn dan die van CO2. „Bijvoorbeeld via methaanuitstoot uit de koeienpens en de mestopslag en via kunstmestgebruik”, aldus het CLM. Bovendien klinken de veenweidegebieden door het bemalen ervan in, het veen oxideert en ook dat leidt tot een flinke CO2-uitstoot.

Simon Kortleve heeft een bedrijf in de buurt van Oud-Alblas met 39 hectare grasland, voor 65 melkkoeien en 30 stuks jongvee. Hij levert 530.000 liter melk per jaar. Daarnaast doet hij aan natuurbeheer voor het behoud van weidevogels zoals grutto, kievit en tureluur. Een deel van zijn grasland staat daartoe enkele maanden per jaar onder water.

Wat gaat Simon Kortleve doen tegen de klimaatverandering? De boeren hebben een lijst van 22 maatregelen opgesteld. De komende jaren moet blijken of die haalbaar, betaalbaar en effectief zijn. Kortleve: „Wat ik in elk geval ga doen, is kunstmest anders uitrijden. In twee keer, zodat de kunstmest beter wordt opgenomen in de bodem en er minder uitstoot is.”

Verder verwacht hij goed werk te verrichten middels de samenstelling van het voer, zoals door toevoeging van vetten en zetmeel. „Dan komt er minder stikstof in de mest.” Hij probeert ook zo weinig mogelijk scheuren in het grasland te maken. Dat gebeurt regelmatig wanneer holten in de veenweilanden opnieuw worden opgehoogd. „Daarmee ploeg je lachgas omhoog.”

Een andere methode is om het aantal stuks jongvee klein te houden door de gemiddelde leeftijd van zijn melkkoeien te verhogen. Bijvoorbeeld door rubber in de stalvloer te leggen in plaats van beton waarmee hij de kans op gebroken poten verkleint. Kortleve: „De gemiddelde leeftijd van een Nederlandse melkkoe is 4,9 jaar. Ik zit op 5,8 jaar. Maar een koe van acht jaar geeft het meeste melk.”

Je zou ook de koeien langer op stal kunnen houden. Een urineplas in de wei is immers een „milieubom”. In de stallen wordt de mest opgevangen en dat leidt tot minder uitstoot van broeikasgassen. „Maar koeien altijd op stal is maatschappelijk onacceptabel”, zegt Kortleve. „De mensen vinden dat koeien in de wei horen. Daar ben ik het ook mee eens.”

De melkveehouders in de Alblasserwaard hebben de afgelopen vijftien jaar al meer dan 120 procent reductie behaald in de uitstoot van broeikasgassen. Met dit nieuwe project kan de komende jaren nog ruim 20 procent reductie worden bereikt. „Daarmee komt de kabinetsdoelstelling van 30 procent reductie binnen bereik”, aldus het Centrum voor Landbouw en Milieu.

Projectleider Eric Hees verwacht ook veel van initiatieven in het hele gebied, zoals de bouw van een gezamenlijke mestvergistingsinstallatie en de aanplant van wilgen als grondstof voor biomassa. Het plaatsen van windmolens ligt moeilijk in de Alblasserwaard. „Die zouden het landschap schaden.”

Het is niet puur idealisme dat boeren als Simon Kortleve ertoe brengt te strijden tegen de klimaatverandering. Het levert ook economische voordelen op. Wie slim met kunstmest omspringt, hoeft er minder van te kopen. En wie erin slaagt het vetgehalte van de melk te verlagen, mag meer melk leveren.

Melken voor klimaat heeft dus een „plus-plus-effect”, aldus Simon Kortleve. „Je zit als Nederlandse boer in een spagaat. Je werkt in een land met hoge kosten voor arbeid en grond, maar je produceert voor de wereldmarkt. Dus moet je de kosten zo veel mogelijk drukken.”

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel ‘Een urineplas in de wei is een milieubom’ (24 maart, pagina 2) staat dat de melkveehouders in de Alblasserwaard de afgelopen 15 jaar de uitstoot van broeikasgassen ruim 120 procent terugbrachten. Dit moet zijn: 10 procent.